Administratief bijblad/notitie van de gemeente Amsterdam (Afdeling Algemene Zaken).
Origineel
Administratief bijblad/notitie van de gemeente Amsterdam (Afdeling Algemene Zaken). 11 oktober 1939 tot 17 oktober 1939. [Linksboven, in stempel]
BIJBLAD VAN:
M. No. 25/104/1 1939
DOORGEZONDEN: 11/10 -'39
[Rechtsboven, handgeschreven]
Alb. Cuypstraat
verzoekt 1x p. week
(Zaterdags) de markt te
mogen bezoeken.
H. v Meerkerken
advies
11-10-39
[handtekening, mogelijk: delraer]
[Midden, handgeschreven]
Het verzoek van P. M. Donkers
om ~~hem toe te staan~~ alleen des Zaterdags een plaats
op de markt aan de Alb. Cuypstraat in
te nemen, moet m.i. worden afgewezen.
17-10-39
[handtekening, mogelijk: delraer]
[In rode inkt over de tekst]
25/104/2 17
2
[Linksonder, drukwerk]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016
[Rechtsboven, in de hoek]
590 Dit document is een ambtelijk "bijblad" (Model No. 14 van de afdeling Algemene Zaken) uit oktober 1939. Het betreft de administratieve afhandeling van een verzoek door een zekere P.M. Donkers. Donkers wilde één dag per week, specifiek op de drukke zaterdagen, een standplaats innemen op de Albert Cuypmarkt in Amsterdam.
Het proces is als volgt te herleiden:
1. 11 oktober 1939: Het verzoek wordt genoteerd en "doorgezonden" voor advies. Een ambtenaar (H. v. Meerkerken) vat de kern van het verzoek samen.
2. 17 oktober 1939: Een beslissingsbevoegde ambtenaar geeft een negatief advies ("moet m.i. [mijns inziens] worden afgewezen"). Hoewel de reden niet expliciet op dit blad staat, was de zaterdagmarkt op de Albert Cuyp destijds al overvol, wat vaak de reden was voor afwijzing van nieuwe aanvragen voor alleen die specifieke dag.
De grote rode cijfers ("25/104/2") en het nummer "590" zijn archief- of dossierkenmerken die werden gebruikt om gerelateerde stukken bij elkaar te houden. De Albert Cuypmarkt was in 1939 al de belangrijkste markt van Amsterdam. Standplaatsen werden streng gereguleerd door de gemeente. Het document geeft een inkijkje in de bureaucratische processen vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. In deze periode was er sprake van grote economische krapte, waardoor een marktplaats een begeerd middel van bestaan was. De term "bezoeken" in de eerste notitie moet hier gelezen worden als "als koopman de markt bezetten".