Getypte brief (doorslag of kopie) met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte brief (doorslag of kopie) met handgeschreven kanttekeningen. 14 oktober 1939. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten of een gerelateerde gemeentelijke instelling in Amsterdam). Den Heer N. Ketellapper, Ferd. Bolstraat 84 III, Amsterdam-Zuid. [Handgeschreven, rechtsboven:]
Zen. hr. de Haan
[Getypt, linksboven:]
VG/HG.
25/172/2 M.
[Handgeschreven, midden:]
Verzonden 14/10-'39
[Getypt, rechts:]
14 October 1939.
den Heer N.Ketellapper,
Ferd. Bolstraat 84 III,
Amsterdam-Zuid.
Wijk 17.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 3 dezer bericht ik
U, onder verwijzing naar mijn brief d.d. 11 Mei jl. (No.
25/69/2 M.), dat Uw verzoek niet voor inwilliging in aan-
merking kan komen. Indien U Uw plaats op de markt Albert
Cuypstraat niet twee maal per week bezet, zal deze worden
ingetrokken.
De Directeur, Deze brief is een formele afwijzing van een verzoek dat is ingediend door de heer N. Ketellapper. Hoewel de precieze aard van het verzoek niet expliciet wordt genoemd, blijkt uit de context dat het betrekking heeft op een marktplaats op de Albert Cuypmarkt in Amsterdam. De directeur refereert aan een eerdere correspondentie uit mei van hetzelfde jaar. De toon is zakelijk en streng: de ontvanger wordt gewaarschuwd dat hij zijn standplaats moet gebruiken (minimaal twee keer per week), anders zal de vergunning hiervoor worden ingetrokken. De brief is typerend voor de strikte regulering van de Amsterdamse markten in die tijd. Het document dateert van oktober 1939, kort na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog (waarin Nederland op dat moment nog neutraal was) en tijdens de mobilisatieperiode. De Albert Cuypmarkt was toen al een centrale plek voor handel in de Amsterdamse Pijp. De ontvanger, Nathan Ketellapper, woonde op de Ferdinand Bolstraat, vlakbij de markt. Gezien de naam en locatie is het zeer waarschijnlijk dat het hier gaat om een Joodse marktkoopman. In de jaren die volgden op deze brief zouden de beperkingen voor Joodse marktkooplieden door de Duitse bezetter drastisch worden aangescherpt, tot aan een volledig verbod en uiteindelijke deportatie. Dit document legt een moment vast van reguliere gemeentelijke bureaucratie vlak voordat de situatie voor Joodse burgers in de stad radicaal zou veranderen. N. Ketellapper