Archiefdocument
Origineel
Een ambtelijke afdeling (mogelijk de Marktdienst of Wehrmachthandelmaatschappij, aangeduid met "W.H.M."), gericht aan een hogere autoriteit of andere afdeling. (In de kantlijn linksboven:)
Verhandelen van distributiebescheiden o.a. door winkeliers A. van Mourik en P. Groot
(Rechtsboven:)
A’dam, 12/8 1942
W.H.M.
spoed -> / in concept typen
(Hoofdtekst:)
Naar aanleiding van Uw brief dd. 27 Juli jl. No. 54/21 / Z.M. 1942 hebben ondergetekenden de eer U te berichten hieronder een uiteenzetting te geven van de redenen waarom de eerstondergetekende in zijn brief van 22 Mei jl. No. 77/37/8 M niet heeft voorgesteld om de bij den handel in distributiebescheiden betrokken winkeliers Van Mourik en Groot tegelijk met de andere in de rapporten van den controleur Felthuis genoemde personen voorloopig dan wel voor goed den toegang tot de Centrale Markt te ontzeggen.
In verband met het feit, dat inmiddels in de onderhavige zaak nieuwe elementen naar voren zijn gekomen, welke van principieelen beteekenis zijn, hebben ondergetekenden voorts gemeend U van advies te moeten dienen omtrent den toekomstige gedragslijn, welke bij overtredingen als de onderhavige, ook t.a.v. winkeliers, van gemeentewege moet worden gevolgd.
In de eerste plaats mogen wij U erop wijzen, dat de bij de onderhavige zaken betrokken personen kunnen worden onderscheiden in expediteurs en koopers (winkeliers), hetgeen van beteekenis is bij de beoordeeling van de op aan te leggen strafmaat. Eerstgenoemden kunnen nl. zonder bezwaar uit het distributieproces worden gestoten, omdat er voldoende gegadigden zijn om de betr. werkzaamheden over te nemen; het stooten van laatstgenoemden uit dit proces heeft onmiddellijk, zooals U bekend is, verstoring van de levensmiddelenvoorziening der burgerij. Het document is een beleidsmatig schrijven over de aanpak van fraude met distributiebonnen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het centrale punt is de afweging tussen het straffen van wetsovertreders en het behoud van de maatschappelijke orde.
De auteurs maken een functioneel onderscheid tussen twee groepen fraudeurs:
1. Expediteurs: Zij worden als vervangbaar gezien. Hun verwijdering uit het proces heeft geen gevolgen voor de algemene voedselvoorziening.
2. Winkeliers: Zij vormen een cruciale schakel in de distributie aan de burgers. De brief waarschuwt dat het uitsluiten van deze groep (zoals de genoemde Van Mourik en Groot) direct zal leiden tot een verstoring van de levensmiddelenvoorziening in de stad.
De tekst getuigt van een pragmatische bestuursstijl onder bezetting: men erkent de ernst van de overtreding (zwarte handel), maar adviseert tegen een te zware strafmaat (zoals een verbod op de Centrale Markt) voor winkeliers, omdat het algemeen belang (voldoende eten voor de burgers) zwaarder weegt dan de individuele bestraffing. In augustus 1942 was Nederland reeds ruim twee jaar bezet door nazi-Duitsland. De schaarste aan basisbehoeften was groot en alles was 'op de bon'. De illegale handel in deze distributiebonnen was een wijdverbreid verschijnsel, variërend van kleinschalige overlevingstactieken tot grootschalige zwarte handel.
De Centrale Markt in Amsterdam was het logistieke hart voor de voedselverdeling in de stad. Wie de toegang tot deze markt werd ontzegd, kon feitelijk zijn zaak niet meer voortzetten. Dit document illustreert het dilemma van de Amsterdamse ambtenarij: hoe handhaaf je de regels zonder de toch al fragiele voedselvoorziening volledig te laten instorten? De angst voor onrust onder de burgerij door een gebrek aan levensmiddelen was voor het bestuur een belangrijke drijfveer om winkeliers minder hard aan te pakken dan tussenpersonen. A. van Mourik P. Groot