Administratieve circulaire (voedselvoorziening in oorlogstijd)
Origineel
Administratieve circulaire (voedselvoorziening in oorlogstijd) 7 augustus 1942 Rb.V.V.O. -4- Circ.No.346/'42 dd. 7 Aug.'42.
UITSCHOT.
Producten, die onder normale omstandigheden afgekeurd zouden moeten worden, mogen thans als "uitschot" worden geveild tegen 50 % van den voor het afwijkende product vastgestelden prijs.
VERDEELING VAN DEN AANVOER.
Van alle hierna genoemde producten moeten, indien de aanvoer voldoende groot is om levering voor export mogelijk te maken, de erbij genoemde percentages van het voor export geschikte product voor bedoelde levering worden bestemd t.w. van :
komkommers, augurken en tomaten . . . . . . 70 %
meloenen en sla . . . . . . . . . . . . . . . 60 %
koolrabi, bloemkool, boonen, peen zonder
lof, spitskool, roode- & witte kool,
peren en druiven . . . . . . . . . . . . . . . 50 %
Deze percentages moeten van den geheelen voor export geschikten aanvoer worden genomen, de bevoorrading voor de keukens kan eerst uit het voor het binnenland bestemde gedeelte plaats vinden.
Wanneer een voor het binnenland bestemd gedeelte uitgezonderd het product tomaten, niet door het binnenland wordt afgenomen of den exportprijs niet opbrengt, dan dient ook dit deel voor export te worden verladen.
TOMATEN. Sorteering I, II, III en IV.
Wanneer de voor het binnenland bestemde 30 % niet door het binnenland wordt afgenomen, dan komt dit deel ten gunste van de conservenindustrie.
<u>Bonken.</u>
Deze komen bij voldoenden aanvoer geheel ter beschikking van de industrie.
<u>Kriel en gescheurde.</u>
Wanneer hiervoor de prijs daalt tot beneden 5 cent per kg., komen deze eveneens ter beschikking van de industrie.
Voor bovengenoemde producten dienen nadere instructies aan onze Centrale (afdeeling Conserveering) te worden aangevraagd.
STEKKOMKOMMERS.
Komkommerstek, dat geen f.3.- per 100 kg. opbrengt, moet aan de fabrieken tegen f.3.- per 100 kg. worden afgeleverd.
AUGURKEN.
De voor het binnenland bestemde augurken in de sorteeringen III, IV en III en IV stippel mogen niet aan den handel worden afgegeven, maar uitsluitend aan de verwerkende industrie.
U gelieve deze aan te melden bij den Heer v.d.Vijver te Rijnsburg, of zijn vertegenwoordiger op de veiling, die voor de verdeeling onder de binnenlandsche industrie zorgdraagt.
BOSUIEN.
Het aanvoeren van geboste uien is verboden.
ZAAIUIEN.
Het oogsten en veilen van alle zaaiuien is tot nader order verboden.
POOTUIEN.
Deze mogen worden geveild, mits aan de voor uien gestelde kwaliteitseischen wordt voldaan.
KOOLRAPEN.
Het rooien en veilen van koolrapen is verboden.
BREEKPEEN.
Het rooien en veilen van breekpeen is voor de provincie Zeeland en voor de Zuid-Hollandsche eilanden tot nader order verboden.
KWALITEITSVOORSCHRIFTEN.
De kwaliteitsvoorschriften voor 1942 U toegezonden bij circulaire No. 62 dd. 20 Februari 1942, dienen te worden gehandhaafd behoudens indien in deze circulaire afwijkende voorschriften ten
./.5. * Taalgebruik: Het document is geschreven in de destijds geldende spelling (bijv. "verdeeling", "den aanvoer", "opbrengt") en hanteert een strikt ambtelijke toon.
* Inhoudelijke kern: De tekst regelt de distributie van landbouwproducten. Opvallend is de verplichte afdracht voor export (70% voor tomaten/komkommers, 50-60% voor overige producten). De "export" in deze context (augustus 1942) betekende in de praktijk levering aan nazi-Duitsland.
* Regulering: Er is sprake van prijsinterventie (bijv. minimum f.3,- voor stekkomkommers) en expliciete verboden op het oogsten of veilen van bepaalde gewassen (bosuien, zaaiuien, koolrapen) in specifieke regio's of landelijk. Dit duidt op een streng centraal gestuurde distributie-economie.
* Industrie: Er wordt veelvuldig verwezen naar de "conservenindustrie". Producten die niet voor de export of de directe consumptie geschikt zijn, worden gedwongen afgezet bij fabrieken voor verwerking. Dit document is een circulaire van het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd (RBVO), uitgevaardigd tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In 1942 was de schaarste in Nederland al aanzienlijk, maar de bezetter eiste een groot deel van de Nederlandse landbouwproductie op voor de eigen troepen en de Duitse bevolking.
Dergelijke circulaires waren bedoeld voor veilingmeesters, handelaren en boerenorganisaties om de stroom van levensmiddelen te beheersen. De focus op "uitschot" en de strikte scheiding tussen binnenlandse consumptie, industrie en export laat zien hoe nauwgezet de voedselketen werd gecontroleerd om de "Hungerplan"-strategie van de bezetter te faciliteren, terwijl men probeerde de Nederlandse bevolking op een minimumniveau van voedsel te houden. De regionale verboden (zoals voor breekpeen in Zeeland) hadden vaak te maken met het voorkomen van vroegtijdige oogst of illegale handel (zwarte markt). Rijksbureau