P. Groot
Bekijk Verhaal ➔AI-Synthese 23
P. Groot was een groentenhandelaar en winkelier aan de Centrale Markt. In 1941 had hij een standplaats. In 1942 was hij betrokken bij illegale handel in aardappelbonnen en prijsopdrijving. In 1943 vermeldt een document een verzoek van G. F. Meijer om een 'Expediteurskaart' voor de Centrale Markt, waarbij Groot mogelijk als klant of in de context van distributiebonnen wordt genoemd.
Lotgevallen
Relaties
Handel
Archiefdocumenten
Officieel rapport (getypt met handgeschreven correcties en handtekening).
* **Kern van de zaak:** Dit rapport betreft de illegale handel in aardappelbonnen en prijsopdrijving tijdens de Duitse bezetting. Een partij van 25 hectoliter (H.L.) zandaardappelen werd verhandeld via een keten van tussenpersonen. * **Betrokkenen:** 1. **A.H.J. van Mourik:** De oorspronkelijke eigenaar van de bon, die deze verkocht omdat de kwaliteit van de aardappelen slecht zou zijn. 2. **J.F. Jansen:** Kocht de bon van Van Mourik en verkocht deze door aan Karseboom. 3. **Jan Karseboom:** Expediteur die de bon kocht voor f 14,50 per H.L. en doorverkocht aan Groot. 4. **P. Groot:** De uiteindelijke koper/winkelier die de bon kocht om zijn geslonken voorraad aan te vullen voor zijn klanten. 5. **H.J. ter Beek:** De expediteur die de aardappelen bezorgde en de betaling inde, maar die volgens het rapport "te goeder trouw" handelde. * **Financiële gegevens:** De officiële prijs voor een H.L. Drentsche zandaardappelen was **f 3,75**. De zwarte marktprijs in dit rapport liep op tot **f 15,00** per H.L., wat een overschrijding is van 400%. * **Sancties:** De toegangskaarten voor de Centrale Markt van de hoofdverdachten zijn ingenomen en er is proces-verbaal opgemaakt voor "handel in distributiebescheiden" en "prijsoverschrijding".
Getypte brief (doorslag of officieel afschrift) met handgeschreven kanttekeningen.
* **Kernproblematiek:** De brief behandelt de dilemma's rondom het bestraffen van winkeliers die sjoemelen met distributiebonnen (rationeringsdocumenten) tijdens de bezetting. * **Strategisch onderscheid:** Er wordt een scherp onderscheid gemaakt tussen 'expediteurs' (tussenpersonen/vervoerders) en 'winkeliers'. De eersten zijn vervangbaar en kunnen direct verbannen worden van de markt. Winkeliers zijn echter essentieel voor de lokale voedselvoorziening; hun uitsluiting zou leiden tot lege winkels en honger onder de burgerbevolking. * **Juridische grondslag:** Er wordt verwezen naar een besluit van de Burgemeester van februari 1942 en de Inspectie voor de Prijsbeheersching. Dit wijst op de strikte regulering van de markt onder het nazi-bewind, waarbij prijsopdrijving en zwarte handel zwaar werden beboet, maar de continuïteit van de voedselketen prioriteit hield. * **Bestuurlijke toon:** De toon is ambtelijk en pragmatisch. Men adviseert de wethouder om behoedzaam om te gaan met sancties tegen winkeliers om sociale onrust te voorkomen.
Document
Het document is een beleidsmatig schrijven over de aanpak van fraude met distributiebonnen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het centrale punt is de afweging tussen het straffen van wetsovertreders en het behoud van de maatschappelijke orde. De auteurs maken een functioneel onderscheid tussen twee groepen fraudeurs: 1. **Expediteurs:** Zij worden als vervangbaar gezien. Hun verwijdering uit het proces heeft geen gevolgen voor de algemene voedselvoorziening. 2. **Winkeliers:** Zij vormen een cruciale schakel in de distributie aan de burgers. De brief waarschuwt dat het uitsluiten van deze groep (zoals de genoemde Van Mourik en Groot) direct zal leiden tot een verstoring van de levensmiddelenvoorziening in de stad. De tekst getuigt van een pragmatische bestuursstijl onder bezetting: men erkent de ernst van de overtreding (zwarte handel), maar adviseert tegen een te zware strafmaat (zoals een verbod op de Centrale Markt) voor winkeliers, omdat het algemeen belang (voldoende eten voor de burgers) zwaarder weegt dan de individuele bestraffing.
Handgeschreven brief (verzoekschrift).
In deze brief verzoekt G. F. Meijer, een zelfstandig transportondernemer, om een 'Expediteurskaart' voor de Centrale Markt in Amsterdam. Hij beschikt reeds over een algemene vergunning voor goederenvervoer van de Rijksverkeersinspectie. Om zijn aanvraag kracht bij te zetten, voert hij twee specifieke klanten op die hij momenteel bedient. De eerste, G. Beunje, wordt expliciet genoemd als iemand die goederen levert voor de "weermacht" (de Duitse bezettingsmacht). De tweede, P. Groot, levert aan "verschillende inrichtingen". De toon van de brief is uiterst formeel en beleefd, wat gebruikelijk was voor officiële correspondentie in die tijd, zeker wanneer men gunsten van overheidsinstanties verlangde. De verwijzing naar werkzaamheden voor de Wehrmacht was in 1943 een strategische keuze om de urgentie en het belang van de aanvraag te onderstrepen bij de (onder Duits toezicht staande) autoriteiten.
Koopliedenlijsten
Uilenburg
Relevante Archieffragmenten
# TRANSCRIPTIE W. v. Rooijen Waterl. Plein 69 <u>a</u>. <u>Bart de Jongh.</u> <u>Piet de Haan</u>
# TRANSCRIPTIE *C. J. Kalkoven* GROSSIER EN COMMISSIONAIR IN GROENTEN. FRUIT, AARDAPPELEN EN ZUIDVRUCHTEN IMPORT EXPORT HOOFDWEG 104 AMSTERDAM-W.
# TRANSCRIPTIE P. Smit } A W Rijnders } prijs ? J Nobbe }
# TRANSCRIPTIE G. J. Bol (Utr.) G. Grootendorst (Utr.)
# TRANSCRIPTIE Pakhuisafdeeling den heer P. 1 C.Vos P. 2. J.Wiggemansen P. 3, W.Dekker P. 4. A.Troost Azn. P. 5. N.Greidanus P. 6. D.Hendrikse P. 7. G.J.G.Koekenbier