Proces-verbaal van aanhouding en diefstal.
Origineel
Proces-verbaal van aanhouding en diefstal. PRO JUSTITIA.
Marktwezen No. 77/21/1 H.
POLITIE TE AMSTERDAM.
6e sectie 2e afdeeling.
PROCES-VERBAAL.
Op Dinsdag 6 Januari 1942 werd aan Barend Velthuis, ambtenaar bij het Marktwezen te Amsterdam, tevens onbezoldigd veldwachter dezer gemeente, dienstdoende op de Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat alhier, door den mij bekenden Gerrit Pieter Stam, oud 49 jaar, groothandelaar in aardappelen en wonende Admiraal de Ruyterweg 157 te Amsterdam-West aangifte gedaan en verklaarde hij, dat uit zijn pakhuis op de Centrale Markt 400 ledige zakken gestolen waren. Een destijds door mij ingesteld onderzoek leverde evenwel geen enkel resultaat. Op Dinsdag 17 Maart 1942, vervoegde Stam zich wederom bij mij en deelde mij mede, dat in het Kantoorlokaal No. 1 van de Centrale Markt een partij ledige zakken lagen, welke zakken, aldus Stam, veel overeenkomst vertoonden met de door hem sedert 6 Januari 1942 vermiste. Bedoeld kantoorlokaal is door Marktwezen, afdeeling expeditie van aardappelen in gebruik. Bij onderzoek bleek mij, verbalisant, dat deze zakken daar waren gedeponeerd door den mij bekenden Mattheus van Bambergen, expediteur, oud 41 jaar en wonende Boomstraat 47 huis te Amsterdam-Centrum. Met betrekking tot de herkomst van deze zakken verklaarde Bambergen mij de zakken te hebben gekocht van een zekeren Staneke. Deze zakken 60 in getal, maakte deel uit van een partij van 118 zakken, welke Bambergen van Staneke gekocht had en waarvoor hij aan laatstgenoemde gemiddeld 80 cent per stuk had betaald. Ten behoeve van een nader onderzoek heb ik deze 60 zakken voorloopig inbeslaggenomen. Op Woensdag 18 Maart 1942 des voormiddags omstreeks 8 uur vervoegde Bambergen zich bij mij met den persoon van wien hij de zakken zou hebben gekocht. Deze persoon, die mij desgevraagd opgaf te zijn genaamd: Hermanus Hubertus Staneke, geboren te Amsterdam, 10 September 1911, magazijnbediende en wonende Lindengracht 247 I alhier, verklaarde mij, nadat ik hem de door mij inbeslaggenomen zakken had vertoond, deze te hebben verkocht aan Bambergen tegen plus minus 80 cent per stuk. Staneke verklaarde mij voorts, dat hij ongeveer 120 van deze zakken had verkocht aan Bambergen. Deze zakken had hij, Staneke, op zijn beurt weer gekocht van een zekeren Smits, welke als arbeider werkzaam zou zijn aan de Centrale Suiker Maatschappij, afdeeling Van Noordtkade, alhier.
Naar aanleiding hiervan heb ik mij met Staneke naar de fabriek van de Centrale Suiker Maatschappij aan de Van Noordtkade alhier begeven en heb aldaar gehoord een persoon, die mij later desgevraagd opgaf te zijn genaamd: Petrus Cornelis Smits, geboren te Amsterdam 26 April 1918, fabrieksarbeider en wonende Karthuizersdwarsstraat 4 II te Amsterdam-Centrum. Smits verklaarde mij, dat hij sedert geruimen tijd kans had gezien na het beëindigen van zijn werk in de fabriek eenige zakken mee te nemen. Op Donderdag 12 Maart zou het hem zelfs gelukt zijn 10 zakken tegelijk mee te nemen. Ook verklaarde Smits, dat bij die gelegenheid zijn collega Van As ook kans had gezien 10 zakken weg te nemen, welke zakken Van As aan Smits zou hebben verkocht voor 55 cent per stuk. Naar aanleiding hiervan hoorde ik, verbalisant, een mij onbekend persoon, die mij later desgevraagd opgaf te zijn genaamd: Cornelis van As, geboren te Amsterdam, 28 Juni 1918, fabrieksarbeider, in dienst bij de Centrale Suiker Maatschappij, afdeeling Van Noordtkade, wonende 2e Van Swindenstraat 121 III te Amsterdam-Oost. Van As erkende op Donderdag 12 Maart, omstreeks 7.30 uur v.m. 10 ledige zakken te hebben gestolen uit de zakkenloods van de Centrale Suiker Maatschappij, afdeeling Van Noordtkade en deze zakken aan Smits te hebben verkocht voor f 5.50. Een van de 60 door mij, verbalisant, inbeslaggenomen zakken heb ik aan Smits en Van As vertoond en verklaarden zij deze te herkennen als soortgelijk aan de zakken, welke zij hadden weggenomen en verkocht.
Naar aanleiding van het vorenstaande heb ik, verbalisant, Staneke, Smits en Van As aangehouden en overgebracht naar het Bureau van Politie in de Spaarndammerstraat alhier, alwaar ik hen ter be- [einde pagina]
--- * De zaak: Een klassieke keten van diefstal en heling. Twee arbeiders (Smits en Van As) van de Centrale Suiker Maatschappij (CSM) stalen stelselmatig lege zakken van hun werkgever. Zij verkochten deze aan een magazijnbediende (Staneke), die ze op zijn beurt met winst doorverkocht aan een expediteur (Van Bambergen).
* Bewijsvoering: De zaak kwam aan het rollen doordat een aardappelhandelaar (Stam), die eerder 400 zakken had verloren, zijn eigendom meende te herkennen in een kantoor op de Centrale Markt. Hoewel niet direct bewezen is dat dit zijn specifieke zakken waren, leidde de vondst naar de bekentenis van de diefstal bij de suikerfabriek.
* Juridische aspecten: Er is sprake van diefstal in dienstbetrekking (Smits en Van As) en opzettelijke heling (Staneke). De koper Van Bambergen lijkt in dit stadium als getuige te worden opgevoerd, daar hij meewerkte aan de identificatie van Staneke.
--- * Tijdsbeeld (1942): Het document dateert uit de Tweede Wereldoorlog (Duitse bezetting). In deze periode van schaarste waren materialen zoals jute zakken kostbaar en schaars. Diefstal van dergelijke goederen kwam veelvuldig voor voor de zwarte handel.
* Locatie: De Centrale Markt in Amsterdam (nu het Food Center Amsterdam bij de Jan van Galenstraat) was het logistieke hart van de voedselvoorziening. De betrokkenheid van de "Centrale Suiker Maatschappij" (CSM) aan de Van Noordtkade duidt op de industriële activiteit in Amsterdam-West.
* Terminologie: "Pro Justitia" en "Verbalisant" zijn standaard juridische termen. "Onbezoldigd veldwachter" geeft aan dat de marktbeambte ook politiebevoegdheden had voor de handhaving van de orde op het marktterrein. Marktwezen Politie