Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 5 oktober 1943. G. F. Meijer, wonende aan de 1e Jan van der Heijdenstraat 58 II, Amsterdam. No. 53/54/1 M. 1943 8/10
Amsterdam, 5 October 1943.
WelEdelen Heer.
Ik, ondergeteekende, G. F. Meijer, wonende
1e Jan van der Heijdenstraat 58 II, in het bezit van een
vergunning van de Rijksverkeersinspectie voor de uitoefening
van goederenvervoer onder letter A. P. no. G. 138/2, ver-
zoek U beleefd om in aanmerking te mogen komen,
voor een Expediteurskaart voor de Centrale Markt.
Momenteel kan ik 2 klanten bedienen,
n.l. G. Beunje, wonende Herculesstraat 125 II
die veel goed voor de weermacht moet verzorgen, en,
P. Groot, Hendrik Jacobszstraat 20, die veel goed
voor verschillende inrichtingen moet verzorgen.
Hopende spoedig een gunstig antwoord van
U te mogen ontvangen, verblijf ik
Hoogachtend,
G. F. Meijer
Tusschend. In deze brief verzoekt G. F. Meijer, een zelfstandig transportondernemer, om een 'Expediteurskaart' voor de Centrale Markt in Amsterdam. Hij beschikt reeds over een algemene vergunning voor goederenvervoer van de Rijksverkeersinspectie.
Om zijn aanvraag kracht bij te zetten, voert hij twee specifieke klanten op die hij momenteel bedient. De eerste, G. Beunje, wordt expliciet genoemd als iemand die goederen levert voor de "weermacht" (de Duitse bezettingsmacht). De tweede, P. Groot, levert aan "verschillende inrichtingen".
De toon van de brief is uiterst formeel en beleefd, wat gebruikelijk was voor officiële correspondentie in die tijd, zeker wanneer men gunsten van overheidsinstanties verlangde. De verwijzing naar werkzaamheden voor de Wehrmacht was in 1943 een strategische keuze om de urgentie en het belang van de aanvraag te onderstrepen bij de (onder Duits toezicht staande) autoriteiten. Dit document is geschreven in oktober 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er sprake van schaarste en stond de distributie van goederen, waaronder voedsel, onder strikte controle.
De Centrale Markt in Amsterdam (de huidige Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was de belangrijkste spil in de voedselvoorziening van de stad. Om daar als transporteur te mogen werken, had men specifieke papieren en vergunningen nodig. De Rijksverkeersinspectie reguleerde al het commerciële wegvervoer.
Het noemen van de Wehrmacht als eindbestemming van de goederen illustreert de economische realiteit van de bezetting: veel ondernemers werkten direct of indirect voor de bezetter om hun bedrijf draaiende te houden, brandstof te verkrijgen of om simpelweg te voorkomen dat hun voertuigen in beslag werden genomen. Dergelijke verzoeken geven een inkijkje in de dagelijkse overlevingsstrategieën en de bureaucratische processen in bezet Amsterdam. F. Meijer G. Beunje P. Groot Wehrmacht