Proces-verbaal (politierapport)
Origineel
Proces-verbaal (politierapport) 30 april 1942 [Handgeschreven bovenaan: H.K.]
PRO JUSTITIA.
Marktwezen No. 77/35/47 M
POLITIE TE AMSTERDAM.
2e sectie 2e afdeeling.
PROCES-VERBAAL.
Proces-verbaal contra Gerard Nott, oud 17 jaar, knecht, wonende 1e Jan Steenstraat 153 te Amsterdam-Zuid, verdacht van diefstal van 29 ledige kisten, gepleegd op de Centrale Markt te Amsterdam-West, op Donderdag 30 April 1942, ten nadeele van Adrianus Anthonis Bijpe, oud 43 jaar en wonende Hofwijkstraat 4 te Amsterdam-West.
Op Donderdag 30 April 1942, des voormiddags omstreeks 8.30 uur werd mij, ondergeteekende, Barend Felthuis, ambtenaar bij het Marktwezen te Amsterdam, tevens onbezoldigd veldwachter dezer gemeente, dienstdoende op de Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat alhier, door een mij bekend persoon, die mij later desgevraagd opgaf te zijn genaamd: Adrianus Anthonis Bijpe, oud 43 jaar, winkelier in groenten en fruit, wonende Hofwijkstraat 4 alhier, aangifte gedaan en verklaarde hij:
"Zoojuist werd mij door mijn knecht, genaamd Van Workum, medegedeeld, dat van mijn handkar, waarop zich een partij ledige kisten had bevonden, een gedeelte was weggenomen. Dit was mogelijk geweest, omdat bedoelde knecht de handkar eenige oogenblikken onbeheerd had laten staan op den hoofdweg van de Centrale Markt ter hoogte van pier C, om een anderen knecht van mij, die zich elders op de Centrale Markt bevond, een opdracht van mij over te brengen. Van Workum heeft mij voorts medegedeeld, dat hij de handkar heeft teruggevonden achter op pier C, ter hoogte van de kistenopslagplaats van Barend van Dijk, die zooals U bekend is aldaar een kistencentrale heeft. Op de handkar bevonden zich nog 6 ledige kisten, hoewel er voordien ongeveer 36 of 37 kisten op waren geweest. Mijn knecht informeerde terstond bij bedoelden Barend van Dijk en vernam van dezen, dat een jongeman zoojuist 29 ledige kisten bij hem had ingeleverd. Het statiegeld voor deze kisten zou Van Dijk aan den jongeman, die de kisten had ingeleverd niet hebben uitbetaald, doch hem een emballagebon hebben medegegeven, waarop hij eerst Zaterdag 2 Mei het bedrag aan statiegeld zou kunnen ontvangen. Ik acht het niet onmogelijk, dat deze jongeman dezelfde is, die mijn kar met ledige kisten heeft weggenomen en de 29 kisten, welke hij bij Van Dijk heeft ingeleverd van mijn partij afkomstig zijn. Ik verzoek U een onderzoek te willen doen en indien hiertoe termen aanwezig tegen de eventueele dader een strafrechterlijke vervolging in te stellen. Na voorlezing volhard ik bij deze verklaring en teeken haar met U."
[Handgeschreven handtekening: Felthuis] [Handgeschreven handtekening: A. Bijpe]
Naar aanleiding van bovengemelde aangifte heb ik, verbalisant een onderzoek ingesteld en hoorde op 30 April 1942 een persoon, die mij desgevraagd opgaf te zijn genaamd: Wilhelm Johannes van Workum, oud 21 jaar, knecht bij Bijpe, wonende Balistraat 125 alhier, die mij als volgt verklaarde: "Hedenmorgen bevond ik mij omstreeks 8.10 met een handkar, geladen met ledige kisten, welke aan mijn baas toebehoorde, op den hoofdweg van de Centrale Markt ter hoogte van pier C., toen ik opdracht kreeg om een andere knecht van mijn baas, welke knecht zich op een der andere pieren van de Centrale Markt moest bevinden, een boodschap over te brengen. Ik liet daartoe de handkar met kisten op de aangeduide plaats onbeheerd staan. Toen ik weer op deze plaats aankwam, ongeveer 5 minuten later, bemerkte ik, dat de handkar met kisten verdwenen was. Ik begaf mij op pier C en vond de handkar op het eind van deze pier terug. Ik constateerde, dat het grootste gedeelte van de kisten verdwenen was. Waar de handkar dicht in de omgeving stond van de kistencentrale van Barend van Dijk, achtte ik het niet uitgesloten, dat een onbevoegde de kar daar had hengebracht en de kisten had ingeleverd bij Barend van Dijk. Desgevraagd deelde Van Dijk mij dan ook mede, dat een hem van aanzien bekende jongeman zoo juist 29 ledige kisten had ingeleverd op naam van een zekeren Snoek, doch dat hij, Van Dijk, de jongeman het statiegeld van deze 29 kisten niet had uitbetaald. Wel had hij hem een emballagebon ter waarde van 27,18 medegedeeld. Van een en ander heb ik terstond mijn patroon, Bijpe, in kennis gesteld."
Hierna vertoonde Van Workum mij een handkar, waarvan de linkersteunpoot gebroken is en waarvan de kisten, die aan Bijpe toebehoorden. Het document is een gedetailleerd verslag van een diefstal op de Amsterdamse Centrale Markt. De kern van de zaak is de diefstal van 29 lege kisten van een onbeheerde handkar. De dader probeerde direct geld te verdienen door de kisten in te leveren bij een kistencentrale voor het statiegeld. Opvallend is dat de dader niet direct contant geld kreeg, maar een 'emballagebon' ter waarde van 27,18 gulden, die pas later verzilverd kon worden. Dit administratieve spoor leidde vermoedelijk direct naar de identificatie van de 17-jarige verdachte, Gerard Nott. Het taalgebruik is formeel-juridisch ("ten nadeele van", "verbalisant", "volhard ik bij deze verklaring"). Dit proces-verbaal dateert van april 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was de spil van de voedselvoorziening in de stad. In een tijd van toenemende schaarste en armoede kwam kleinschalige criminaliteit, zoals de diefstal van emballage voor statiegeld, vaker voor. De waarde van 27,18 gulden was voor die tijd een aanzienlijk bedrag (ter vergelijking: een gemiddeld weekloon lag rond de 20 tot 30 gulden). De rol van de "onbezoldigd veldwachter" werkzaam voor het Marktwezen laat zien hoe de handhaving op het marktterrein specifiek was georganiseerd. A. Bijpe Marktwezen Politie