Archief 745
Inventaris 745-395
Pagina 121
Dossier 105
Jaar 1942
Stadsarchief

Getypte circulaire/officiële brief.

4 augustus 1942.

Origineel

Getypte circulaire/officiële brief. 4 augustus 1942. № 105/89/1 M. 1942 5/10

NEDERLANDSCHE GROENTEN- EN FRUITCENTRALE.

Laan Copes van Cattenburch 62.
DIRECTIE.
Dict.: vW. Typ.: CV.
No. 341/'42. AAN DE VEILINGEN.

                                        's-Gravenhage, 4 Augustus 1942.

Betr.: kroet van appelen en van peren.

  Van heden af komt al het kroet van appelen en peren ter beschikking van de industrie. Hieronder volgt een opgave van de fabrikantleiders, die voor de verdeeling van het <u>appelenkroet</u> zullen zorgdragen:

  de Heer Gouverne van de
  N.V. Mij. "de Betuwe" te Tiel:  voor de provincie Gelderland;

  de Heer Canisius te Schinnen: voor de provincie Limburg;

  de Heer v.d. Ploeg van de fa.
  Zwanenburg & Co. te Zwijndrecht: voor de Zuid-Hollandsche Eilanden;

  de Heer v.d. Vijver van de
  N.V. v.d. Vijver te Rijnsburg:  voor de provincie Zeeland.

  Het perenkroet, dat in Limburg wordt aangevoerd kan eveneens bij den Heer Canisius worden gemeld. In de overige provincies dienen de veilingen het aangevoerde perenkroet nog even bij onze Centrale te melden, waarna wij de bestemming zullen aangeven.

                            NEDERLANDSCHE GROENTEN- EN FRUITCENTRALE.

Rb.V.V.O. [Handtekening] [Handtekening] In dit document reguleert de "Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale" de verdeling van "kroet". Kroet is een term voor kwalitatief minderwaardig fruit, zoals valfruit of fruit met plekken, dat niet geschikt is voor directe consumptie maar wel voor industriële verwerking tot bijvoorbeeld appelstroop, jam of pulp.

Opvallend is de aanwijzing van specifieke "fabrikantleiders" per regio, waaronder bekende namen uit de Nederlandse voedselindustrie zoals de firma Canisius (bekend van de stroop) en "De Betuwe" (bekend van de jam en Flipje). Dit wijst op een strakke, centraal gestuurde organisatie van de grondstoffenstroom. De veilingen krijgen de opdracht om kroet niet meer vrij te verhandelen, maar aan te melden bij deze aangewezen personen of de Centrale zelf. Dit document stamt uit augustus 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De "Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale" was een onderdeel van de voedselvoorziening die onder streng toezicht van de bezetter stond.

Tijdens de oorlogsjaren was er sprake van een schaarste-economie. Niets mocht verloren gaan, en zeker grondstoffen voor voedselproductie werden streng gerantsoeneerd en gecontroleerd via het distributiestelsel. Door "kroet" centraal te verzamelen en toe te wijzen aan specifieke fabrieken, hield de overheid (en daarmee de bezetter) controle over de productiecapaciteit en de voedselvoorraad. Het document illustreert de bureaucratische aard van de "Ordening" van het bedrijfsleven tijdens de bezetting.

Samenvatting

In dit document reguleert de "Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale" de verdeling van "kroet". Kroet is een term voor kwalitatief minderwaardig fruit, zoals valfruit of fruit met plekken, dat niet geschikt is voor directe consumptie maar wel voor industriële verwerking tot bijvoorbeeld appelstroop, jam of pulp.

Opvallend is de aanwijzing van specifieke "fabrikantleiders" per regio, waaronder bekende namen uit de Nederlandse voedselindustrie zoals de firma Canisius (bekend van de stroop) en "De Betuwe" (bekend van de jam en Flipje). Dit wijst op een strakke, centraal gestuurde organisatie van de grondstoffenstroom. De veilingen krijgen de opdracht om kroet niet meer vrij te verhandelen, maar aan te melden bij deze aangewezen personen of de Centrale zelf.

Historische Context

Dit document stamt uit augustus 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De "Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale" was een onderdeel van de voedselvoorziening die onder streng toezicht van de bezetter stond.

Tijdens de oorlogsjaren was er sprake van een schaarste-economie. Niets mocht verloren gaan, en zeker grondstoffen voor voedselproductie werden streng gerantsoeneerd en gecontroleerd via het distributiestelsel. Door "kroet" centraal te verzamelen en toe te wijzen aan specifieke fabrieken, hield de overheid (en daarmee de bezetter) controle over de productiecapaciteit en de voedselvoorraad. Het document illustreert de bureaucratische aard van de "Ordening" van het bedrijfsleven tijdens de bezetting.

Locaties

's-Gravenhage (Laan Copes van Cattenburch 62).