Handgeschreven waarschuwingsbrief / aangifte van diefstal.
Origineel
Handgeschreven waarschuwingsbrief / aangifte van diefstal. 17 december 1940 (gebaseerd op archiefaantekening rechtsboven). De schrijver maakt zichzelf niet bekend met naam, maar identificeert zich als "Een knecht van een andere baas". Dit suggereert een vorm van collegiale controle of mogelijk rancune tussen personeelsleden van verschillende huishoudens/bedrijven. [Annotaties rechtsboven:]
17/12 - 40
ontv. v. M. 7/12
Middel v. H.
[Brieftekst:]
Mijnheer
Die knecht van u Hannes
Jas en de marktoprichter stelen
samen wat los en vast is leege
kisten bloemkool en op zolder
is de bergplaats van hun. De
marktoprichter heet Schruemijer
Ik zie het met mijn eigen
oogen dat uw knecht 's morgens
heel vroeg en 's middags nadat
je weg bent smerige zaakjes
doet Een knecht van een
andere baas waarschuwt je
je wordt zwaar bestolen. * Inhoud: De brief is een informele waarschuwing aan een werkgever ("Mijnheer"). De schrijver meldt dat de knecht van de ontvanger, genaamd Hannes Jas, samen met een marktoprichter genaamd Schruemijer op grote schaal goederen ontvreemdt.
* Specificaties: Er wordt expliciet melding gemaakt van de diefstal van "leege kisten bloemkool". Deze worden verborgen op een zolder die als bergplaats dient.
* Tijdstip: De malversaties vinden plaats op momenten dat de eigenaar afwezig is: vroeg in de ochtend en 's middags na zijn vertrek.
* Afzender: De schrijver maakt zichzelf niet bekend met naam, maar identificeert zich als "Een knecht van een andere baas". Dit suggereert een vorm van collegiale controle of mogelijk rancune tussen personeelsleden van verschillende huishoudens/bedrijven.
* Taalgebruik: Het document bevat verouderde spelling zoals "oogen" en "leege". Opvallend is de wisseling tussen de beleefdheidsvorm ("u", "uw") en de vertrouwelijke vorm ("je"), wat vaak voorkwam bij schrijvers die minder gewend waren aan formele correspondentie. De datering (december 1940) is cruciaal. Nederland bevond zich in de eerste winter van de Duitse bezetting. Grondstoffen en transportmiddelen (zoals kisten) werden schaarser en waardevoller. Diefstal van bedrijfsmiddelen was in deze periode een ernstig vergrijp. De term "marktoprichter" (mogelijk een variant of verschrijving van marktopzichter) duidt op een functionaris die betrokken was bij de logistiek van de handel, wat de toegang tot de kisten verklaart. De annotaties bovenaan wijzen erop dat de brief is opgenomen in een administratie of politiedossier voor verder onderzoek.