Archief 745
Inventaris 745-386
Pagina 497
Dossier 100
Jaar 1942
Stadsarchief

Zakelijke brief / Ambtelijke correspondentie.

2 november 1942. Van: De Nederlandsche Visscherijcentrale, Den Haag. Aan: Den Heer Inspecteur van het Marktwezen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam.

Origineel

Zakelijke brief / Ambtelijke correspondentie. 2 november 1942. De Nederlandsche Visscherijcentrale, Den Haag. Den Heer Inspecteur van het Marktwezen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam. NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE

AFDEELING Prijzen.
BETREFFENDE Paling.
'S-GRAVENHAGE, 2 Nov. 1942.

BERICHT OP SCHRIJVEN ................................................
BIJ ANTWOORD VERMELDEN 27711/Pr.
BIJLAGEN .................... STUKS, T.W. .................... Kn.

Den Heer Inspecteur van het Marktwezen.
Jan van Galenstraat 14.
AMSTERDAM.-

[Stempel in paars:] Nº 46 A/037/1 M. 1942 3/11
[Handgeschreven notities in potlood/inkt:] 325- , v/d Berg, map

Naar aanleiding van ons telefonisch onderhoud d.d. 26 Oct. j.l. deelen wij U mede, dat er voor de visscherij op aal en paling geen gesloten tijd bestaat.
Echter is het visschen met het kuilnet van 1 November tot 1 April verboden.

NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE,

[Handtekening, onleesbaar]

Vo.

ADELHEIDSTRAAT 300, 'S-GRAVENHAGE — POSTGIROREKENING 245271 — TELEGRAMADRES: NEDVISCEN
TELEFOON 720080 EN 772162, INTERCOMM. XX. VOOR AFDEELING DISTRIBUTIE 722641
(A) 28430 - '42 - K 993 Het document is een officiële mededeling van de Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) aan de Inspecteur van het Marktwezen in Amsterdam. De kern van de brief is een verduidelijking van de regelgeving omtrent de palingvisserij:
1. Er geldt in algemene zin geen gesloten tijd voor de vangst van aal en paling.
2. Er geldt echter wel een specifiek verbod op het gebruik van het kuilnet gedurende de wintermaanden (van 1 november tot 1 april).

De brief is een vervolg op een telefonisch gesprek van 26 oktober 1942. De administratieve stempels en handgeschreven notities ("3/11") wijzen erop dat de brief op 3 november is binnengekomen of verwerkt bij de ontvangende instantie. Het adres in Amsterdam (Jan van Galenstraat 14) is de locatie van de Centrale Markthallen, wat de rol van de ontvanger als marktinspecteur verklaart. Dit document stamt uit november 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) werd in 1941 door de bezetter in het leven geroepen om de gehele visserijsector te centraliseren, te controleren en te reguleren. Dit was noodzakelijk voor de voedselvoorziening en de distributie van schaarse middelen.

De visserij op aal en paling was (en is) een belangrijk onderdeel van de Nederlandse binnenvisserij. De beperking op het kuilnet (een treksleepnet) was waarschijnlijk ingegeven door natuurbeschermingsgronden of om de visstand te reguleren in een tijd waarin voedseltekorten dreigden. De brief illustreert de strikte bureaucratische controle op de voedselproductie en -handel tijdens de oorlogsjaren, waarbij zelfs specifieke vangstmethoden centraal werden vastgelegd en gecommuniceerd naar lokale marktautoriteiten.

Samenvatting

Het document is een officiële mededeling van de Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) aan de Inspecteur van het Marktwezen in Amsterdam. De kern van de brief is een verduidelijking van de regelgeving omtrent de palingvisserij:
1. Er geldt in algemene zin geen gesloten tijd voor de vangst van aal en paling.
2. Er geldt echter wel een specifiek verbod op het gebruik van het kuilnet gedurende de wintermaanden (van 1 november tot 1 april).

De brief is een vervolg op een telefonisch gesprek van 26 oktober 1942. De administratieve stempels en handgeschreven notities ("3/11") wijzen erop dat de brief op 3 november is binnengekomen of verwerkt bij de ontvangende instantie. Het adres in Amsterdam (Jan van Galenstraat 14) is de locatie van de Centrale Markthallen, wat de rol van de ontvanger als marktinspecteur verklaart.

Historische Context

Dit document stamt uit november 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) werd in 1941 door de bezetter in het leven geroepen om de gehele visserijsector te centraliseren, te controleren en te reguleren. Dit was noodzakelijk voor de voedselvoorziening en de distributie van schaarse middelen.

De visserij op aal en paling was (en is) een belangrijk onderdeel van de Nederlandse binnenvisserij. De beperking op het kuilnet (een treksleepnet) was waarschijnlijk ingegeven door natuurbeschermingsgronden of om de visstand te reguleren in een tijd waarin voedseltekorten dreigden. De brief illustreert de strikte bureaucratische controle op de voedselproductie en -handel tijdens de oorlogsjaren, waarbij zelfs specifieke vangstmethoden centraal werden vastgelegd en gecommuniceerd naar lokale marktautoriteiten.

Kooplieden in dit dossier 9

A. Goldberg Uilenburg
M. v. d. Heijden Uilenburg
A v Duinhof Uilenburg
C. Blanken Uilenburg
H. Westerveld Uilenburg
J. de Nobel Uilenburg
T. Heefkerk Uilenburg
G. Slappendel Uilenburg

Gerelateerde Documenten 2