Archief 745
Inventaris 745-395
Pagina 67
Dossier 105
Jaar 1942
Stadsarchief

Getypte brief op officieel briefpapier.

4 juni 1942. Van: Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale, Laan Copes van Cattenburch 62, 's-Gravenhage. Aan: "Aan de geadresseerde Veiling".

Origineel

Getypte brief op officieel briefpapier. 4 juni 1942. Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale, Laan Copes van Cattenburch 62, 's-Gravenhage. "Aan de geadresseerde Veiling". [Stempel in paarse inkt:] No 105/61/1 M. 1942 9/6

NEDERLANDSCHE GROENTEN- EN FRUITCENTRALE
Laan Copes van Cattenburch 62.

DIRECTIE.
Dict.: Dr. Typ.: EF.
No. 235/ '42.
Toestel 1.

[In rood geschreven:] Gezien [paraaf]

Aan de geadresseerde Veiling.

's-GRAVENHAGE, 4 Juni 1942.

Betr.: Kwaliteit en sorteering der producten.

Ten opzichte van de gegeven voorschriften betreffende de kwaliteit, de sorteering, het gewicht en het getal der te veilen producten brengen wij het volgende te Uwer kennis met het verzoek den inhoud van dit schrijven onder de aandacht te brengen van de aanvoerders en de koopers op Uw veiling.

I. De aanvoerders zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit, de sorteering, het gewicht en het getal der door hen ter veiling aangeboden producten. Deze gegevens moeten op de veilingbrieven worden vermeld.

II. Het veilingbestuur is tegenover de koopers verantwoordelijk voor de kwaliteit, de sorteering, het getal en het gewicht der te veilen producten; het blijft hiervoor verantwoordelijk tot de producten in handen van koopers zijn overgegaan.

III. De koopers zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit, de sorteering, het getal en het gewicht der geveilde producten, nadat zij deze ter veiling in eigendom hebben ontvangen. Zij dienen zich derhalve bij het in ontvangst nemen der producten te overtuigen, dat zij de gekochte producten ontvangen in de kwaliteit, de sorteering, het getal en het gewicht zooals deze ter veiling zijn aangeboden en door hen zijn gekocht. Bij de verdere verhandeling dezer producten blijven zij voor een en ander verantwoordelijk.

NEDERLANDSCHE GROENTEN- EN FRUITCENTRALE:

[Handtekening]

Rb.V.V.O. Dit document is een officiële richtlijn die de juridische en operationele verantwoordelijkheden vastlegt voor de kwaliteit en kwantiteit van producten die via de veiling worden verhandeld. De kern van de brief is het definiëren van de overdracht van aansprakelijkheid in drie fasen:

  1. De Aanvoerder (Producent): Draagt de primaire verantwoordelijkheid voor de juistheid van de informatie op de veilingbrief (kwaliteit, sortering, gewicht, aantal).
  2. Het Veilingbestuur: Fungeert als tussenpersoon en is verantwoordelijk tegenover de kopers tot het moment van fysieke overdracht.
  3. De Koper (Handelaar): Zodra de producten zijn ontvangen, rust de verantwoordelijkheid bij de koper. De brief benadrukt een onderzoeksplicht voor de koper op het moment van ontvangst ("zich derhalve bij het in ontvangst nemen... te overtuigen").

De brief dient om geschillen over productgebreken te voorkomen door exact aan te geven wie op welk moment in de keten aansprakelijk is. De brief dateert van juni 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de voedselvoorziening streng gereguleerd door de bezetter en de Nederlandse overheidsinstanties die onder hun toezicht stonden.

De Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale (NGFC) was een centrale organisatie die door de bezetter was opgezet (of omgevormd uit bestaande structuren) om de handel en distributie van tuinbouwproducten te beheersen. Dit paste in het beleid van de Landaankoop en de distributie-economie, waarbij voorkomen moest worden dat producten in het zwarte circuit verdwenen.

De code Rb.V.V.O. linksonder verwijst waarschijnlijk naar het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd, de overkoepelende instantie die verantwoordelijk was voor de voedseldistributie en prijsbeheersing. Dergelijke brieven waren essentieel om de schaarse middelen zo efficiënt en eerlijk mogelijk (binnen de kaders van de bezetting) te verdelen en bureaucratische controle over de gehele handelsketen te behouden.

Samenvatting

Dit document is een officiële richtlijn die de juridische en operationele verantwoordelijkheden vastlegt voor de kwaliteit en kwantiteit van producten die via de veiling worden verhandeld. De kern van de brief is het definiëren van de overdracht van aansprakelijkheid in drie fasen:

  1. De Aanvoerder (Producent): Draagt de primaire verantwoordelijkheid voor de juistheid van de informatie op de veilingbrief (kwaliteit, sortering, gewicht, aantal).
  2. Het Veilingbestuur: Fungeert als tussenpersoon en is verantwoordelijk tegenover de kopers tot het moment van fysieke overdracht.
  3. De Koper (Handelaar): Zodra de producten zijn ontvangen, rust de verantwoordelijkheid bij de koper. De brief benadrukt een onderzoeksplicht voor de koper op het moment van ontvangst ("zich derhalve bij het in ontvangst nemen... te overtuigen").

De brief dient om geschillen over productgebreken te voorkomen door exact aan te geven wie op welk moment in de keten aansprakelijk is.

Historische Context

De brief dateert van juni 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de voedselvoorziening streng gereguleerd door de bezetter en de Nederlandse overheidsinstanties die onder hun toezicht stonden.

De Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale (NGFC) was een centrale organisatie die door de bezetter was opgezet (of omgevormd uit bestaande structuren) om de handel en distributie van tuinbouwproducten te beheersen. Dit paste in het beleid van de Landaankoop en de distributie-economie, waarbij voorkomen moest worden dat producten in het zwarte circuit verdwenen.

De code Rb.V.V.O. linksonder verwijst waarschijnlijk naar het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd, de overkoepelende instantie die verantwoordelijk was voor de voedseldistributie en prijsbeheersing. Dergelijke brieven waren essentieel om de schaarse middelen zo efficiënt en eerlijk mogelijk (binnen de kaders van de bezetting) te verdelen en bureaucratische controle over de gehele handelsketen te behouden.