Archief 745
Inventaris 745-391
Pagina 48
Jaar 1942
Stadsarchief

Rapportage van de controleur van de Centrale Markt.

7 april 1942.

Origineel

Rapportage van de controleur van de Centrale Markt. 7 april 1942. Nº 77/27/1 M. 1942 15/4 [handgeschreven/gestempeld]

RAPPORT

Op Donderdag 2 April 1942, werd mij, ondergeteekende, controleur B. Felthuis, door den heer van Es, Directeur van de N.V. Ned:Veiling, medegedeeld, dat bloemenkooper J. van Wijngaarden, oud 25 jaar en wonende Kleine Kattenburgerstraat 149 huis, op 1 April 1942 twee ledige kisten van de veiling had ingeleverd bij Kriebel, emballagemeester van de Veiling, waarbij van Wijngaarden de daartoe benoodigden emballagebon ter afstempeling had aangeboden. Aan de Ned:Veiling wordt namelijk alleen tegen afgifte van een afgestempelden emballagebon uitbetaling gedaan van statiegeld voor ledige kisten. Het bleek Kriebel echter, dat aan de cijfers van den emballagebon welke van Wijngaarden ter afstempeling had aangeboden, was geknoeid. Het kistencijfer op bedoelden bon alsmede het bedrag voor statiegeld was veranderd van 1 in 2. Een en ander bleek bij het vergelijken van den orgineelen bon met den copiebon. Kriebel heeft den bon en de kisten wel aangenomen doch werd aan van Wijngaarden geen statiegeld uitbetaald. Deze emballagebon genummerd 862, heeft den heer van Es mij ter hand gesteld.

Van Wijngaarden hierover door mij gehoord, verklaarde, dat hij op 27 Maart 1942 aan de Ned:Veiling gekocht had een kist inhouden een partij potplanten (Primulaas). Toen hij na afloop van de veiling deze kist kwam weghalen, bleek dat er twee kisten primulaas stonden. De veilingknecht welke van Wijngaarden zou hebben geholpen, zou aan hem ook de tweede kist planten hebben afgegeven. Van het afgeven van de tweede kist zou deze veilingknecht mededeeling doen aan de Veiling, terwijl dezelfde knecht, aldus van Wijngaarden, de cijfers op den emballagebon zou hebben veranderd. Wie deze knecht geweest is kon hij zich evenwel niet meer herinneren. Op 1 April heeft van Wijngaarden de ledige kisten weer ingeleverd bij Kriebel en deze den besproken bon ter afstempeling aangeboden.

Naar aanleiding van deze verklaring zij het volgende gemeld.
Op 27 Maart is door de Ned:Veiling een partij primulaas op normale wijze geveild. Van deze, noch van een andere partij is men op dien dag te kort gekomen. Ook voor en nadien tijd heeft men geen kist met potplanten gemist. Dat van Wijngaarden op 27 Maart dan ook twee kisten heeft mee kunnen nemen acht men van de zijde der Ned:Veiling beslist uitgesloten. Hierbij komt nog dat van Wijngaarden indien hij twee kisten zou hebben gehad in plaats van een aan de Ned:Veiling nog $f$ 6 verschuldigd zou zijn. Dit bedrag was namelijk op den eballagebon niet veranderd. Hoewel het niet onmogelijk is, dat van Wijngaarden aan de tweede ledige kist op een onrechtmatige wijze is gekomen, kon men mij, van de zijde der Ned:Veiling niet met zekerheid zeggen of daar een kist vermist werd. Waar hiervoor een aangever ontbreekt kan van Wijngaarden geen diefstal van een kist ten laste worden gelegd.

Het personeel van de Ned:veiling dat speciaal belast is met de afgifte van potplanten, verklaarde mij de verandering op den besproken bon niet te hebben aangebracht, zoodat met eenig recht mag worden verondersteld dat dit door van Wijngaarden zelf is gedaan. Voor de strafbaarheid van valschheid in geschrifte is evenwel noodig, dat hieruit nadeel kan ontstaan. Dat was hier ten opzichte van de Ned:Veiling niet het geval want van Wijngaarden heeft inderdaad twee kisten ingeleverd en zou de Ned:Veiling dus niet zijn benadeeld ook al was aan van Wijngaarden twee gulden statiegeld uitbetaald.

Den heer Bonenkamp, Inspecteur van den Justitioneelen Dienst, aan het Bureau Admiraal de Ruyterweg, met wien ik dit geval nader heb besproken, achtte geen voldoende termen aanwezig om tegen van Wijngaarden een strafrechterlijke vervolging in te stellen. Het feit blijft evenwel, dat van Wijngaarden met het inleveren van dezen bon de goede gang van zaken aan de Ned:Veiling heeft verstoord, op zijn minst althans in gevaar heeft gebracht.
De besproken emballagebon en de toegangskaart voor de Centrale Markt van Wijngaarden gaan hierbij.

[Links:] Den Heer Bedrijfschef v/h Marktwezen.
[Handtekening onleesbaar]

[Rechts:] Amsterdam 7 April 1942
Controleur,
[Handtekening: B. Felthuis]

[Onderaan handgeschreven notities:]
14 dagen m.v.r. 8 April '42 [paraaf]
77/27/3 M 18/4/42 [paraaf]

--- In dit rapport doet controleur B. Felthuis verslag van een incident bij de N.V. Nederlandse Veiling op de Centrale Markt in Amsterdam. De kern van de zaak is een vermoeden van fraude door bloemenhandelaar J. van Wijngaarden. Hij leverde twee lege kisten in en bood een emballagebon aan waarop het aantal handmatig was veranderd van 1 naar 2 kisten, om zo meer statiegeld te ontvangen.

Belangrijkste bevindingen:
1. De verklaring van de verdachte: Van Wijngaarden beweert dat hij per ongeluk een extra kist planten had meegekregen en dat een (anonieme) veilingknecht de bon voor hem had aangepast.
2. De weerlegging: De veiling stelt dat er op die dag geen tekorten waren in de administratie en dat het onmogelijk is dat hij zomaar een extra kist meekreeg zonder te betalen (hij had dan 6 gulden extra moeten afrekenen).
3. Juridische conclusie: Hoewel er duidelijk met de bon is geknoeid (valsheid in geschrifte), besluit de Inspecteur van de Justitiële Dienst niet tot vervolging over te gaan. De reden hiervoor is dat er geen sprake is van direct financieel nadeel voor de veiling: Van Wijngaarden leverde immers daadwerkelijk twee kisten in tegenover het gevraagde statiegeld voor twee kisten. Er is geen bewijs van diefstal van de kist zelf.
4. Maatregel: Hoewel niet strafrechtelijk vervolgd, wordt de toegangskaart van de handelaar ingehouden en het incident gerapporteerd aan de bedrijfschef voor interne disciplinaire afhandeling (mogelijk de handgeschreven "14 dagen" schorsing onderaan het document).

--- Dit document stamt uit april 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De Centrale Markt in Amsterdam was in die tijd een cruciaal knooppunt voor de voedsel- en goederenvoorziening. De administratie op de markt was uiterst streng, mede door de schaarste aan materialen (zoals houten veilingkisten) en de noodzaak om zwarte handel en fraude te beperken.

De N.V. Nederlandse Veiling was een belangrijke speler op het marktterrein. Het rapport illustreert de nauwe samenwerking tussen de marktcontroleurs en de "Justitioneelen Dienst" (gevestigd aan de Admiraal de Ruyterweg). Het toont aan dat zelfs kleine onregelmatigheden met statiegeld van enkele guldens hoog werden opgenomen en administratief tot in detail werden uitgezocht. De handgeschreven aantekening "14 dagen" onderaan suggereert een ordemaatregel, zoals een ontzegging van de toegang tot de markt voor een periode van twee weken.

Samenvatting

In dit rapport doet controleur B. Felthuis verslag van een incident bij de N.V. Nederlandse Veiling op de Centrale Markt in Amsterdam. De kern van de zaak is een vermoeden van fraude door bloemenhandelaar J. van Wijngaarden. Hij leverde twee lege kisten in en bood een emballagebon aan waarop het aantal handmatig was veranderd van 1 naar 2 kisten, om zo meer statiegeld te ontvangen.

Belangrijkste bevindingen:
1. De verklaring van de verdachte: Van Wijngaarden beweert dat hij per ongeluk een extra kist planten had meegekregen en dat een (anonieme) veilingknecht de bon voor hem had aangepast.
2. De weerlegging: De veiling stelt dat er op die dag geen tekorten waren in de administratie en dat het onmogelijk is dat hij zomaar een extra kist meekreeg zonder te betalen (hij had dan 6 gulden extra moeten afrekenen).
3. Juridische conclusie: Hoewel er duidelijk met de bon is geknoeid (valsheid in geschrifte), besluit de Inspecteur van de Justitiële Dienst niet tot vervolging over te gaan. De reden hiervoor is dat er geen sprake is van direct financieel nadeel voor de veiling: Van Wijngaarden leverde immers daadwerkelijk twee kisten in tegenover het gevraagde statiegeld voor twee kisten. Er is geen bewijs van diefstal van de kist zelf.
4. Maatregel: Hoewel niet strafrechtelijk vervolgd, wordt de toegangskaart van de handelaar ingehouden en het incident gerapporteerd aan de bedrijfschef voor interne disciplinaire afhandeling (mogelijk de handgeschreven "14 dagen" schorsing onderaan het document).


Historische Context

Dit document stamt uit april 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De Centrale Markt in Amsterdam was in die tijd een cruciaal knooppunt voor de voedsel- en goederenvoorziening. De administratie op de markt was uiterst streng, mede door de schaarste aan materialen (zoals houten veilingkisten) en de noodzaak om zwarte handel en fraude te beperken.

De N.V. Nederlandse Veiling was een belangrijke speler op het marktterrein. Het rapport illustreert de nauwe samenwerking tussen de marktcontroleurs en de "Justitioneelen Dienst" (gevestigd aan de Admiraal de Ruyterweg). Het toont aan dat zelfs kleine onregelmatigheden met statiegeld van enkele guldens hoog werden opgenomen en administratief tot in detail werden uitgezocht. De handgeschreven aantekening "14 dagen" onderaan suggereert een ordemaatregel, zoals een ontzegging van de toegang tot de markt voor een periode van twee weken.

Locaties

Amsterdam.

Ambtenaren

Bedrijfschef

Gerelateerde Documenten 1