Getypte brief (doorslag), pagina 2.
Origineel
Getypte brief (doorslag), pagina 2. 5 januari 1940 (gebaseerd op "x 40" in de rechterbovenhoek). Gemeente Amsterdam (kenmerk 25/226/3). 2 5 Januari x 40
25/226/3 den Heer Wethouder voor
Amsterdam. de Levensmiddelen.
markt op vijf dagen der week zou dit opschuiven onmogelijk
worden en zouden de daaruit voortvloeiende inkomsten verval-
len; alleen des Zaterdags zou het bedoelde opschuiven nog mo-
gelijk zijn; de bedoelde kooplieden zouden dan in plaats van
f 1,35 een bedrag van f 0,75 per Zaterdag moeten betalen
(vide artikel 17 lid 2 sub. b der Verordening op de heffing
van markt-, standplaats- en ventgelden). De uit dezen hoof-
de te verwachten schade bedraagt derhalve per jaar : 52 x 53
x (f 1,35 - f 0,75) = f 1653,60 of rond f 1650,-, nog daarge-
laten, dat veelal juist op Zaterdag niet opgeschoven kan wor-
den, omdat dan geen plaatsen op het verlichte deel der markt
beschikbaar zijn. De kooplieden zullen dan slechts f 0.15 in
plaats van f 0.75 per Zaterdag betalen. De totale schade voor
de Gemeente kan derhalve worden gesteld op tenminste een be-
drag van f 140,- + f 430,- + f 1650,- = rond f 2200,- per
jaar.
Belangrijker dan dit bedrag evenwel is de schade voor de
kooplieden, die de bovenbedoelde 6 vaste plaatsen à f 0.60
en 53 vaste plaatsen à f 1,35 per week bezetten. Een belang-
rijk aantal dezer kooplieden vinden op de markt hun uitslui-
tend middel van bestaan; velen hunner zouden waarschijnlijk
om steun moeten vragen, indien de bedoelde opheffing wordt
doorgevoerd.
Deze maatregel acht ik daarom te streng. Het gaat voor
de school tenslotte slechts om vier middagen per week; ik
meen dat dezerzijds moet worden getracht om de dan bestaande
bezwaren door meer intensieve contrôle op te heffen. Indien
U zich ermede vereenigt, zal ik op de dagen en uren, dat
verwacht kan worden, dat overlast voor de school kan ont-
staan (dus niet des Woendags, des Zaterdags of in de vacan-
ties) een ambtenaar speciaal op dit deel der markt posteeren.
Deze ambtenaar zal de opdracht krijgen elken koopman, die
schreeuwt, van de markt te verwijderen en dit te rapporteeren.
De bedoelde koopman moet dan nimmer meer voor een plaats op
dit gedeelte der markt Albert Cuypstraat in aanmerking ko-
men. Ik vertrouw, dat bij invoering van deze maatregelen de Dit document is de tweede pagina van een ambtelijk schrijven over een conflict op de Albert Cuypmarkt in Amsterdam. Het kernprobleem is de overlast die marktkooplieden veroorzaken voor een nabijgelegen school.
Er was blijkbaar een voorstel om de markt op vijf dagen per week te verplaatsen ("opschuiven"), maar de schrijver van de brief ontraadt dit op basis van twee argumenten:
1. Financieel verlies voor de gemeente: De inkomsten uit marktgelden zouden met circa 2200 gulden per jaar dalen.
2. Sociaal-economische impact: De betreffende 59 kooplieden zouden hun enige bron van inkomsten verliezen en waarschijnlijk een beroep moeten doen op de armensteun.
De schrijver stelt een alternatief voor: in plaats van de markt te verplaatsen, moet er strenger worden gehandhaafd. Er wordt voorgesteld om op de bewuste middagen een speciale ambtenaar aan te stellen die "schreeuwende" kooplieden direct verwijdert en hen een permanent verbod oplegt voor dat specifieke deel van de Albert Cuypstraat. De brief dateert van begin 1940, een periode van economische spanning vlak voor de Duitse inval in Nederland. De Albert Cuypmarkt was toen al een vitale plek voor de Amsterdamse volksklasse. De genoemde bedragen (zoals f 1,35 per week voor een standplaats) geven een goed beeld van de toenmalige economische verhoudingen.
De "overlast" waarover gesproken wordt, duidt op de luidruchtige manier van verkopen die destijds (en nog steeds) kenmerkend was voor de markt, maar die botste met de rust die nodig was voor het onderwijs in de direct aangrenzende schoolgebouwen. Het document toont de ambtelijke worsteling tussen het handhaven van de openbare orde/rust en het beschermen van de lokale economie en de gemeentekas. Gemeente Amsterdam