Archief 745
Inventaris 745-278
Pagina 381
Dossier 24
Jaar 1939
Stadsarchief

Officieel bijblad/notitie van de gemeente (Model No. 14, Algemene Zaken).

Dossier: 14, 25/233/1

Origineel

Officieel bijblad/notitie van de gemeente (Model No. 14, Algemene Zaken). [Kader linksboven]
BIJBLAD VAN:
M. No. 25/233/1 1939
DOORGEZONDEN: 25/11-'39

[Rechtsboven]
773

[Handgeschreven tekst, rechtsboven]
Alb. Cuijpstraat.
vraagt ass.
Th. v Moerkerken
advies
29-11-’39
de Waal

[Centrale handgeschreven tekst]
Tegen inwilliging van het verzoek van L. Papegaaij om zich tot wederopzegging op zijn plaats op de markt aan de Alb. Cuijpstraat te mogen laten assisteeren door zijn zoon Meijer Papegaaij bestaat m.i. geen bezwaar.

[Groot inschrijvingsnummer in rood/oranje over de tekst]
25/233/2 M

[Onderaan, handgeschreven]
4-12-39
de Waal
Modelbriefje.
5-12-’39 [paraaf]

[Linksonder gedrukt]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Het document is een ambtelijke afhandeling van een verzoek betreffende een marktvergunning in Amsterdam. L. Papegaaij verzoekt de gemeente om toestemming zodat zijn zoon, Meijer Papegaaij, hem mag assisteren bij zijn marktkraam op de Albert Cuypstraat.

De tekst bevat de standaard ambtelijke formulering "tot wederopzegging" (voorlopig, totdat het wordt ingetrokken) en de conclusie "bestaat m.i. [mijns inziens] geen bezwaar." Verschillende functionarissen (waaronder De Waal en Th. v. Moerkerken) hebben het stuk tussen 25 november en 5 december 1939 geparafeerd en van advies voorzien. De rode cijfers duiden op een dossierregistratie binnen het gemeentelijk archiefsysteem. Dit document stamt uit een bureaucratische context vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland (mei 1940). De Albert Cuypmarkt was in deze periode een centrum van economische activiteit met veel Joodse kooplieden. De namen "Papegaaij" en "Meijer" wijzen in die richting.

Dergelijke documenten uit de marktadministratie zijn historisch waardevol omdat ze de strikte regulering van de Amsterdamse markten laten zien. Kort na de datering van dit document, tijdens de bezetting, zouden Joodse marktkooplieden te maken krijgen met steeds strengere beperkingen, totdat zij uiteindelijk volledig van de markten werden verbannen en gedeporteerd. Dit document toont een moment van normale ambtelijke gang van zaken in de laatste maanden van de Nederlandse neutraliteit. L. Papegaaij Meijer Papegaaij Th. v. Moerkerken De Waal.

Samenvatting

Het document is een ambtelijke afhandeling van een verzoek betreffende een marktvergunning in Amsterdam. L. Papegaaij verzoekt de gemeente om toestemming zodat zijn zoon, Meijer Papegaaij, hem mag assisteren bij zijn marktkraam op de Albert Cuypstraat.

De tekst bevat de standaard ambtelijke formulering "tot wederopzegging" (voorlopig, totdat het wordt ingetrokken) en de conclusie "bestaat m.i. [mijns inziens] geen bezwaar." Verschillende functionarissen (waaronder De Waal en Th. v. Moerkerken) hebben het stuk tussen 25 november en 5 december 1939 geparafeerd en van advies voorzien. De rode cijfers duiden op een dossierregistratie binnen het gemeentelijk archiefsysteem.

Historische Context

Dit document stamt uit een bureaucratische context vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland (mei 1940). De Albert Cuypmarkt was in deze periode een centrum van economische activiteit met veel Joodse kooplieden. De namen "Papegaaij" en "Meijer" wijzen in die richting.

Dergelijke documenten uit de marktadministratie zijn historisch waardevol omdat ze de strikte regulering van de Amsterdamse markten laten zien. Kort na de datering van dit document, tijdens de bezetting, zouden Joodse marktkooplieden te maken krijgen met steeds strengere beperkingen, totdat zij uiteindelijk volledig van de markten werden verbannen en gedeporteerd. Dit document toont een moment van normale ambtelijke gang van zaken in de laatste maanden van de Nederlandse neutraliteit.

Genoemde Personen 4

Locaties

Albert Cuypmarkt

Producten

Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Gerelateerde Documenten 3