Afschrift van een getypte brief.
Origineel
Afschrift van een getypte brief. 28 oktober 1942. C. Saur, gevestigd aan het Rokin 134, Amsterdam. De Wethouder van het Levensmiddelenbedrijf, Amsterdam. No. 942 L.M.1942 29-10
No.46A/828/1 M.1942 2-11 AFSCHRIFT.
Amsterdam 28 October 1942
Aan de Wethouder der Levensmiddelen bedrijf
Geachte Heer
Gaarne had ondergeteekende een onderhoud met U over de Mosselen toe-
wijzing die mij geweigerd is om af te halen.
Daar ik toch altijd mosselen in mijn zaak verkocht heb [doorgehaald: xxxxx] en nu ten
zeerste om het artikel verlegen ben om toch nog iets te koop aan te
bieden aangaande de aanvoer al zo slecht zijn kan ik dat artikel
onmogelijk missen.
Hoogachtend C.Saur
Rokin 134
Amsterdam De brief is een formeel verzoek van een ondernemer, C. Saur, aan de Amsterdamse wethouder verantwoordelijk voor de voedselvoorziening. De kern van het schrijven is een klacht over een geweigerde toewijzing van mosselen. Saur voert aan dat mosselen een vast onderdeel van zijn assortiment zijn en dat hij ze, gezien de algemene schaarste en slechte aanvoer van andere producten, absoluut niet kan missen om zijn zaak draaiende te houden.
Opvallend is de taal: "ten zeerste om het artikel verlegen ben" duidt op een grote noodzaak. De ondernemer probeert via een persoonlijk onderhoud ("onderhoud met U") de ambtelijke weigering ongedaan te maken. De administratieve nummers bovenin suggereren dat de brief intern is geregistreerd bij de afdeling Levensmiddelen (L.M.). Het document dateert uit oktober 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de voedselvoorziening strikt gereguleerd via een distributiesysteem. Winkeliers en restauranthouders waren voor hun voorraad volledig afhankelijk van officiële toewijzingen door de overheid.
De naam "Saur" op het Rokin 134 is historisch zeer relevant. Saur was (en is nog steeds bekend als naam in de gastronomie) een gerenommeerde vishandel en restaurant in Amsterdam. In 1942 was de situatie voor deze zaak precair. Niet alleen vanwege de algemene voedselschaarste, maar ook omdat de familie Saur van Joodse afkomst was. In deze fase van de bezetting stonden veel Joodse bedrijven onder beheer van een 'Verwalter' (een door de Duitsers aangestelde beheerder) of werden zij geconfronteerd met toenemende restricties en uiteindelijke onteigening. Deze brief toont de dagelijkse strijd van een ondernemer om te overleven in een tijd van schaarste en bureaucratische controle. C. Saur