Getypte ambtelijke brief met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte ambtelijke brief met handgeschreven kanttekeningen. 17 november 1942. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Gemeentelijke Marktwezen of een gerelateerde distributiedienst in Amsterdam). [Handgeschreven bovenaan:] H Heijnis(?) a.v.d.
[Handgeschreven linksboven:] Verzonden 17/11
[Rechtsboven:] VD/HB.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
46A/732/3 M. 1. 17 November 1942.
Vischregeling:
verzoek Jac. Bras.
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 6 November j.l. om advies ontvangen stuk No. 955 L.M. 1942 heb ik de eer U te berichten, dat volgens van de Verdeelingscommissie ontvangen inlichtingen adressant een eethuis drijft in perceel Haringpakkerssteeg 5, waar hij onder andere koffie, thee, bouillon, broodjes met visch, garnalen, paling e.d. verkoopt. Aangezien aan dergelijke zaken voor de vischdistributie geen enkele behoefte bestaat is de Commissie van meening, dat adressant niet voor een toewijzing van visch in aanmerking behoort te komen. Ik moge hieraan nog toevoegen, dat het mij vrij ongewenscht voorkomt om visch toe te wijzen aan restaurants, eethuizen e.d., omdat dergelijke zaken deze visch in hun inrichting verwerken, waardoor de contrôle op de maximumprijzen onmogelijk wordt.
De Commissie merkt voorts nog op, dat het feit, dat de Nederlandsche Visscherijcentrale in vele gevallen een voorloopige vischerkenning heeft uitgereikt, nog geenszins wil zeggen, dat deze personen als bona fide vischhandelaar bekend staan, zoodat verzoeken van dergelijke handelaren om voor visch in aanmerking te komen, meermalen werden afgewezen.
De Directeur, In deze brief adviseert de directeur (waarschijnlijk van een gemeentelijke distributiedienst) de Amsterdamse wethouder van Levensmiddelen om een verzoek van ene Jac. Bras af te wijzen. Bras, die een eethuis exploiteert aan de Haringpakkerssteeg 5, had gevraagd om een officiële toewijzing van vis.
De argumenten voor de afwijzing zijn tweeledig:
1. Distributiebelang: Er wordt gesteld dat er via eethuizen geen noodzaak is voor de visdistributie aan de bevolking.
2. Controleerbaarheid: Het toewijzen van vis aan de horeca wordt ongewenst geacht omdat de vis daar verwerkt wordt in gerechten. Hierdoor is het voor de autoriteiten onmogelijk om te controleren of de geldende maximumprijzen worden nageleefd.
Tevens wordt er gewaarschuwd dat een voorlopige erkenning door de Nederlandsche Visscherijcentrale niet automatisch betekent dat iemand als een betrouwbare ("bona fide") handelaar wordt beschouwd. Dit wijst op een streng selectiebeleid en wantrouwen jegens nieuwe of kleine ondernemers in de sector tijdens de schaarste. Dit document is een treffend voorbeeld van de bureaucratische controle op de voedselvoorziening tijdens de Tweede Wereldoorlog. In 1942 was de schaarste in Nederland alomtegenwoordig en was vrijwel alles op de bon. De overheid probeerde met een woud aan regels en distributiecommissies de zwarte handel tegen te gaan en de prijzen te beheersen.
De Haringpakkerssteeg is een zijstraat van het Damrak in Amsterdam, vlakbij het Centraal Station, destijds een bedrijvige plek met veel kleine neringdoenden.
De Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) was een in 1941 door de bezetter ingestelde organisatie die de gehele visserijketen moest beheersen, van vangst tot verkoop. Dat de lokale commissie in de brief de status van de door de NVC uitgegeven erkenningen relativeert, duidt op een spanningsveld tussen verschillende controlerende instanties. De focus op "maximumprijzen" was essentieel om de inflatie en woekerprijzen op de zwarte markt enigszins te beteugelen, hoewel dit in de praktijk steeds moeilijker werd.