Handgeschreven ambtelijke notitie of conceptbrief.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie of conceptbrief. [In de linkermarge, verticaal geschreven:]
Controleur: hoe gaat verkoop
aldaar? spoed 10/12 HGD
[Hoofdtekst:]
^voor de vischdistributie
dergelijke zaken geen enkele behoefte
bestaat is de Com. van meening, dat uiteraard
niet voor een toewijzing van visch in
aanmerking behoort te komen. T (zie bij blaadje)
De Com. merkt voorts nog op, dat het
feit, dat de N.V.C. in vele gevallen
een voorloopige ^visch erkenning heeft uitgereikt,
nog geenszins wil zeggen, dat deze personen
als bona fide vischhandelaar bekend
staan, zoodat [doorgestreept: verzoeken] verzoeken van dergelijke handelaren
in aanmerking te komen, meermalen
werden afgewezen.
[Doorgestreept gedeelte onderaan:]
restaurants enz.
ja visch niet
geen controle op
maximum-prijzen.
[Initialen rechtsonder:]
S.D. Het document is een ambtelijk werkdocument betreffende de toewijzing van vis in een distributiestelsel. De kern van de tekst is een standpunt van een Commissie ("Com.").
Belangrijkste punten uit de tekst:
1. Behoeftebepaling: De Commissie is van mening dat zaken/personen waarvoor geen distributiebehoefte is aangetoond, geen vis toegewezen moeten krijgen.
2. Status van de N.V.C.-erkenning: Er wordt expliciet op gewezen dat een "voorloopige vischerkenning" van de N.V.C. (Nederlandsche Visscherij Centrale) niet automatisch betekent dat iemand als een betrouwbare (bona fide) handelaar wordt beschouwd.
3. Afwijzingsbeleid: Verzoeken van dergelijke handelaren zijn al meermalen afgewezen.
De tekst onder de streep is onleesbaar gemaakt door doorhalingen, maar lijkt te gaan over de controle op maximumprijzen bij restaurants. Dit document stamt zeer waarschijnlijk uit de periode van de Tweede Wereldoorlog of de vroege wederopbouw in Nederland. Tijdens deze periode was de handel in levensmiddelen, waaronder vis, strikt gereguleerd via een distributiestelsel om schaarste te beheersen en zwarte handel tegen te gaan.
De N.V.C. (Nederlandsche Visscherij Centrale) was het orgaan dat tijdens de bezettingsjaren toezicht hield op de visserijsector. De notitie weerspiegelt de bureaucratische strijd om wie wel en wie niet gerechtigd was om in de schaarse goederen te handelen. De term "bona fide" suggereert dat er veel wantrouwen was jegens nieuwe handelaren die mogelijk alleen voor eigen gewin of de zwarte markt in de sector actief wilden worden.