Tweede pagina van een ambtelijke brief.
Origineel
Tweede pagina van een ambtelijke brief. 22 september 1942. Directeur van het Marktwezen (Amsterdam). Bladzijde 2 van brief No. 77/37/19 M. d.d. 22 September 1942 aan den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen van den Directeur van het Marktwezen.
Van de gepleegde feiten staat alleen de overschrijding van de maximum-prijzen ter beoordeeling van den Inspecteur voor de Prijsbeheersching. Van de beide gevallen van prijsoverschrijding heeft de prijsrechter thans nog alleen één geval berecht. In dit geval heeft de prijsrechter volstaan met het eischen van een geringe boete, omdat, naar hij mij in een telefonisch onderhoud mededeelde, rekening hield met de zware straf van ontzegging van toegang tot de Centrale Markt, welke van Gemeentewege reeds was toegepast. De van Gemeentewege tegen Karsseboom genomen maatregelen zijn echter gebaseerd op overtredingen van het Marktreglement, welke zich geheel en al aan de beoordeeling van den prijsrechter onttrekken; ~~de prijsovertredingen waren voor de gemeente bijkomstig,~~ één en ander heb ik bij vorengenoemd onderhoud reeds onder de aandacht van den prijsrechter (Mr. Hattink) gebracht.
Het verweer van adressant, dat slechts Karsseboom iets ten laste is gelegd kan slechts gelden voor wat de prijsoverschrijdingen betreft; ten aanzien van de overtredingen Reglement Centrale Markt (verstoren orde door het optreden als grossier en door den bonnenhandel), gelden uiteraard de bepalingen van dit reglement, en in het onderhavige geval moest, wilde het optreden in de zaak Karsseboom effect hebben, behalve artikel 35, ook artikel 38 worden toegepast.
Op grond van het bovenstaande moet ik dan ook vooralsnog ontraden om aan de fa. Karsseboom weder toegang tot de Centrale Markt te verleenen.
Ik geef U beleefd in overweging den adressant van een en ander mededeeling te doen.
De Directeur,
[Handtekening]
Marginale aantekeningen (links):
Li
bh
T.
FJ
- v. Ratel
- Top M
v. d.
F 35
Handgeschreven toevoeging (onderzijde):
besproken met van Meurs op 24/9 1942 * Kern van het geschil: De prijsrechter (Mr. Hattink) heeft een lichte boete opgelegd voor prijsopdrijving omdat hij meende dat de uitsluiting van de markt al straf genoeg was. De Directeur van het Marktwezen bestrijdt dit: de uitsluiting is niet gebaseerd op de prijs (rijksbeleid), maar op schending van het Amsterdamse Marktreglement (lokale orde).
* Specifieke overtredingen: De firma Karsseboom wordt beschuldigd van het illegaal optreden als grossier en "bonnenhandel" (handel in distributiebescheiden). Dit laatste wijst op zwarte handel tijdens de bezettingsjaren.
* Juridische basis: Er wordt verwezen naar de artikelen 35 en 38 van het Marktreglement van de Centrale Markt om de voortzetting van de ontzegging van toegang te rechtvaardigen.
* Doorhaling: In de eerste alinea is de zin "de prijsovertredingen waren voor de gemeente bijkomstig," doorgehaald, vermoedelijk om de tekst ambtelijk neutraler te maken, hoewel de strekking van de brief gelijk blijft. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). De Centrale Markt in Amsterdam (de huidige Food Center lokatie) was in deze tijd van cruciaal belang voor de voedselvoorziening. Vanwege de schaarste was er een strikte "Prijsbeheersching" en een distributiesysteem met bonnen.
De brief illustreert de spanning tussen verschillende controlerende instanties: de landelijke prijsbeheersing (die strafrechtelijk optrad) en het gemeentelijk marktwezen (dat tuchtrechtelijk optrad via toegangsverboden). De vermelding van "bonnenhandel" is tekenend voor de wijdverbreide illegale handel in die periode, die door de overheid streng werd aangepakt om de gecontroleerde voedseldistributie in stand te houden. De handgeschreven notitie onderaan bevestigt dat er op 24 september 1942 overleg is geweest met een zekere Van Meurs over deze zaak.