Brief (doorslag van een getypt schrijven).
Origineel
Brief (doorslag van een getypt schrijven). 5 januari 1940. Vermoedelijk de Directie van de Politie (gezien de afkorting "vPDV"). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam. [Handgeschreven rechtsboven:] In. M. de Boer.
[Linksboven:]
vPDV.
25/226/3 M. [Onderstreept getal:] 1939 [Handgeschreven:] extra
[Linkermarge:]
Klacht over hinder voor
het onderwijs door markt
Albert Cuypstraat.
[Rechtsmidden:]
5 Januari 1940
den Heer Wethouder voor de
Levensmiddelen,
A l h i e r.
Onder terugzending van de met Uw kantbrief d.d. 21
November j.l. om advies ontvangen stukken no. 884 L.M.1939
heb ik de eer U te berichten, dat de Albert Cuypstraat voor
de Albert Cuypschool deel uitmaakt van de in die straat ge-
vestigde algemeene dagmarkt.
De klacht, die in de zich onder de stukken bevinden-
de missive van Uw Ambtgenoot voor het Onderwijs d.d. 18 Novem-
ber j.l. (No.3977 O) is vervat, is gegrond: het staat vast,
dat het onderwijs in de bovengenoemde school herhaaldelijk
door marktrumoer wordt gestoord. Weliswaar houden de enkele
vaste-plaatshouders, die marktplaatsen voor en tegenover de
school innemen, zich strikt aan het dezerzijds uitgevaardigde
verbod om hun waren luidkeels aan te prijzen, doch in de mid-
daguren komen veelal venters, die dan in hun wijken geen za-
ken meer kunnen doen, zoogenaamde losse plaatsen op dit deel
der markt bezetten, teneinde "zich los te maken". Daartoe
schreeuwen zij vaak op ergerlijke wijze, zonder zich van het
desbetreffende verbod iets aan te trekken. Als een dienst-
doende marktambtenaar ter plaatse komt, treedt hij op, doch de
overlast is dan veelal reeds veroorzaakt.
De oplossing, die door Uw Ambtgenoot wordt gewenscht:
opheffing van het bedoelde gedeelte der markt Albert Cuyp-
straat, kan dezerzijds vooralsnog niet worden aanbevolen. Aan-
gezien de overlast alleen in de middaguren wordt ondervonden, In dit document adviseert een gemeentelijke instantie (waarschijnlijk de politie of marktdienst) de Wethouder voor de Levensmiddelen over een klacht van de Wethouder voor het Onderwijs. De klacht betreft geluidsoverlast door de Albert Cuypmarkt die het onderwijs op de Albert Cuypschool verstoort.
De kernpunten uit de analyse zijn:
* Bevestiging van de klacht: De instantie erkent dat de klacht gegrond is; het onderwijs wordt inderdaad verstoord.
* Oorzaak van de overlast: De overlast wordt niet veroorzaakt door de reguliere standplaatshouders, maar door 'venters' die in de middaguren 'losse plaatsen' bezetten. Zij proberen hun overgebleven waar met veel kabaal te verkopen (het zgn. "zich los maken").
* Handhaving: Er wordt opgetreden door marktambtenaren, maar vaak is de overlast dan al geschied.
* Afwijzing van de rigoureuze oplossing: De Wethouder van Onderwijs stelt voor om dat deel van de markt op te heffen. De opsteller van deze brief ontraadt dit vooralsnog, omdat de overlast zich beperkt tot de middaguren. Dit document stamt uit januari 1940, slechts enkele maanden voor de Duitse inval in Nederland. Het toont de normale gang van de Amsterdamse gemeentelijke bureaucratie in die tijd. De Albert Cuypmarkt, ingesteld in 1905, was toen al een zeer drukke en belangrijke handelsplaats midden in de dichtbevolkte buurt De Pijp.
Het document illustreert een klassiek stedelijk conflict tussen verschillende functies in een beperkte ruimte: handel versus onderwijs. Het gebruik van termen als "zich los te maken" (marktjargon voor het snel verkopen van restpartijen tegen het einde van de dag) geeft een inkijkje in de toenmalige marktcuituur en de dynamiek van de straathandel in Amsterdam. De "kantbrief" waarnaar verwezen wordt, was een informele manier van corresponderen tussen wethouders of afdelingen waarbij een korte instructie of vraag in de marge van een document werd geschreven.