Brief/Besluit (waarschijnlijk een doorslag voor het archief).
Origineel
Brief/Besluit (waarschijnlijk een doorslag voor het archief). 17 november 1939. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst Marktwezen, Amsterdam). Den Heer Jb. Onrust, Zuideinde A 283, Oostzaan. [Rechtsboven handgeschreven:] Lec. M. de Boer.
MG.
25/205/2 M.
[Handgeschreven:] Verzonden 17/11 - '39 [Getypt:] 17 November 1939.
den Heer Jb. Onrust,
Zuideinde A 283,
O O S T Z A A N .
kaart
Naar aanleiding van Uw brief [doorgehaald: xxx] binnengekomen op 30 Oct. jl.
verleen ik U hierby tot wederopzegging toestemming zich op Uw
plaats op de markt(en) Albert Cuypstraat
te laten bystaan - niet vervangen - door H. Stam.
De Directeur, * Inhoud: De directeur verleent officieel toestemming aan de heer Jb. Onrust om zich op zijn marktplaats aan de Albert Cuypstraat te laten bijstaan door een zekere H. Stam.
* Juridische bepalingen: De toestemming is "tot wederopzegging", wat betekent dat de directie het recht behoudt de toestemming op elk moment in te trekken.
* Restrictie: Er wordt expliciet vermeld "bystaan - niet vervangen". In de toenmalige (en vaak huidige) marktreglementen was het essentieel dat de vergunninghouder zelf aanwezig was; de assistent mocht enkel helpen, niet de plaats van de eigenaar volledig overnemen zonder toezicht.
* Taalgebruik: Het document hanteert de destijds gebruikelijke spelling ("hierby", "bystaan") en formele ambtelijke formuleringen.
* Correcties: Er is een typefout verbeterd door "xxx" en de toevoeging van het woord "kaart" boven de eerste regel suggereert dat dit besluit ook op een administratieve kaart is aangetekend. Dit document stamt uit november 1939, de periode van de mobilisatie in Nederland, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. De Albert Cuypmarkt in Amsterdam was ook toen al een centrale plek voor de handel.
Dergelijke documenten zijn typerend voor de strikte regulering van de Amsterdamse markten door de gemeente. De Dienst Marktwezen hield nauwgezet toezicht op wie er achter de kramen stond om illegale onderverhuur of afwezigheid van de vergunninghouder tegen te gaan. De ontvanger, de heer Onrust, woonde in Oostzaan, wat aangeeft dat veel marktkooplieden van buiten de stad kwamen om in Amsterdam hun waren te verkopen.