Archief 745
Inventaris 745-395
Pagina 118
Dossier 100
Jaar 1942
Stadsarchief

Archiefdocument

31 juli 1942 Van: Rb.V.V.O. (Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd)

Origineel

31 juli 1942 Rb.V.V.O. (Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd) Rb.V.V.O. -4- Circ.No.334/'42 dd. 31 Juli '42.

komkommers, augurken en tomaten 70 %
meloenen en sla . . . . . . . . . 60 %
koolrabi, bloemkool, boonen,
peen zonder lof, bospeen, spits-
kool, tuinboonen, roode- en witte
kool en peren . . . . . . . . . . 50 %

Wanneer een voor het binnenland bestemd gedeelte, uitgezonderd het product tomaten, niet door het binnenland wordt afgenomen of den exportprijs niet opbrengt, dan dient ook dit deel voor export te worden verladen.

TOMATEN. Sorteering I, II, III en IV.
Wanneer de voor het binnenland bestemde 30 % niet door het binnenland wordt afgenomen, dan komt dit deel ten gunste van de conservenindustrie.

Bonken.
Deze komen bij voldoenden aanvoer geheel ter beschikking van de industrie.

Kriel en gescheurde.
Wanneer hiervoor de prijs daalt tot beneden 5 cent per kg., komen deze eveneens ter beschikking van de industrie.

Voor bovengenoemde producten dienen nadere instructies aan onze Centrale (afdeeling Conserveering) worden aangevraagd.

STEKKOMKOMMERS.
Komkommerstek, dat geen f.3.- per 100 kg. opbrengt, moet aan de fabrieken tegen f.3.- per 100 kg. worden afgeleverd.

AUGURKEN.
De voor het binnenland bestemde augurken in de sorteeringen III, IV en III en IV stippel mogen niet aan den handel worden afgegeven, maar uitsluitend aan de verwerkende industrie.

U gelieve deze aan te melden bij den Heer v.d. Vijver te Rijnsburg, of zijn vertegenwoordiger op de veiling, die voor de verdeeling onder de binnenlandsche industrie zorgdraagt.

ZAAIUIEN.
Het oogsten en veilen van alle zaaiuien (incl. gezaaide pootuien) is tot nader order verboden.
Dit verbod geldt zoowel voor partijen, welke in bossen als voor partijen welke los worden aangevoerd.

KWALITEITSVOORSCHRIFTEN.
De kwaliteitsvoorschriften voor 1942 U toegezonden bij circulaire No. 62 dd. 20 Februari 1942, dienen te worden gehandhaafd behoudens indien in deze circulaire afwijkende voorschriften ten aanzien van de maat, sorteering of anderszins zijn gegeven.

BOSPEEN.
Elke bos dient tenminste 0.6 kg. afgebroken peen en 15 stuks bevatten. Ongeboste peen en bospeen met minder dan 15 stuks mag niet worden geveild, maar moet op kosten van den teler gebroken worden en per kg. tegen den daarvoor vastgestelden prijs worden geveild.

KROTEN.
Deze mogen niet meer per bos, doch moeten uitsluitend per kg. worden geveild.

BOSPREI.
De bossen dienen een doorsnede te hebben van tenminste 3 cm.

DOPERWTEN (rijs- en krombek).
Onder rijserwten vallen alle doperwten, die aan rijshout worden geteeld, hoe of de benaming ervan ook moge zijn, b.v. blauwe capucijners, Raspers, enz.

TOMATEN.
De doorsnede van sorteering II wordt gewijzigd in : 57 mm. en hooger.

./5. Dit document is een typisch voorbeeld van de strakke regie op de voedselvoorziening tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Enkele opvallende zaken:

  • Quota en Export: Een groot deel van de oogst (tot wel 70%) was bestemd voor specifieke doeleinden. Hoewel er gesproken wordt over het "binnenland", was een aanzienlijk deel van de productie in deze periode bedoeld voor de Duitse bezetter of export naar Duitsland.
  • Industriële Verwerking: Producten die niet aan de prijs- of kwaliteitseisen voldeden (zoals 'bonken' of 'kriel'), werden gedwongen naar de conservenindustrie gesluisd. Dit zorgde ervoor dat er niets verloren ging en dat de verwerkende industrie (vaak werkend voor de Wehrmacht) bevoorraad bleef.
  • Prijsbeheersing: Er worden harde prijsgrenzen genoemd (zoals de 5 cent voor kriel of de 3 gulden per 100 kg voor stekkomkommers) om de markt te reguleren.
  • Strikte Sortering: De details over de diameter van tomaten (57 mm) en het gewicht van een bos peen (0,6 kg) tonen de verregaande bureaucratisering van de landbouw aan.
  • Oogstverbod: Het verbod op het oogsten van zaaiuien duidt op een poging om de voorraadbeheersing centraal te controleren, mogelijk om schaarste in de winter te voorkomen of om de distributie volledig in eigen hand te houden. De afkorting Rb.V.V.O. staat voor het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd. Dit bureau werd al voor de oorlog (in 1937) in de steigers gezet om in tijden van crisis de voedselproductie en -distributie in Nederland volledig te kunnen beheersen.

Tijdens de bezetting (1940-1945) fungeerde dit bureau als de uitvoerende arm van het beleid van de bezetter en de Nederlandse secretarissen-generaal. Alles, van de teeltplannen van boeren tot de minimale omvang van een bosje prei op de veiling, werd door middel van dit soort circulaires vastgelegd. De genoemde datum (31 juli 1942) valt in een periode waarin de tekorten in Nederland nijpender begonnen te worden en de greep van de bezetter op de Nederlandse economie (de Gelijkschakeling) nagenoeg voltooid was. De "Centrale afdeeling Conserveering" hield toezicht op het inmaken van voedsel voor langdurige opslag en militair gebruik.

Samenvatting

Dit document is een typisch voorbeeld van de strakke regie op de voedselvoorziening tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Enkele opvallende zaken:

  • Quota en Export: Een groot deel van de oogst (tot wel 70%) was bestemd voor specifieke doeleinden. Hoewel er gesproken wordt over het "binnenland", was een aanzienlijk deel van de productie in deze periode bedoeld voor de Duitse bezetter of export naar Duitsland.
  • Industriële Verwerking: Producten die niet aan de prijs- of kwaliteitseisen voldeden (zoals 'bonken' of 'kriel'), werden gedwongen naar de conservenindustrie gesluisd. Dit zorgde ervoor dat er niets verloren ging en dat de verwerkende industrie (vaak werkend voor de Wehrmacht) bevoorraad bleef.
  • Prijsbeheersing: Er worden harde prijsgrenzen genoemd (zoals de 5 cent voor kriel of de 3 gulden per 100 kg voor stekkomkommers) om de markt te reguleren.
  • Strikte Sortering: De details over de diameter van tomaten (57 mm) en het gewicht van een bos peen (0,6 kg) tonen de verregaande bureaucratisering van de landbouw aan.
  • Oogstverbod: Het verbod op het oogsten van zaaiuien duidt op een poging om de voorraadbeheersing centraal te controleren, mogelijk om schaarste in de winter te voorkomen of om de distributie volledig in eigen hand te houden.

Historische Context

De afkorting Rb.V.V.O. staat voor het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd. Dit bureau werd al voor de oorlog (in 1937) in de steigers gezet om in tijden van crisis de voedselproductie en -distributie in Nederland volledig te kunnen beheersen.

Tijdens de bezetting (1940-1945) fungeerde dit bureau als de uitvoerende arm van het beleid van de bezetter en de Nederlandse secretarissen-generaal. Alles, van de teeltplannen van boeren tot de minimale omvang van een bosje prei op de veiling, werd door middel van dit soort circulaires vastgelegd. De genoemde datum (31 juli 1942) valt in een periode waarin de tekorten in Nederland nijpender begonnen te worden en de greep van de bezetter op de Nederlandse economie (de Gelijkschakeling) nagenoeg voltooid was. De "Centrale afdeeling Conserveering" hield toezicht op het inmaken van voedsel voor langdurige opslag en militair gebruik.