Archief 745
Inventaris 745-395
Pagina 89
Dossier 2A
Jaar 1942
Stadsarchief

Getypte officiële circulaire of verordening.

Origineel

Getypte officiële circulaire of verordening. Gewicht.
Het door den teler op den veilingbrief aangegeven gewicht moet, welke verpakking ook wordt gebruikt, door de aangevoerde partij geheel worden gedekt.
Op den veilingbrief moet door den teler de soort van de aangevoerde aardappelen worden vermeld.

Aanvoer.
De aanvoer dient door de veiling zoodanig te worden geregeld, dat op elken veilingdag zooveel mogelijk een gelijke hoeveelheid ter veiling wordt aangevoerd.
Op Vrijdag 19 Juni 1942 zullen voor het eerst vroege aardappelen ter veiling mogen worden aangeboden.

Vervoer.
Bij de regeling voor het vervoer zijn de provincies verdeeld in productie- en consumptiecentra.
Het vervoer van den teler naar de veiling in de productiecentra kan vrij geschieden.
Bij vervoer naar een veiling in een consumptiegebied, of wanneer de teelt plaats vindt in een consumptiegebied, moet het vervoer gedekt zijn door een vervoerbewijs, afgegeven door den plaatselijken Bureauhouder van de P.I.C.A. onder wien de teler ressorteert.
Veilingen, die in een consumptiegebied liggen, dienen haar aanvoerders hierop te attendeeren.
In de bijlage doen wij U een overzicht toekomen van de vastgestelde productie- en consumptiecentra.

Koopers.
Als eenige kooper van vroege aardappelen zal de V.B.N.A. optreden, die op elke veiling een vertegenwoordiger zal stellen, die de aardappelen in ontvangst neemt.
Met de algemeene leiding zijn door de V.B.N.A. belast:

In Noord-Holland de Heer Stennenberg, Broek op Langendijk,
tel. 417
In Zuid-Holland de Heer van Rijn, 's-Gravenzande,
tel 11
In de andere provincies de Provinciale Bureaux.

Betaling.
De koopersnota moet worden afgegeven aan den vertegenwoordiger van de V.B.N.A., terwijl de betaling door het plaatselijk Bureau van deze instelling zal geschieden, uiterlijk 5 dagen na datum van levering van de aardappelen.

Algemeen.
De teler-handelaren en markttuinders, die vroege aardappelen telen, moeten deze eveneens ter veiling aanvoeren.

Verkoop op andere wijze dan via de veiling is niet toegestaan.

NEDERLANDSCHE GROENTEN- EN FRUITCENTRALE:
[Handtekening 1] [Handtekening 2]

Rb.V.V.O. Dit document is een dwingend voorschrift gericht aan telers van vroege aardappelen in het bezette Nederland van 1942. Het doel van de verordening is de totale controle over de distributieketen van dit essentiële voedingsmiddel.

De belangrijkste bepalingen zijn:
1. Strenge administratie: Gewichten en soorten moeten exact worden opgegeven.
2. Gereguleerde aanvoer: Veilingen moeten de aanvoer spreiden om pieken te voorkomen.
3. Vervoersbeperkingen: Er wordt een onderscheid gemaakt tussen productie- en consumptiegebieden. In consumptiegebieden is een officieel vervoersbewijs van de P.I.C.A. verplicht.
4. Monopolie op inkoop: De V.B.N.A. wordt aangesteld als de enige toegestane koper. Dit elimineert de vrije marktwerking en concurrentie tussen handelaren.
5. Verbod op buiten-veilingse verkoop: De laatste zin ("Verkoop op andere wijze dan via de veiling is niet toegestaan") is cruciaal; dit was bedoeld om de zwarte markt tegen te gaan en ervoor te zorgen dat alle geproduceerde aardappelen in het officiële distributiesysteem terechtkwamen. Het document dateert uit juni 1942, een periode waarin de Duitse bezetter de Nederlandse economie steeds strakker reguleerde om de voedselvoorziening (zowel voor de Nederlandse bevolking als voor de Duitse Wehrmacht) te beheersen.

De genoemde organisaties zijn kenmerkend voor deze periode:
* Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale: Een door de bezetter gecontroleerd orgaan dat toezicht hield op de handel in tuinbouwproducten.
* P.I.C.A. (Provinciale Inkoopcentrale voor Akkerbouwproducten): Verantwoordelijk voor de registratie en vordering van landbouwproducten.
* V.B.N.A. (Vereniging van Bemiddelaars in de Nederlandsche Aardappelhandel): Deze organisatie werd ingeschakeld als centraal uitvoerend orgaan voor de opkoop.

De genoemde namen van personen (Stennenberg en Van Rijn) met hun standplaatsen (Broek op Langedijk en 's-Gravenzande) verwijzen naar belangrijke tuinbouwcentra in die tijd. Dit document illustreert hoe de dagelijkse bedrijfsvoering van boeren en tuinders tijdens de oorlog tot in het kleinste detail werd gedicteerd door centrale instanties.

Samenvatting

Dit document is een dwingend voorschrift gericht aan telers van vroege aardappelen in het bezette Nederland van 1942. Het doel van de verordening is de totale controle over de distributieketen van dit essentiële voedingsmiddel.

De belangrijkste bepalingen zijn:
1. Strenge administratie: Gewichten en soorten moeten exact worden opgegeven.
2. Gereguleerde aanvoer: Veilingen moeten de aanvoer spreiden om pieken te voorkomen.
3. Vervoersbeperkingen: Er wordt een onderscheid gemaakt tussen productie- en consumptiegebieden. In consumptiegebieden is een officieel vervoersbewijs van de P.I.C.A. verplicht.
4. Monopolie op inkoop: De V.B.N.A. wordt aangesteld als de enige toegestane koper. Dit elimineert de vrije marktwerking en concurrentie tussen handelaren.
5. Verbod op buiten-veilingse verkoop: De laatste zin ("Verkoop op andere wijze dan via de veiling is niet toegestaan") is cruciaal; dit was bedoeld om de zwarte markt tegen te gaan en ervoor te zorgen dat alle geproduceerde aardappelen in het officiële distributiesysteem terechtkwamen.

Historische Context

Het document dateert uit juni 1942, een periode waarin de Duitse bezetter de Nederlandse economie steeds strakker reguleerde om de voedselvoorziening (zowel voor de Nederlandse bevolking als voor de Duitse Wehrmacht) te beheersen.

De genoemde organisaties zijn kenmerkend voor deze periode:
* Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale: Een door de bezetter gecontroleerd orgaan dat toezicht hield op de handel in tuinbouwproducten.
* P.I.C.A. (Provinciale Inkoopcentrale voor Akkerbouwproducten): Verantwoordelijk voor de registratie en vordering van landbouwproducten.
* V.B.N.A. (Vereniging van Bemiddelaars in de Nederlandsche Aardappelhandel): Deze organisatie werd ingeschakeld als centraal uitvoerend orgaan voor de opkoop.

De genoemde namen van personen (Stennenberg en Van Rijn) met hun standplaatsen (Broek op Langedijk en 's-Gravenzande) verwijzen naar belangrijke tuinbouwcentra in die tijd. Dit document illustreert hoe de dagelijkse bedrijfsvoering van boeren en tuinders tijdens de oorlog tot in het kleinste detail werd gedicteerd door centrale instanties.