Archief 745
Inventaris 745-395
Pagina 8
Dossier 2C
Jaar 1942
Stadsarchief

Officiële brief/circulaire.

3 juli 1942. Van: Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale (Afdeeling: Afzet). Aan: De gezamenlijke veilingen ("AAN DE VEILINGEN").

Origineel

Officiële brief/circulaire. 3 juli 1942. Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale (Afdeeling: Afzet). De gezamenlijke veilingen ("AAN DE VEILINGEN"). NEDERLANDSCHE GROENTEN- EN FRUITCENTRALE

BANKIER: DE TWENTSCHE BANK N.V.
'S-GRAVENHAGE
POSTREKENING No. 224314

Nº 105/48/3 M. 1942 6/7 [stempel/handgeschreven]

AFDEELING: AFZET.
Dict.: WJS.- Typ.: SvV.-
No. 295/'42
toestel 29

AAN DE VEILINGEN.

Gezien [stempel in paars/blauw]

's-Gravenhage, 3 Juli 1942.

M.H.

Wij deelen U hierbij mede, dat J.F.W. Koenen, Statenweg 164,
Rotterdam als Treuhänder is aangewezen van de volgende personen:

Wolf van Arend, Noorderstraat 14, Rotterdam.
Firma Coerant, Zwaanshals 344, Rotterdam.
L. Cohen, Boomkamp 25, Rijssen.

Daar de Treuhänder de producten moet leveren aan de afnemers
van genoemde personen, zullen de toewijzigingen aan bovenstaande
Treuhänder moeten overgaan.

De Heer Koenen heeft den Heer C. Middelburg, Raadhuislaan 49,
Rotterdam-Schiebroek een volmacht verstrekt alle handelingen aan-
gaande de firma Wolf van Arend en de firma Coerant te verrichten.

Wij verzoeken U, voorzoover het Uw veiling aangaat, de noodi-
ge maatregelen te treffen.

Hoogachtend,
NEDERLANDSCHE GROENTEN- EN FRUITCENTRALE:

[Handtekeningen]

Rb.V.V.O.

[Logo A] 21976 - '42 - K 983 Dit document is een administratief bewijsstuk van de "arisering" van de Nederlandse economie tijdens de Duitse bezetting. De kern van de brief is de aanstelling van J.F.W. Koenen als Treuhänder (Duits voor bewindvoerder of vertrouwensman).

De brief instrueert de veilingen om de "toewijzigingen" (de rechten om producten in te kopen of te verhandelen) niet langer aan de oorspronkelijke eigenaren te verlenen, maar aan de bewindvoerder. Opvallend is dat Koenen direct de macht weer delegeert aan een zekere C. Middelburg voor twee van de drie genoemde zaken.

De genoemde slachtoffers zijn:
1. Wolf van Arend (Rotterdam): Een Joodse koopman in groenten en fruit.
2. Firma Coerant (Rotterdam): Een handelsonderneming.
3. L. Cohen (Rijssen): Waarschijnlijk Levi Cohen, een handelaar uit Overijssel.

De toon van de brief is strikt zakelijk en bureaucratisch, wat kenmerkend is voor de wijze waarop de onteigening van Joods bezit werd afgehandeld als een routineuze administratieve handeling. In de zomer van 1942 was de uitsluiting van Joden uit het economische leven in Nederland vrijwel voltooid. Op basis van verordeningen van de bezetter (zoals Verordening 189/1941) moesten Joodse bedrijven worden geregistreerd en onder beheer van een door de nazi's goedgekeurde Treuhänder worden gesteld. Het doel hiervan was het onttrekken van kapitaal en bezit aan de Joodse gemeenschap ("arisering").

De Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale (NGFC) speelde hierin een coördinerende rol voor de agrarische sector. Zij zorgden ervoor dat de distributieketen niet werd verstoord terwijl de rechtmatige eigenaren werden beroofd van hun bedrijven.

De context is tragisch: rond de datum van deze brief (juli 1942) begonnen de grootschalige deportaties van Joden uit Nederland naar de vernietigingskampen. Voor de genoemde personen betekende dit bewindvoerderschap het definitieve verlies van hun middelen van bestaan, kort voordat zij vaak ook fysiek werden weggevoerd. Onderzoek in archieven (zoals Joods Monument) bevestigt dat Wolf van Arend in oktober 1942 in Auschwitz is vermoord.

Samenvatting

Dit document is een administratief bewijsstuk van de "arisering" van de Nederlandse economie tijdens de Duitse bezetting. De kern van de brief is de aanstelling van J.F.W. Koenen als Treuhänder (Duits voor bewindvoerder of vertrouwensman).

De brief instrueert de veilingen om de "toewijzigingen" (de rechten om producten in te kopen of te verhandelen) niet langer aan de oorspronkelijke eigenaren te verlenen, maar aan de bewindvoerder. Opvallend is dat Koenen direct de macht weer delegeert aan een zekere C. Middelburg voor twee van de drie genoemde zaken.

De genoemde slachtoffers zijn:
1. Wolf van Arend (Rotterdam): Een Joodse koopman in groenten en fruit.
2. Firma Coerant (Rotterdam): Een handelsonderneming.
3. L. Cohen (Rijssen): Waarschijnlijk Levi Cohen, een handelaar uit Overijssel.

De toon van de brief is strikt zakelijk en bureaucratisch, wat kenmerkend is voor de wijze waarop de onteigening van Joods bezit werd afgehandeld als een routineuze administratieve handeling.

Historische Context

In de zomer van 1942 was de uitsluiting van Joden uit het economische leven in Nederland vrijwel voltooid. Op basis van verordeningen van de bezetter (zoals Verordening 189/1941) moesten Joodse bedrijven worden geregistreerd en onder beheer van een door de nazi's goedgekeurde Treuhänder worden gesteld. Het doel hiervan was het onttrekken van kapitaal en bezit aan de Joodse gemeenschap ("arisering").

De Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale (NGFC) speelde hierin een coördinerende rol voor de agrarische sector. Zij zorgden ervoor dat de distributieketen niet werd verstoord terwijl de rechtmatige eigenaren werden beroofd van hun bedrijven.

De context is tragisch: rond de datum van deze brief (juli 1942) begonnen de grootschalige deportaties van Joden uit Nederland naar de vernietigingskampen. Voor de genoemde personen betekende dit bewindvoerderschap het definitieve verlies van hun middelen van bestaan, kort voordat zij vaak ook fysiek werden weggevoerd. Onderzoek in archieven (zoals Joods Monument) bevestigt dat Wolf van Arend in oktober 1942 in Auschwitz is vermoord.

Locaties

's-Gravenhage.