Archief 745
Inventaris 745-391
Pagina 184
Jaar 1942
Stadsarchief

Handgeschreven ambtelijk concept of verslag (pagina 2).

Vermeldt gebeurtenissen uit februari en mei 1942.

Origineel

Handgeschreven ambtelijk concept of verslag (pagina 2). Vermeldt gebeurtenissen uit februari en mei 1942. (2

tot gevolg.
In Mei 1942 strafte de Inspectie
voor de Prijsbeheersing ernstige overtreding
der prijsvoorschriften ook met sluiting
van de zaken ~~van de kleinhandelaren~~.
In verband ~~met dit standpunt~~ met dit laatste werd bij Besluit
van den B.m. dd. 6/2 1942 No 193 Z.M.
art. 35 van het Reglement der C.M. — aangevuld
met de bepaling, dat dengene, die wegens
prijsopdrijving werd gestraft met sluiting
van zijn zaak, gedurende die sluiting geen
toegang tot de C.M. wordt verleend. Deze
maatregel is getroffen om de door de
Prijsbeheersing opgelegde straf te perfectionneeren.
Vandaar dat de ondergetekende heeft
gemeend te moeten afwachten welke strafmaat-
regelen door genoemde Inspectie tegen
de bedoelde winkeliers zouden worden genomen,
hetgeen welk standpunt in de tweede
alinea van [tussenvoeging: pagina 1 van] zijn meergenoemden brief
van 22 Mei jl. is neergelegd.
Bovendien hadden de betr. Politie-
autoriteiten hem verzocht vooralsnog
tegen de betrokken winkeliers, die de
onderhavige zaken hebben aangebracht,
~~van de~~ geen strafmaatregelen te nemen, omdat
het dan in de toekomst moeilijk zou
worden om in soortgelijke zaken
politioneel in te grijpen, aangezien betrok-
kenen dan uit angstoverwegingen zouden
zwijgen. Dergelijke verzoeken worden
veelvuldig door ambtenaren van Prijsbe-
heersing of Politie gedaan.
Intusschen is van de Prijsbeheersing
bericht ontvangen, dat de klachten tegen
de winkeliers zijn geseponeerd, zoodat
dus geen verdere strafvervolging tegen
hen zal worden ingesteld. Daarbij deelde
de Inspecteur voor de Prijsbeheersing in
het Ressort Amsterdam mede, dat Het document is een ambtelijk schrijven over de juridische en praktische afwikkeling van prijsbeheersingszaken tijdens de Duitse bezetting. De tekst bevat veel doorhalingen en correcties, wat wijst op een conceptverslag of een kopie voor het archief.

De kern van de tekst draait om een nieuw besluit van de Burgemeester (B.m.) uit februari 1942, waarbij artikel 35 van het reglement van de Centrale Markt (C.M.) werd aangevuld. De sanctie op 'prijsopdrijving' (woekerwinsten) werd verzwaard: wie zijn winkel moest sluiten als straf, verloor direct ook de toegang tot de Centrale Markt. Dit was een zware economische straf, bedoeld om de handhaving te "perfectioneren".

Een interessant aspect in de tekst is de rol van de politie. Zij verzochten om bepaalde winkeliers niet te straffen, omdat deze winkeliers als informant hadden opgetreden ("de onderhavige zaken hebben aangebracht"). De politie vreesde dat informanten in de toekomst zouden zwijgen als zij zelf ook gestraft zouden worden. Uiteindelijk meldt de schrijver dat de zaken zijn geseponeerd door de Inspectie voor de Prijsbeheersing. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was er in Nederland sprake van toenemende schaarste, wat leidde tot zwarte handel en prijsopdrijving. De bezetter en het Nederlandse ambtelijke apparaat probeerden dit te beheersen via de 'Inspectie voor de Prijsbeheersing'.

De Centrale Markt (C.M.) in Amsterdam was het kloppende hart van de voedseldistributie. Een verbod op toegang tot de C.M. betekende voor een handelaar dat hij geen voorraad meer kon inkopen, wat effectief het einde van zijn onderneming betekende. Dit document toont de spanning tussen de noodzaak om streng te straffen en de pragmatische behoefte van de politie om informanten (die vaak zelf ook de regels overtraden) te beschermen om de zwarte markt in kaart te kunnen brengen.

Samenvatting

Het document is een ambtelijk schrijven over de juridische en praktische afwikkeling van prijsbeheersingszaken tijdens de Duitse bezetting. De tekst bevat veel doorhalingen en correcties, wat wijst op een conceptverslag of een kopie voor het archief.

De kern van de tekst draait om een nieuw besluit van de Burgemeester (B.m.) uit februari 1942, waarbij artikel 35 van het reglement van de Centrale Markt (C.M.) werd aangevuld. De sanctie op 'prijsopdrijving' (woekerwinsten) werd verzwaard: wie zijn winkel moest sluiten als straf, verloor direct ook de toegang tot de Centrale Markt. Dit was een zware economische straf, bedoeld om de handhaving te "perfectioneren".

Een interessant aspect in de tekst is de rol van de politie. Zij verzochten om bepaalde winkeliers niet te straffen, omdat deze winkeliers als informant hadden opgetreden ("de onderhavige zaken hebben aangebracht"). De politie vreesde dat informanten in de toekomst zouden zwijgen als zij zelf ook gestraft zouden worden. Uiteindelijk meldt de schrijver dat de zaken zijn geseponeerd door de Inspectie voor de Prijsbeheersing.

Historische Context

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was er in Nederland sprake van toenemende schaarste, wat leidde tot zwarte handel en prijsopdrijving. De bezetter en het Nederlandse ambtelijke apparaat probeerden dit te beheersen via de 'Inspectie voor de Prijsbeheersing'.

De Centrale Markt (C.M.) in Amsterdam was het kloppende hart van de voedseldistributie. Een verbod op toegang tot de C.M. betekende voor een handelaar dat hij geen voorraad meer kon inkopen, wat effectief het einde van zijn onderneming betekende. Dit document toont de spanning tussen de noodzaak om streng te straffen en de pragmatische behoefte van de politie om informanten (die vaak zelf ook de regels overtraden) te beschermen om de zwarte markt in kaart te kunnen brengen.

Locaties

Betreft Amsterdam (verwijzing naar Ressort Amsterdam en de Centrale Markt).

Gerelateerde Documenten 1