Archief 745
Inventaris 745-395
Pagina 66
Dossier 105
Jaar 1942
Stadsarchief

Officieel Bestuursbesluit (No. 84).

5 juni 1942.

Origineel

Officieel Bestuursbesluit (No. 84). 5 juni 1942. 240 A.

NEDERLANDSCHE GROENTEN- EN FRUITCENTRALE

BESTUURS BESLUIT No. 84

Het Dagelijksch Bestuur der Stichting Nederlandsche
Groenten- en Fruitcentrale brengt ter kennis van de
bij de Stichting georganiseerde telers van fruit,
anders dan fruit onder glas en frambozen (groep B)
en pachters van ongeoogst fruit,
dat het, gelet op artikel 2 sub II d van de Tuinbouw-
afzetbeschikking, ter vergadering van den
5den Juni 1942
heeft besloten als volgt:

/ ongeoogst Het verpachten van/fruit is in 1942 slechts toege-
staan onder de volgende beperkingen en voorwaarden:

I. Tot nader order mag alleen worden overgegaan
tot het verpachten van kersen.

II. Het verpachten wordt alleen toegestaan aan hen,
die in het bezit zijn van een verpachtersver-
gunning, in voorgaande jaren uitgereikt door
de Centrale.

III. De verpachting moet geschieden door bemiddeling
van een notaris of deurwaarder.

IV. Het pachten is alleen toegestaan aan die perso-
nen, die bij de Centrale als aangeslotene E
zijn georganiseerd in de groep Pachters van
ongeoogst fruit.

V. De verpachter is verplicht binnen 24 uren van
elke verpachting een door den notaris of deur-
waarder onderteekende verklaring te zenden aan
de Centrale, vermeldende:
a. de oppervlakte van den verpachten boomgaard, de
ligging en de benaming;
b. de benaming van het verpachte fruit;
c. de vermoedelijke opbrengst in kg.;
d. de som, waarvoor het perceel is verpacht;
e. de veiling, waarbij de verpachter is aange-
sloten;
f. de veiling, waar de pachter het fruit zal
moeten veilen.

Alle verpachtingsovereenkomsten, welke niet voldoen aan
bovenstaande voorwaarden worden door de Centrale niet
erkend.

's-GRAVENHAGE, 5 Juni 1942.
Voor het Dagelijksch Bestuur voornoemd:
w.g. W.M. Driessen Voorzitter
w.g. Niemöller Secretaris.

Rb.V.V.O. Dit document is een stringent besluit dat de handel en exploitatie van fruitboomgaarden tijdens de Tweede Wereldoorlog sterk aan banden legt. De kernpunten zijn:

  • Drastische inperking: In 1942 mochten alleen kersen ongeoogst worden verpacht. Andere fruitsoorten vielen blijkbaar onder een nog strikter regime of een totaalverbod op verpachting "op de boom".
  • Bureaucratische controle: Alleen telers en pachters die reeds door de 'Centrale' erkend waren (met vergunning of specifieke groepsaansluiting), mochten deelnemen aan deze transacties.
  • Juridische formalisering: Elke overeenkomst moest via een notaris of deurwaarder lopen, wat wijst op een wantrouwen jegens informele (mogelijk 'zwarte') afspraken.
  • Informatieplicht: Er gold een zeer korte termijn (24 uur) voor het melden van details zoals exacte locatie, geschatte opbrengst en de specifieke veiling waar het fruit geleverd moest worden. Dit stelde de bezetter en de gecontroleerde instanties in staat de volledige voedselstroom te monitoren. Het besluit is genomen tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale was een van de organisaties die door de bezetter werden ingezet om de landbouwproductie te beheersen ("ordening").

Het doel van dergelijke besluiten was tweeledig:
1. Bestrijding van de zwarte markt: Door elke boomgaard en elke kilo fruit administratief vast te leggen, werd het moeilijker voor boeren om producten buiten het officiële distributiesysteem om te verkopen.
2. Zekerstellen van export naar Duitsland: Een groot deel van de Nederlandse oogst werd opgeëist voor de Duitse voedselvoorziening en de Wehrmacht. Strikte controle op de veilingplicht (punt V sub f) garandeerde dat de producten op de plek terechtkwamen waar de bezetter ze kon opeisen.

De afkorting Rb.V.V.O. linksonder verwijst vermoedelijk naar het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd, de overkoepelende overheidsinstantie die verantwoordelijk was voor de distributie en voedselvoorziening.

Samenvatting

Dit document is een stringent besluit dat de handel en exploitatie van fruitboomgaarden tijdens de Tweede Wereldoorlog sterk aan banden legt. De kernpunten zijn:

  • Drastische inperking: In 1942 mochten alleen kersen ongeoogst worden verpacht. Andere fruitsoorten vielen blijkbaar onder een nog strikter regime of een totaalverbod op verpachting "op de boom".
  • Bureaucratische controle: Alleen telers en pachters die reeds door de 'Centrale' erkend waren (met vergunning of specifieke groepsaansluiting), mochten deelnemen aan deze transacties.
  • Juridische formalisering: Elke overeenkomst moest via een notaris of deurwaarder lopen, wat wijst op een wantrouwen jegens informele (mogelijk 'zwarte') afspraken.
  • Informatieplicht: Er gold een zeer korte termijn (24 uur) voor het melden van details zoals exacte locatie, geschatte opbrengst en de specifieke veiling waar het fruit geleverd moest worden. Dit stelde de bezetter en de gecontroleerde instanties in staat de volledige voedselstroom te monitoren.

Historische Context

Het besluit is genomen tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale was een van de organisaties die door de bezetter werden ingezet om de landbouwproductie te beheersen ("ordening").

Het doel van dergelijke besluiten was tweeledig:
1. Bestrijding van de zwarte markt: Door elke boomgaard en elke kilo fruit administratief vast te leggen, werd het moeilijker voor boeren om producten buiten het officiële distributiesysteem om te verkopen.
2. Zekerstellen van export naar Duitsland: Een groot deel van de Nederlandse oogst werd opgeëist voor de Duitse voedselvoorziening en de Wehrmacht. Strikte controle op de veilingplicht (punt V sub f) garandeerde dat de producten op de plek terechtkwamen waar de bezetter ze kon opeisen.

De afkorting Rb.V.V.O. linksonder verwijst vermoedelijk naar het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd, de overkoepelende overheidsinstantie die verantwoordelijk was voor de distributie en voedselvoorziening.

Locaties

's-Gravenhage.