Officieel extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam.
Origineel
Officieel extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam. 10 april 1942. No. 54/16 L.M. 1942
Straf bezoeker Centrale Markt.
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten van
den Burgemeester van Amsterdam.
Vrijdag, 10 April 1942.
Op voorstel van den Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen wordt het volgende besluit genomen:
De Burgemeester van Amsterdam,
Gezien het rapport van den Directeur van den Dienst van het Marktwezen, dd. 7 April 1942, No. 77/25/4 M;
Gelet op art. 35 van het Reglement op de Centrale Markt;
B e s l u i t :
met ingang van 15 April 1942, den termijn van veertien dagen gedurende welken de Directeur van het Marktwezen den toegang tot de Centrale Markt heeft ontnomen aan E. de Booy, Lumeystraat 10 III, wegens het zich schuldig maken aan heling, voor den tijd van drie maanden te verlengen, derhalve tot en met 14 Juli 1942.
Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeelingen Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (3 stuks) en Sociale Zaken (2 stuks)
Voor eensluidend extract,
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN
[Onderaan:] No 77/25 / 6 M. 1942 ^24/4 Dit document is een officieel besluit van de burgemeester van Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. De kern van het besluit is een administratieve straf voor een burger, E. de Booy, wonende aan de Lumeystraat 10-III.
De Booy was door de Directeur van het Marktwezen reeds voor 14 dagen geschorst van de Centrale Markt wegens heling (het verhandelen van gestolen goederen). De burgemeester bekrachtigt hier niet alleen deze straf, maar verlengt de ontzegging van de toegang aanzienlijk tot een periode van drie maanden (tot 14 juli 1942).
Opvallend is de gedetailleerde omschrijving van het wethouderschap ("Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen"), wat typerend is voor de toenmalige bureaucratische indeling van de gemeente. De ondertekening geschiedt door J.F. Franken, die destijds gemeentesecretaris was. Het document dateert uit april 1942, een periode in de Tweede Wereldoorlog waarin schaarste en distributie van levensmiddelen een cruciale rol speelden. De Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center aan de Jan van Galenstraat) was de spil in de voedselvoorziening van de stad.
Tijdens de bezetting was de burgemeester van Amsterdam Edward Voûte (aangesteld door de Duitsers). De controle op de markt was extreem streng om de zwarte handel en diefstal in te dammen. Heling werd in deze context niet slechts als een regulier misdrijf gezien, maar als een ondermijning van het distributiesysteem. Een toegangsverbod voor de markt was een zware sanctie, omdat dit de betrokkene effectief uitsloot van legale economische activiteiten of de mogelijkheid om als handelaar goederen te betrekken.
De handgeschreven notities ("Markt", "p. Bloem") en de stempels duiden op de administratieve verwerking door verschillende gemeentelijke diensten die toezicht hielden op de naleving van de straf.