Dienstbrief / Circulaire (typschrift op briefpapier).
Origineel
Dienstbrief / Circulaire (typschrift op briefpapier). 17 juni 1942. Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale (Directie). NEDERLANDSCHE GROENTEN- EN FRUITCENTRALE
BANKIER : DE TWENTSCHE BANK N.V.
'S-GRAVENHAGE
POSTREKENING No. 224314
AAN DE GEADRESSEERDE
VEILINGSVEREENIGING.
=====================
D I R E C T I E.
Dict. : Dr/AKl.
No. 262/'42.
Rb.V.V.O.
's-Gravenhage, 17 Juni 1 9 4 2 .
Nº 105/67/1 M. 1942 10/6 [stempels]
Betreft : Indiening weekstaten.
Gezien [handgeschreven]
[paraaf/symbool]
Reeds bij herhaling werd door ons gewezen op de nood-
zakelijkheid om zoo spoedig mogelijk te kunnen beschikken over
de aanvoercijfers onzer veilingen.
Dit klemt thans te meer, omdat wij deze cijfers
telkens op korten termijn ter beschikking moeten stellen van de
hoogere instanties. In dit verband verzochten wij U in onze
circulaires No.s 180/'42 en 192/'42 de weekstaten uiterlijk één
week na het verstrijken der verslagweek aan ons in te zenden.
Tot op heden hebben zeer vele veilingen aan dit
voorschrift gehoor gegeven en deden zij ons direct hun week-
staten toekomen. Hiervoor zeggen wij haar gaarne dank en wij
vertrouwen, dat zij zich ook in den vervolge aan deze goede
gewoonte zullen houden.
Aan den anderen kant zijn er evenwel tot onze spijt
ook nog steeds veilingen, die dit voorschrift niet hebben op-
gevolgd en die ons thans dwingen om tot scherpere maatregelen
over te gaan.
Deze veilingen krijgen alsnog de gelegenheid om
uiterlijk Maandag 22 Juni 1942 de nog achterstallige week-
staten (t/m 13 Juni) in te zenden, terwijl zij verder den boven-
aangegeven termijn van een week in acht dienen te nemen. Indien
op dezen datum de nog niet ingezonden staten niet in ons bezit
zijn, zullen wij ertoe moeten overgaan, tegen de betrokken
veiling een tuchtrechterlijke verklaring te laten opmaken.
Mocht er aan Uw veiling in eenige week niet zijn
geveild, zoo verzoeken wij U, ons een blanco onderteekende
weekstaat in te zenden met de opmerking "niet geveild".
Voor de goede orde laten wij hieronder volgen art. 8
sub 3 uit de statuten onzer Centrale, waaruit voor U als aan-
geslotene onder groep G. de verplichting tot indiening dezer
staten voortvloeit.
STATUTEN.
"art. 8, 3º de georganiseerden zijn verplicht, nauw-
"gezet, prompt, getrouwelijk en zonder eenige verzwijging de
"vragen te beantwoorden, welke de organen der Centrale en
"andere door den Minister aan te wijzen lichamen zullen stel-
"len of krachtens bijzondere of algemeene opdracht zullen doen
"stellen, zoomede op eerste aanvrage de door of namens deze
"organen of lichamen verlangde papieren en bescheiden over te
"leggen en tegen ontvangstbewijs af te geven".
NEDERLANDSCHE GROENTEN- EN FRUITCENTRALE : -
[handtekening]
(A) 19026 - '41 - K 983
--- Deze brief is een formeel ultimatum van de Directie van de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale (NGFC). De kern van de boodschap is een berisping aan veilingen die verzuimen hun wekelijkse aanvoerstatistieken tijdig in te leveren. De toon is streng en bureaucratisch; de afzender benadrukt dat de cijfers noodzakelijk zijn voor "hoogere instanties" en dreigt bij verdere nalatigheid met tuchtrechtelijke stappen. Om de juridische basis van deze eis te versterken, wordt onderaan expliciet geciteerd uit de statuten van de organisatie. De brief illustreert de strakke controle op de voedselketen en de administratieve druk op agrarische organisaties tijdens de betreffende periode.
--- Het document dateert uit juni 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de Nederlandse economie volledig omgeschakeld naar een distributiestelsel en een strak gereguleerde markt. De Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale fungeerde als een centraal orgaan dat in opdracht van de bezetter (en het departement van Landbouw en Visscherij) toezicht hield op de productie en distributie van tuinbouwproducten.
De noodzaak om cijfers aan "hoogere instanties" te leveren, verwijst naar de rapportageplicht aan de bezettingsautoriteiten, die de volledige controle over de voedselvoorraad wilden behouden voor zowel de eigen troepen als de Nederlandse bevolking (en de export naar Duitsland). De dreiging met een "tuchtrechterlijke verklaring" past in het juridische kader van de bezettingstijd, waarbij economische vergrijpen of administratieve ongehoorzaamheid streng bestraft konden worden via speciale tuchgerechten voor de voedselvoorziening. Dit document is daarmee een direct bewijs van de "gelijkschakeling" en de dwangmatige ordening van de Nederlandse landbouwsector tijdens de oorlogsjaren.