Pagina uit een proces-verbaal (pagina 2).
Origineel
Pagina uit een proces-verbaal (pagina 2). Mei 1942 (betreft gebeurtenissen op 30 april en 1 mei 1942). -2-
Hierna gehoord op 30 April 1942 den mij bekenden Barend van Dijk, oud 50 jaar, houder van een kistencentrale, gevestigd op de Centrale Markt in pakhuis C 13, wonende Da Costakade 200 te Amsterdam-West. Bedoelde Van Dijk neemt van de kooplieden op de Centrale Markt gangbaar ledige kisten kisten tegen eenige provisie in ontvangst, waarna hij voor doorzending van de ledige kisten naar de betrokken veilingen zorg draagt. Van Dijk verklaarde mij, verbalisant, dat een hem van aanzien bekende jongeman op 30 April 1942, des voormiddags omstreeks 8.10 uur 29 ledige kisten had ingeleverd op naam van Snoek. Het statiegeld van deze kisten was door Van Dijk aan den bedoelden jongeman niet uitbetaald. Hij had namelijk een emballagebon ontvangen ter waarde van ƒ 27,18, welke bon was genummerd 904. Eerst op Zaterdag 2 Mei zouden emballagebonnen, welke boven de 900 genummerd waren, ter uitbetaling worden aangenomen. Even nadat de bedoelde jongeman de 29 kisten op naam van Snoek had ingeleverd, had Van Dijk van Van Workum vernomen, dat diens patroon een partij kisten vermiste. Ook hij, Van Dijk, achtte het niet onmogelijk, dat de kisten, die waren ingeleverd op naam van Snoek, de kisten van Eijpe waren.
Op Vrijdag 1 Mei 1942, heb ik, verbalisant, in het pakhuis C 13 van de Centrale Markt, op aanwijzing van Van Dijk aangehouden een mij onbekenden jongeman, die mij later desgevraagd opgaf te zijn genaamd: GERARD NETT, geboren te Koudekerke, 27 October 1924, knecht, wonende 1e Jan Steenstraat 133 II te Amsterdam-Zuid, juist op het moment, dat hij emballagebon 904 ter uitbetaling aanbood, welke bon ik, verbalisant, terstond in beslag heb genomen. Ik heb Nett overgebracht naar het kaartenkantoor van de Centrale Markt, alwaar hij door mij voorloopig is gehoord. Hij verklaarde desgevraagd als volgt: "Ik ben als personeel in dienst geweest bij den groentenhandelaar P.M.A. Snoek, doch sinds Maandag 27 April 1942 ontslagen. Waar ik evenwel nog in het bezit was van mijn toegangskaart voor de Centrale Markt kon ik zonder moeite het marktterrein betreden. Voor mijn gewezen baas had ik meerdere malen ledige kisten in moeten leveren bij Barend van Dijk. Ik was dus met den gang van zaken daar op de hoogte. Toen ik mij nu op Donderdag 30 April 1942 omstreeks 8.15 uur op het terrein van de Centrale Markt bevond en op den hoofdweg, ter hoogte van pier C een handkar met ledige kisten zag staan, kwam bij mij het plan op om deze kisten bij Barend van Dijk in te leveren. Ik heb deze handkar toen van den hoofdweg naar de opslagplaats van Van Dijk gereden en bij hem 29 ledige kisten afkomstig van verschillende veilingen, ingeleverd, op naam van mijn vroegeren baas "Snoek". Voor de kisten ontving ik evenwel niet het statiegeld, doch wel den emballagebon ter waarde van ƒ 27,18 en genummerd met 904. Naar mij nog werd medegedeeld kon ik eerst op Zaterdag 2 Mei het geld in ontvangst nemen. Hierop ben ik heengegaan zonder mij verder om de handkar, waar ik de kisten vanaf genomen had, te bekommeren. Waar ik echter zoo spoedig mogelijk het geld van de kisten in handen wilde hebben, heb ik zoo juist getracht de emballagebon bij Van Dijk ter uitbetaling aan te bieden, doch werd daarin verhinderd. Ik had van niemand toestemming gekregen om de 29 kisten van de handkar weg te nemen of daar op andere wijze over te beschikken.
Op mijn verzoek verscheen Eijpe met de genoemde handkar aan het kaartenkantoor van de Centrale Markt en verklaarde Nett mij, nadat ik hem de handkar had vertoond, deze te herkennen als dezelfde waarvan hij op 30 April 1942 de 29 kisten had weggenomen en bij Van Dijk ingeleverd. Voorts verklaarde Eijpe mij, nadat ik hem Nett had vertoond, aan dezen geen toestemming te hebben gegeven de handkar met kisten weg te nemen, de kisten bij Van Dijk in te leveren of daar op andere wijze over te beschikken.
De besproken emballagebon heb ik, verbalisant, inbeslaggehouden en bij dit proces-verbaal gevoegd. Van de kisten welke Nett op 30 April 1942 bij Van Dijk had ingeleverd, kon door mij niets inbeslaggenomen worden aangezien ze toen reeds door Van Dijk bij soortgelijke waren gevoegd. Naar voorloopig door mij te zijn gehoord heb ik Nett heengezonden.
En heb ik hiervan dit proces-verbaal op den door mij afgelegden ambtseed, opgemaakt, geteekend en gesloten te Amsterdam, Mei 1942.
Ambtenaar bij het Marktwezen,
(handtekening)
(B. Althuis).
Gezien:
de Commissaris van Politie.
--- Dit document is een getuigenverklaring en schuldbekentenis in een zaak van kleine criminaliteit op de Centrale Markt in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van de zaak is als volgt:
- De Daad: Op 30 april 1942 stal de 17-jarige Gerard Nett, een onlangs ontslagen knecht, 29 lege veilingkisten van een handkar die op het marktterrein stond (eigendom van de heer Eijpe).
- De Fraude: Nett leverde deze kisten in bij de kistencentrale van Barend van Dijk. Hij deed dit onder de naam van zijn voormalige werkgever, groentenhandelaar Snoek, om zo statiegeld te innen.
- De Tegenslag: Vanwege administratieve regels kreeg hij geen contant geld, maar een emballagebon (nr. 904) ter waarde van 27,18 gulden, die pas op zaterdag 2 mei verzilverd kon worden.
- De Aanvaring: Wanneer Nett op 1 mei de bon probeert te verzilveren, wordt hij door de marktambtenaar Althuis aangehouden op aanwijzing van Van Dijk, die inmiddels onraad had geroken.
- De Afloop: Nett bekent de feiten. De bon wordt in beslag genomen, maar de kisten kunnen niet meer getraceerd worden omdat ze al gemengd zijn met de rest van de voorraad. Nett wordt na verhoor voorlopig heengezonden.
--- Dit document biedt een inkijkje in het dagelijks leven en de handhaving op de Centrale Markt in Amsterdam tijdens de Duitse bezetting (1942).
- Economische Schaarste: In oorlogstijd waren materialen zoals houten veilingkisten schaars en waardevol. Het bedrag van 27,18 gulden was in 1942 een aanzienlijk bedrag (vandaag de dag vergelijkbaar met ongeveer 200 à 250 euro koopkracht).
- Controles: De Centrale Markt was een streng gereguleerde plek, essentieel voor de voedselvoorziening. Toegangskaarten waren verplicht, al bleek uit dit verslag dat de controle daarop niet waterdicht was (Nett kon met zijn oude kaart het terrein nog op).
- Rechtsgang: Hoewel het land bezet was, bleven de civiele en gemeentelijke diensten (zoals het Marktwezen en de Amsterdamse politie) grotendeels functioneren volgens de bestaande Nederlandse bureaucratische procedures voor kleine vergrijpen.
- Locatie: De Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat (tegenwoordig het Food Center Amsterdam) was het logistieke hart van de Amsterdamse voedselhandel. De genoemde adressen zoals de Da Costakade en de 1e Jan Steenstraat zijn bekende locaties in Amsterdam-West en Zuid.