Proces-verbaal / Rapport van de prijsbeheersing.
Origineel
Proces-verbaal / Rapport van de prijsbeheersing. 28 augustus 1942. No 77/62/1 M. 1942 29/S
R A P P O R T
Wij, ondergeteekenden, controleur de Groot en Felthuis, rapporteeren het volgende. Heden morgen omstreeks 7.45 uur, zag de Groot, dat kooper A. Gerrits, wonende Fagelstraat 29 huis alhier, aan kooper W.N. Kuyper, wonende van Ostadestraat 5 I alhier, eenige ledige boonenzakjes overgaf. Dit vond plaats op pier B aan de achterzijde van B.6. De Groot informeerde bij Gerrits wie dat voor een persoon was aan wien hij de zakjes inleverde, waarop Gerrits verklaarde, dat het een baas was van de Markt (Hiermede bedoelde Gerrits een grossier). Hierop heeft de Groot de toegangskaart ~~van~~ van Kuyper gevraagd en bleek hem dat deze als kooper toegang had tot de Centrale Markt. Waar een en ander de Groot verdacht voorkwam, hebben wij later kooper Gerrits staande gehouden met zijn handkar waarop zich 8 zakken spercieboonen bevonden, zooals later bleek met een totaal inhoud van 240 pond spercieboonen.
Geerits verklaarde aanvankelijk deze spercieboonen te hebben gekocht van kooper Kuyper, voor de prijs van 19 ½ cent per K.G, doch herriep al spoedig deze verklaring en bekende voor de 240 ~~zakken~~ pond spercieboonen f 62 te hebben betaald, hetgeen ver boven de vastgestelde prijs is. Naar aanleidng van deze verklaring hebben wij Gerrits voorloopig aangehouden en de zakken spercieboonen inbeslaggenomen. Vervolgens hebben wij op de Centrale Markt aangehouden kooper Kuyper, die bekende aan Gerrits de 8 zakken spercieboonen te hebben verkocht op de Centrale Markt voor f 62.-. Kuyper verklaarde voorts, ~~dat hij~~ op 27 Augustus te Avenhorn van een zekeren Maarten Bakker, woonachtig aldaar, 25 zakken spercieboonen te hebben gekocht tegen 35 cent per K.G, hetgeen eveneens boven de vastgestelde prijs is. Al deze boonen had hij per vaartuig Jonge Jacob, expediteur J. Prins, naar de Centrale Markt laten overbrengen en van morgen reeds verkocht. Aan wie hij de overige 17 zakken had verkocht wist hij niet. Van dit geval hebben wij, rapporteurs, de Inspectie van de Prijsbeheersing in kennis gesteld en is dit geval verder ter behandeling van ons overgenomen door den heer J.B. Oranje, rechercheur van Politie te Nieuwer Amstel, thans gedetacheerd bij de Inspectie voor de Prijzen, afdeeling Amsterdam. De door ons inbeslaggenomen spercieboonen zijn door Oranje van ons overgenomen. Toegangskaarten voor de Centrale Markt van Gerrits en Kuyper gaan hierbij.
Amsterdam 28 Augustus 1942
De Controleurs,
1) [Handtekening: Felthuis]
2) [Handtekening: De Groot]
Den Heer Bedrijfschef
van het Marktwezen.
[Handgeschreven aantekening in rode inkt onderaan:]
Verzoeke Gerrits 14 dagen + herstel v/d prijs (staat van dienst + justitie te vermelden)
Kuyper 3 dagen + boete [onleesbaar]
[overige regels zeer moeilijk leesbaar, betreft administratieve afhandeling en mogelijke ontzegging van de markttoegang] * Taalgebruik: Het document is opgesteld in de toen gangbare ambtelijke spelling (bijv. "kooper", "ondergeteekenden", "spercieboonen"). Er staan enkele kleine typefouten in ("Geerits" in plaats van Gerrits in de tweede alinea, "aanleidng").
* Inhoud: Het rapport beschrijft een heterdaadje van illegale handel op de Centrale Markt in Amsterdam tijdens de bezettingsjaren. Het kernpunt is prijsopdrijving: 240 pond bonen werden verkocht voor 62 gulden, wat neerkwam op circa 25,8 cent per pond (ruim 50 cent per kilo), terwijl de inkoopprijs in Avenhorn al 35 cent per kilo bedroeg – beide prijzen lagen boven het wettelijk vastgestelde maximum.
* Procesgang: De controleurs merken verdacht gedrag op (het overhandigen van lege zakken), controleren de vergunningen (toegangskaarten), doen een vondst op een handkar, en gaan over tot verhoor en inbeslagname. De zaak wordt vervolgens overgedragen aan de Inspectie van de Prijsbeheersing.
* Sancties: De handgeschreven rode tekst suggereert een disciplinaire straf: een ontzegging van de markt voor respectievelijk 14 en 3 dagen, gecombineerd met boetes of prijsherstel. Dit document stamt uit augustus 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er sprake van toenemende voedselschaarste en een strikt distributiesysteem. Om inflatie en zwarte handel tegen te gaan, stelde de bezetter via de Inspectie van de Prijsbeheersing* rigide maximumprijzen vast voor nagenoeg alle levensmiddelen.
De "Centrale Markt" (de huidige Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was het logistieke hart van de voedselvoorziening in de stad. Controleurs zoals De Groot en Felthuis hielden scherp toezicht op handelaren die probeerden de schaarste uit te buiten door producten buiten de officiële kanalen om of tegen te hoge prijzen te verkopen. Dergelijke economische delicten werden in die tijd zwaar bestraft, omdat ze de stabiliteit van de voedselvoorziening in gevaar brachten. De betrokkenheid van een rechercheur uit Nieuwer Amstel (tegenwoordig Amstelveen) die gedetacheerd was bij de Inspectie, onderstreept de prioriteit die aan deze handhaving werd gegeven.