Archief 745
Inventaris 745-278
Pagina 160
Dossier 24
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypte officiële brief/beschikking.

20 oktober 1939. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). Aan: Den Heer H. Padberg, Hastenburgerstraat 362 I, Amsterdam-Zuid.

Origineel

Getypte officiële brief/beschikking. 20 oktober 1939. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). Den Heer H. Padberg, Hastenburgerstraat 362 I, Amsterdam-Zuid. [Rechtsboven handgeschreven:] 2 ex. Mr. de Boer.
[Midden boven handgeschreven, onderstreept:] extra

HG.

25
~~35~~/192/7 M.

20 October 1939.

den Heer H. Padberg,
Hastenburgerstraat 362 I,
Amsterdam-Zuid.
Wijk 22.

Mij is gerapporteerd, dat U zich op 6 October jl. op Uw plaats op de markt Albert Cuypstraat heeft laten assisteren, terwijl U daarvoor dezerzijds geen toestemming is verleend. Onder verwijzing naar mijn brief d.d. 3 Augustus jl. (No. 25/129/20 M.) bericht ik U, dat ik U, in verband met dit feit, overeenkomstig het bepaalde in artikel 39 lid 1 van het Reglement op de Markten, voorwaardelijk heb gestraft met ontneming van het recht om op de markten hier ter stede een plaats in te nemen en wel voor den tijd van een dag. Deze straf zal ten uitvoer worden gelegd, indien U zich binnen één jaar na dato dezes andermaal aan een laakbare handeling op een der markten hier ter stede schuldig maakt, onverminderd de straf, die alsdan op het nieuwe feit zal worden gesteld.

De Directeur, * Onderwerp: Een officiële berisping en voorwaardelijke straf aan een marktkoopman.
* De Overtreding: De heer Padberg heeft zich op 6 oktober 1939 op de Albert Cuypmarkt laten helpen ("assisteren") door iemand zonder dat hij daar de vereiste toestemming voor had van de marktmeester/directie.
* Juridische grondslag: De straf wordt opgelegd op basis van artikel 39, lid 1 van het toenmalige 'Reglement op de Markten'.
* De Straf: Een ontzegging van de markttoegang voor de duur van één dag.
* Voorwaardelijk karakter: De straf is voorwaardelijk met een proeftijd van één jaar. Alleen bij een nieuwe overtreding ("laakbare handeling") binnen dat jaar wordt de eendaagse schorsing daadwerkelijk uitgevoerd, bovenop de straf voor de nieuwe overtreding.
* Voorgeschiedenis: Uit de brief blijkt dat dit niet het eerste contact was; er wordt verwezen naar een eerdere brief van 3 augustus van datzelfde jaar, wat suggereert dat er al eerder waarschuwingen of incidenten waren. Dit document stamt uit oktober 1939, een gespannen tijd vlak na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Europa, hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was. Het geeft een inkijkje in de strikte handhaving en bureaucreatie rondom de Amsterdamse markten, specifiek de beroemde Albert Cuypmarkt.

In die tijd waren de regels voor marktkooplui zeer streng om wildgroei, illegale onderverhuur van plekken en oneerlijke concurrentie tegen te gaan. Men mocht niet zomaar personeel of hulpjes inzetten zonder officiële vergunning. De brief toont aan hoe de gemeente Amsterdam (via de Dienst van het Marktwezen) met een formeel systeem van waarschuwingen en voorwaardelijke straffen de orde op de markten probeerde te handhaven. Het adres van de ontvanger, de Hastenburgerstraat (tegenwoordig onderdeel van de Amsterdamse buurt de Pijp, nabij de markt), bevestigt dat de marktkoopman waarschijnlijk in de nabijheid van zijn werkplek woonde.

Samenvatting

  • Onderwerp: Een officiële berisping en voorwaardelijke straf aan een marktkoopman.
  • De Overtreding: De heer Padberg heeft zich op 6 oktober 1939 op de Albert Cuypmarkt laten helpen ("assisteren") door iemand zonder dat hij daar de vereiste toestemming voor had van de marktmeester/directie.
  • Juridische grondslag: De straf wordt opgelegd op basis van artikel 39, lid 1 van het toenmalige 'Reglement op de Markten'.
  • De Straf: Een ontzegging van de markttoegang voor de duur van één dag.
  • Voorwaardelijk karakter: De straf is voorwaardelijk met een proeftijd van één jaar. Alleen bij een nieuwe overtreding ("laakbare handeling") binnen dat jaar wordt de eendaagse schorsing daadwerkelijk uitgevoerd, bovenop de straf voor de nieuwe overtreding.
  • Voorgeschiedenis: Uit de brief blijkt dat dit niet het eerste contact was; er wordt verwezen naar een eerdere brief van 3 augustus van datzelfde jaar, wat suggereert dat er al eerder waarschuwingen of incidenten waren.

Historische Context

Dit document stamt uit oktober 1939, een gespannen tijd vlak na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Europa, hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was. Het geeft een inkijkje in de strikte handhaving en bureaucreatie rondom de Amsterdamse markten, specifiek de beroemde Albert Cuypmarkt.

In die tijd waren de regels voor marktkooplui zeer streng om wildgroei, illegale onderverhuur van plekken en oneerlijke concurrentie tegen te gaan. Men mocht niet zomaar personeel of hulpjes inzetten zonder officiële vergunning. De brief toont aan hoe de gemeente Amsterdam (via de Dienst van het Marktwezen) met een formeel systeem van waarschuwingen en voorwaardelijke straffen de orde op de markten probeerde te handhaven. Het adres van de ontvanger, de Hastenburgerstraat (tegenwoordig onderdeel van de Amsterdamse buurt de Pijp, nabij de markt), bevestigt dat de marktkoopman waarschijnlijk in de nabijheid van zijn werkplek woonde.

Gerelateerde Documenten 3