Ambtelijk advies / Brief
Origineel
Ambtelijk advies / Brief 23 november 1939 Een functionaris van de marktdienst (handtekening moeilijk leesbaar, mogelijk J. van Houhuizen) Den Heer Inspecteur van het Marktwezen, Amsterdam Adres op No 25/p19/1M 39.
Den Heer Inspecteur
vh Marktwezen
Alhier.
Naar aanleiding van bijgaand verzoek van
J. Blokker, van d. 9 Oct. 39 tot het bezit van een
voorkeurskaart voor de markt Albert Cuijpstraat,
bericht ik U het volgende:
De heer Blokker wenscht voorkeurskaarthouder
te blijven op de AC markt, niettegenstaande hij
in loondienst is gegaan.
Inwilliging van het verzoek is niet gewenscht,
omreden een gezonde doorstrooming van de sollici-
tantenlijst noodzakelijk is, om de belangen der
bona fide kooplieden te beschermen.
M.i. dient het verzoek te worden afgewezen.
Amst. 23 Nov. 39
[Handtekening] Dit document is een intern ambtelijk advies gericht aan de Inspecteur van het Marktwezen in Amsterdam. De kern van de zaak is de vraag of een marktkoopman, de heer J. Blokker, zijn "voorkeurskaart" (een bewijs dat recht geeft op een vaste staanplaats) mag behouden voor de Albert Cuypmarkt, ondanks het feit dat hij inmiddels elders in loondienst is getreden.
De ambtenaar adviseert negatief op dit verzoek. De argumentatie is beleidsmatig van aard: men wil de wachtlijst ("sollicitantenlijst") in beweging houden. Door plekken bezet te houden door mensen die al een ander inkomen hebben (loondienst), zouden de kansen voor "bona fide kooplieden" — zij die voor hun volledige levensonderhoud afhankelijk zijn van de markthandel — worden geschaad. Het advies luidt dan ook resoluut dat het verzoek moet worden afgewezen. Het document dateert van november 1939, een periode van economische onzekerheid aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. In deze tijd was de regulering van markten in Amsterdam zeer strikt. Staanplaatsen op populaire markten zoals de Albert Cuyp waren schaars en felbegeerd.
Het Marktwezen voerde een beleid waarbij getracht werd de markthandel te reserveren voor echte beroepshandelaren. Iemand die in loondienst ging, werd geacht zijn plaats af te staan aan de volgende op de lijst. Dit "doorstroombeleid" was bedoeld om verborgen werkloosheid tegen te gaan en te voorkomen dat mensen die al een inkomen hadden, de schaarse handelsplaatsen bezet hielden ten koste van broodvrije handelaren.