A. van Mourik
Bekijk Verhaal ➔Archiefdocumenten
Proces-verbaal / Rapport van wangedrag op de werkvloer.
Het document betreft een intern rapport over een kleine diefstal op het terrein van de Centrale Markt in Amsterdam. De 18-jarige C. Heijst, werkzaam bij een koper, werd betrapt op het meenemen van drie lege kisten die eigendom waren van grossier G. van Smeerdijk. Hoewel de kisten werden teruggegeven en de eigenaar geen officiële aangifte bij de politie wilde doen, liet de directie van het Marktwezen het incident niet passeren. De administratieve afhandeling is streng: de toegangskaart van de jongeman werd onmiddellijk ingenomen. Uit de handgeschreven kanttekeningen blijkt dat hij, omdat hij nog geen eerdere strafblad bij het 'Kaartenkantoor' had, een relatief milde maar directe sanctie kreeg: een ontzegging van de toegang tot de markt voor de duur van twee weken, met een proeftijd (voorwaardelijk) van zes maanden.
Dienstbrief (correspondentie tussen gemeentelijke instanties).
De brief betreft een besluit van de Amsterdamse wethouder voor Levensmiddelen aangaande een overtreding van de distributiewetgeving. Twee winkeliers, geïdentificeerd als A. van Mourik en P. Groot, worden ervan beschuldigd gehandeld te hebben in distributiebescheiden (zoals bonkaarten of distributiebonnen). De essentie van de brief is dat de wethouder erkent dat dergelijke vergrijpen normaliter bestraft moeten worden ("niet ongestraft te laten"). Echter, vanwege de trage afhandeling van het dossier ("gezien den langen duur van deze zaak"), besluit hij af te zien van verdere juridische of administratieve stappen. De brief is een voorbeeld van de bureaucratische afhandeling van economische delicten tijdens de bezettingsjaren.
Getypte brief (doorslag of officieel afschrift) met handgeschreven kanttekeningen.
* **Kernproblematiek:** De brief behandelt de dilemma's rondom het bestraffen van winkeliers die sjoemelen met distributiebonnen (rationeringsdocumenten) tijdens de bezetting. * **Strategisch onderscheid:** Er wordt een scherp onderscheid gemaakt tussen 'expediteurs' (tussenpersonen/vervoerders) en 'winkeliers'. De eersten zijn vervangbaar en kunnen direct verbannen worden van de markt. Winkeliers zijn echter essentieel voor de lokale voedselvoorziening; hun uitsluiting zou leiden tot lege winkels en honger onder de burgerbevolking. * **Juridische grondslag:** Er wordt verwezen naar een besluit van de Burgemeester van februari 1942 en de Inspectie voor de Prijsbeheersching. Dit wijst op de strikte regulering van de markt onder het nazi-bewind, waarbij prijsopdrijving en zwarte handel zwaar werden beboet, maar de continuïteit van de voedselketen prioriteit hield. * **Bestuurlijke toon:** De toon is ambtelijk en pragmatisch. Men adviseert de wethouder om behoedzaam om te gaan met sancties tegen winkeliers om sociale onrust te voorkomen.
Document
Het document is een beleidsmatig schrijven over de aanpak van fraude met distributiebonnen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het centrale punt is de afweging tussen het straffen van wetsovertreders en het behoud van de maatschappelijke orde. De auteurs maken een functioneel onderscheid tussen twee groepen fraudeurs: 1. **Expediteurs:** Zij worden als vervangbaar gezien. Hun verwijdering uit het proces heeft geen gevolgen voor de algemene voedselvoorziening. 2. **Winkeliers:** Zij vormen een cruciale schakel in de distributie aan de burgers. De brief waarschuwt dat het uitsluiten van deze groep (zoals de genoemde Van Mourik en Groot) direct zal leiden tot een verstoring van de levensmiddelenvoorziening in de stad. De tekst getuigt van een pragmatische bestuursstijl onder bezetting: men erkent de ernst van de overtreding (zwarte handel), maar adviseert tegen een te zware strafmaat (zoals een verbod op de Centrale Markt) voor winkeliers, omdat het algemeen belang (voldoende eten voor de burgers) zwaarder weegt dan de individuele bestraffing.
Relevante Archieffragmenten
# TRANSCRIPTIE [Handgeschreven rechtsboven:] M. Müller [Getypt:] VP/HG. den Heer A.Mohr, Noorderkerkstraat 16, Amsterdam-Centrum. Wijk 9. 21/30/5 M. 6 Augustus 1940. Hiermede bericht ik U, dat het bedrag van ƒ 5,55, vermeld in den door Burgemeester en Wethouders op 24 Juli jl. aan U gerichten brief (no.53/9 L.M.1940) in mindering zal worden gebracht...
# TRANSCRIPTIE Den Wel Ed: Heer Moerkerken chef Marktopzichter Albertcuypstraat Alhier [Rechtsonder in kleiner handschrift:] ontvangen 6/12 - '40 [paraaf]
# TRANSCRIPTIE 85/60/1 M M. Müller Verzonden 19/5 G. 17 Mei 1939. den Heer L, van Emmerik, Vrolikstraat 54, Amsterdam-Oost. Wyk 20. Op Zaterdag 13 Mei jl. is geconstateerd, dat op de markt Dapperstraat materiaal, bestemd voor het uitstallen van goederen, dat door U was verhuurd, aanwezig was, zonder dat U hiervoor vergunning is verleend. In verband hiermede verzoek ik U Vrydag 19 Mei a.s. ...
# TRANSCRIPTIE [Handgeschreven rechtsboven: *Fr. Müller*] [Lijn] vP/HG. 66/15/20 M. 30 September 1939. den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, <u>A l h i e r .</u>
# TRANSCRIPTIE [Handgeschreven rechtsboven:] M. Müller [Getypt rechtsboven:] VP/HG. [Handgeschreven diagonaal door de tekst:] Verzonden 6/8 [Adresblok:] den Heer A. Mohr, Noorderkerkstraat 16, Amsterdam-Centrum. Wijk 9. [Referentie en datum:] 21/30/5 M. 6 Augustus 1940. [Inhoud:] Hiermede bericht ik U, dat het bedrag van ƒ 5,55, vermeld in den door Burgemeester en Wethouders op 24 Juli jl. a...