Officiële brief/kennisgeving
Origineel
Officiële brief/kennisgeving 20 januari 1942 De Directeur van de Centrale Markt, Amsterdam Den Heer H. Waterman, Nieuwe Achtergracht 105 hs, Amsterdam-Centrum (Wijk 10) [Handgeschreven in blauw potlood, linksboven:] Verzonden 20/1
[Handgeschreven in inkt, rechtsboven:] (onleesbare krabbel, mogelijk paraaf)
HG.
den Heer H. Waterman,
Nieuwe Achtergracht 105 hs,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 10.
77/9/2 M. 20 Januari 1942.
Mij is gerapporteerd, dat U zich op 9 Januari jl. op de
Centrale Markt hebt schuldig gemaakt aan diefstal van een krat.
Op grond van dit feit ontzeg ik U, ingevolge artikel 35
lid 1 van het Reglement op de Centrale Markt, den toegang tot die
markt voor den tijd van veertien dagen, namelijk van 23 Januari tot
en met 5 Februari a.s., terwijl ik aan den Burgemeester de vraag ter
beoordeeling heb voorgelegd, of U voor langeren termijn behoort te
worden uitgesloten.
De Directeur, In deze brief stelt de directeur van de Centrale Markt in Amsterdam de heer H. Waterman op de hoogte van een sanctie. Aanleiding is een gerapporteerde diefstal van een krat op 9 januari 1942. De straf bestaat uit een tijdelijk toegangsverbod voor de markt van veertien dagen (van 23 januari tot en met 5 februari 1942). De directeur laat tevens weten dat hij de zaak heeft geëscaleerd naar de burgemeester om te laten bepalen of Waterman voor een langere periode of permanent moet worden uitgesloten van de markt. Dit document stamt uit januari 1942, de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De historische context is hier cruciaal:
1. Locatie en identiteit: De ontvanger, de heer Waterman, woonde aan de Nieuwe Achtergracht, in het hart van de Joodse buurt van Amsterdam. Waterman is bovendien een veelvoorkomende Joodse achternaam.
2. Impact: Voor een handelaar of iemand die afhankelijk was van de Centrale Markt voor zijn inkomen of voedselvoorziening, was een toegangsverbod een zeer zware straf.
3. Toenemende repressie: In deze fase van de bezetting werden Joodse burgers steeds vaker onder een vergrootglas gelegd door de autoriteiten. Kleine vergrijpen werden vaak aangegrepen om harde maatregelen te treffen. De Burgemeester van Amsterdam was in deze tijd de pro-Duitse E.J. Voûte, wat de ernst van de overdracht aan zijn bureau onderstreept. Een dergelijke melding kon in deze tijd verstrekkende gevolgen hebben voor de betrokkene. E.J. Vo H. Waterman