Officieel rapport / ambtsbericht.
Origineel
Officieel rapport / ambtsbericht. 26 maart 1942. Controleur (ondertekening lijkt D. Eldring of vergelijkbaar). R A P P O R T
In aansluiting op het rapport van Controleur M.C. Groot, inzake een kwestie met aardappelenbonnen van kooper H. Goudfrooy, heb ik een nader onderzoek ingesteld, waarbij mij het volgende is gebleken. Ph. Sijmonsbergen is als zetwinkelier in dienst bij kooper Goudfrooy. Sijmonsbergen had twee aardappelenbonnen ten name van Goudfrooy, welke hij, toen hij zich op Maandagmorgen in het cafe Marcantie bevond, even op een tafeltje had gelegd. Toen Sijmonsbergen in het cafe even naar een kruier ging om deze te vragen de aardappelen te bezorgen aan de zaak waarin hij, Sijmonsbergen, zetwinkelier is, vergat hij de bonnen van het tafeltje mee te nemen. Eerst nadat hij eenigen tijd met de kruier had staan praten, kwam hij tot deze ontdekking. Toen hij weer naar het tafeltje toe ging, bleek dat de bonnen verdwenen waren.
Uit een door mij ingesteld onderzoek, is mij het volgen. gebleken.
Johannes van der Bilt, geboren te Amsterdam 5 Januari 1911, wonende Bestevaerstraat 174 alhier, bevond zich in het cafe Marcantie op Maandagmorgen en ontdekte op het tafeltje de bonnen van Goudfrooy. Deze bonnen heeft hij toen weggenomen en een hiervan aan zijn broer Arnoldus van der Bilt, geboren te Amsterdam 8 October 1914, wonende Bestevaerstraat 174 alhier, gegeven. Deze bon welke genummerd is 93875 en recht gaf op 4 mud aardappelen heeft A. van der Bilt voor een bedrag van f 3.-, verkocht aan kooper E. de Booy, geboren te Amsterdam 18 November 1919, wonende Lumeystraat 10 alhier.
De Booy heeft deze bon overgegeven aan den kruier L. van Baeckel, die de 4 mud aardappelen voor de Booy zou thuis brengen. Hierbij zij reeds opgemerkt, dat Baeckel in deze volkomen te goeder trouw geweest is. Afgifte van aardappelen heeft op deze bon echter geen plaats gehad, want controleur Groot, door Sijmonsbergen van een en ander reeds op de hoogte gesteld, heeft dezen bon ingehouden. De anderen bon welke J. van der Bilt nog had, heeft hij op Maandag 23 Maart zelf ingeleverd bij den heer Wels aan het aardappelenkantoor van de Combinatie, die op zijn beurt dezen bon weer aan Sijmonsbergen heeft gegeven. De fout van J. van der Bilt is geweest, dat hij niet terstond beide bonnen aan Wels heeft gegeven. Door bon No 93875 aan zijn broer te geven heeft hij zich schuldig gemaakt aan diefstal van dien bon. A. van der Bilt en kooper de Booy hebben zich met dit geval schuldig gemaakt aan heling. De gebroeders van der Bilt zijn niet in het bezit van een toegangskaart voor de Centrale Markt. Ten aanzien van beiden kan nog opgemerkt, dat zij in zekere mate ontoerekenbaar zijn en onder voortdurende controle staan van den heer de Boer, Psycho Technisch Ambtenaar bij den Gemeentelijken Geneeskundigen Dienst. Goudfrooy en Sijmonsbergen wenschten beslist geen aangifte te doen van dit geval, temeer daar zij er nu geen nadeel van hebben ondervonden. Toegangskaart voor de Centrale Markt van de Booij gaat hierbij.
Amsterdam 26 Maart 1942
Controleur,
[Handtekening]
Den Heer Bedrijfschef
v/h Marktwezen.
Marginalia / Aantekeningen:
* (Links): G.v.b. [gezien voor bericht?]
* (Midden, rood): 14 dagen + ontzeg. BM. [Betreding Markt]
* (Midden, rood): m.i.v. 1 April 1942
* (Rechts): Handgeschreven data 30/3 '42 en 7/4/42.
* (Onder): Stempel Nº 77/25/2 M. 1942 2/3 * De kern van de zaak: Een zetwinkelier (Sijmonsbergen) laat per ongeluk twee aardappelbonnen liggen in Café Marcantie. Johannes van der Bilt vindt deze, steelt ze, en geeft er één aan zijn broer Arnoldus. Arnoldus verkoopt de bon (goed voor 4 mud aardappelen) voor 3 gulden aan de heer De Booy. De diefstal komt aan het licht voordat de aardappelen daadwerkelijk zijn uitgeleverd.
* Juridische kwalificatie: De controleur stelt vast dat er sprake is van diefstal (Johannes) en heling (Arnoldus en De Booy).
* Opvallend detail: De daders (gebroeders Van der Bilt) worden omschreven als "in zekere mate ontoerekenbaar" en staan onder toezicht van een psycho-technisch ambtenaar van de GGD. Dit duidt op een vroege vorm van reclassering of sociaal-psychiatrische begeleiding.
* Sanctie: Hoewel de slachtoffers geen aangifte willen doen, blijkt uit de rode handgeschreven notitie dat er een administratieve sanctie volgt: een marktverbod van 14 dagen, ingaande op 1 april 1942. Dit document stamt uit maart 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Voedseldistributie was in deze periode strikt gereguleerd via een bonnensysteem vanwege toenemende schaarste. Aardappelbonnen waren van grote waarde; 4 mud (ongeveer 280-320 kg) was een aanzienlijke hoeveelheid.
De "Centrale Markt" (de huidige Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was de spil in de voedselvoorziening van de stad. Café Marcantie, dat nog steeds bestaat, was een bekende ontmoetingsplaats voor handelaren en kruiers van deze markt. Het rapport illustreert niet alleen de criminaliteit rondom schaarse goederen, maar ook de nauwe controle van de gemeente (het Marktwezen) op de integriteit van de handel op het marktterrein. De betrokkenheid van de "Psycho Technisch Ambtenaar" geeft bovendien een inkijkje in de sociale zorgstructuur van Amsterdam in oorlogstijd.