Archiefdocument
Origineel
5 juni 1942 NEDERLANDSCHE GROENTEN- EN FRUITCENTRALE
BANKIER: DE TWENTSCHE BANK N.V.
'S-GRAVENHAGE
POSTREKENING No. 224314
[Stempel in blauwe inkt:]
Nº 105/48/2 M. 1942 %
AFDEELING AFZET.
Dict.: P.Kl. Typ.: EF.
No. 238/'42
Toestel 29.
[Stempel in paarse inkt:]
Gezien
[met rode handgeschreven paraaf]
Aan de Veilingen.
-----------------
's-GRAVENHAGE, 5 Juni 1942.
Wij deelen U hierbij mede, dat onderstaande personen als Treuhänder zijn aangewezen.
Jacob N. Pronk, Burg. Bartelsstraat, Hoogezand, voor den Groninger Fruit- & Bananenhandel S. de Vries, Jonkerstraat 9 te Groningen.
J.J. Griffioen, Bilderdijkkade 31, Amsterdam (W), voor de
firma L. Meentz te Amsterdam
" H. Meentz " "
" Gebrs. Meentz " "
" Arie Wijnschenk " "
" S. Blik " "
" S. Pront " "
Fa. Gebrs. Th. & L. Boers Mzn., Geestbrugweg 22, Rijswijk (Z.H.) voor de firma L. van Loggen, Markthallen, Amsterdam
" M. van Loggen, " "
Daar de Treuhänder de producten moet leveren aan de afnemers van genoemde personen, zullen de toewijzingen aan bovenstaande Treuhänder moeten overgaan.
Wij verzoeken U, voorzover het Uw veiling aangaat, de noodige maatregelen te treffen.
NEDERLANDSCHE GROENTEN- EN FRUITCENTRALE:
[Handgeschreven handtekeningen]
[Linksonder in de kantlijn:]
RbvV.V.O. 19026-41 - K 983 Dit document is een formele kennisgeving van de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale aan de Nederlandse veilingen. De kernboodschap is de overdracht van inkooprechten (toewijzingen) van een groep handelaren naar Duits-georiënteerde bewindvoerders, aangeduid met de Duitse term "Treuhänder".
In de brief worden drie specifieke bewindvoerders aangewezen voor verschillende Joodse firma's:
1. Jacob N. Pronk neemt de zaken over van de Groninger Fruit- & Bananenhandel S. de Vries.
2. J.J. Griffioen wordt aangesteld over zes firma's in Amsterdam (o.a. Meentz, Wijnschenk, Blik).
3. Fa. Gebrs. Th. & L. Boers Mzn. krijgt het bewind over de firma's Van Loggen in de Amsterdamse Markthallen.
De instructie aan de veilingen is puur logistiek en administratief van aard: de goederenstroom moet ongestoord doorgaan, maar de financiële en juridische controle ligt voortaan bij de Treuhänder in plaats van bij de oorspronkelijke eigenaren. Dit document vormt een direct bewijsstuk van de "arisering" van de Nederlandse economie tijdens de Duitse bezetting in de Tweede Wereldoorlog. De genoemde ondernemers (zoals Meentz, Wijnschenk, Blik en Van Loggen) waren Joodse Nederlanders.
Vanaf 1940 voerde de bezetter verordeningen in om Joden systematisch uit het economische leven te verwijderen. Joodse bedrijven moesten worden geregistreerd, waarna de Omnia-Treuhandgesellschaft vaak bewindvoerders (Treuhänders) aanstelde. Deze personen kregen de volledige zeggenschap over het bedrijf, terwijl de Joodse eigenaren hun bezit en inkomsten verloren. Vaak was dit een voorbode voor de uiteindelijke liquidatie van het bedrijf of overname door een niet-Joodse eigenaar.
De datum van de brief, 5 juni 1942, is saillant: dit was exact de periode waarin de voorbereidingen voor de grootschalige deportaties naar de vernietigingskampen in volle gang waren. Dit document illustreert hoe de onteigening van Joods bezit bureaucratisch werd gefaciliteerd door reguliere Nederlandse handelsinstanties.