Ambbtelijk advies of concept-brief (pagina 4 van een langer schrijven).
Origineel
Ambbtelijk advies of concept-brief (pagina 4 van een langer schrijven). [Marginaal links:] de Gem.- Adviseur,
geheel zelfstandig moet oordeelen
en er betrachten en dat hier een
gedeelde verantwoordelijkheid niet
op zijn plaats zou zijn.
De strekking en de geest der bepa-
lingen van het Reglement op de C.M. is
naar het oordeel der ondergeteekende
nu zoodanig, dat ook gestraft moet
worden voor feiten, welke buiten de
C.M. zijn gepleegd, doch welke feiten
indirect de orde of den goeden gang
van zaken op de C.M. in gevaar brengen.
Hiertoe dienen zeker in dezen tijd
de overtredingen ter zake van prijsop-
drijving, ook als deze buiten de C.M.
plaatsvinden te worden gerekend.
Het gaat er hier niet om, waar,
doch dat deze overtredingen plaatsvinden.
Intusschen dienen de moeielijk-
heden, verbonden aan sluiting van zaken
der kleinhandelaren, niet uit het oog te
worden verloren, zoodat het zeker gewenscht
is ten deze de noodige voorzichtigheid te
betrachten. Teneinde echter het gezag
der Gemeentelijke Overheid tegenover alle
overtreders te doen gelden, komt het ons
gewenscht voor, dat alsnog tegen de
winkeliers Van Vlaarich en Groot een strafmaat-
regel wordt getroffen.
Op grond van het bovenstaande
stellen ondergeteekenden U voor, goed
te keuren, dat de eerstondergeteekende,
i.v.m. het bepaalde in art. 35 van het
Reglement op de C.M. beide winkeliers
[doorhalingen: straf... herstellen van de orde op de markt]
met ontzegging van het recht van
toegang tot de C.M. voor den tijd van
een of twee weken, terwijl aan de overheid
te mogen overlaten of dezer winkeliers op grond van
het bepaalde in het tweede lid van art. 35, een zwaardere
en verder strekkende straf moet worden opgelegd. De kern van dit document is een juridische/bestuursrechtelijke argumentatie over de reikwijdte van marktreglementen. De schrijver betoogt dat het Reglement op de Centrale Markt (C.M.) niet alleen van toepassing is op handelingen binnen de markthallen of op het marktterrein, maar ook op feiten die daarbuiten plaatsvinden, mits deze de orde op de markt "indirect" schaden.
Specifiek wordt "prijsopdrijving" (speculatie of het vragen van te hoge prijzen) genoemd als een vergrijp dat hard aangepakt moet worden om het gezag van de overheid te handhaven. Er wordt een concreet strafvoorstel gedaan voor twee winkeliers, genaamd Van Vlaarich en Groot: hen moet voor één of twee weken de toegang tot de markt worden ontzegd. De auteur weegt hierbij het algemeen belang (gezag en orde) af tegen de economische schade voor de kleine zelfstandige (de "moeielijkheden verbonden aan sluiting van zaken"). Het document dateert zeer waarschijnlijk uit de periode van de Tweede Wereldoorlog of de directe nasleep daarvan (de schaarsteperiode). De term "prijsopdrijving" was in die tijd een beladen begrip; de overheid probeerde via de prijsbeheersing en de Crisis Controle Dienst (CCD) de zwarte markt en inflatie in te dammen. De "C.M." verwijst naar de Centrale Markt (zoals de Centrale Markthallen in Amsterdam), die een cruciale rol speelde in de voedselvoorziening en distributie. De nadruk op het "gezag der Gemeentelijke Overheid" suggereert een noodzaak tot krachtig optreden in een tijd van economische ontregeling.