Archief 745
Inventaris 745-395
Pagina 153
Dossier 100
Jaar 1942
Stadsarchief

Archiefdocument

's-Gravenhage, 25 Augustus 1942. Van: Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale (Afd. Conserveering). Aan: Aan de Veilingen.

Origineel

's-Gravenhage, 25 Augustus 1942. Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale (Afd. Conserveering). Aan de Veilingen. NEDERLANDSCHE GROENTEN- EN FRUITCENTRALE

BANKIER: DE TWENTSCHE BANK N.V.
'S-GRAVENHAGE
POSTREKENING No. 224314

№ 105/96/4 M. 1942 26/8 [stempel met handgeschreven toevoeging]

AFD. CONSERVEERING.
Dict. ST.- Typ.JH.-
No. 379/'42.
Toestel 24.

AAN DE VEILINGEN.

's-Gravenhage, 25 Augustus 1942.

Betr: Regeling fabriekspruimen voor de industrie.

Mijne Heeren,

Met ingang van 25 Augustus 1942 dient in de regeling van de fabriekspruimen voor de industrie de volgende wijziging te worden aangebracht.

In onze circulaire van 14 Augustus 1942 no. 352/'42 werd opgegeven, dat maximaal (uitgezonderd de Tonnenboers) 25% ter beschikking van de fabrieken moest worden gesteld. Hiervoor dient nu gelezen te worden, dat minimaal 25% voor de fabrieken komt.

Met ingang van genoemden datum zijn de veilingen verplicht alle op de veiling aangevoerde C pruimen van de groepen I en II, alsmede den geheelen aanvoer van de groep III ter beschikking van de fabrikantleiders te stellen.

Ook al zal de aanvoer in deze groepen de 25% overschrijden, dan dient dit meerdere toch ter beschikking van de fabrieken te komen. Wanneer echter met genoemde sorteeringen de 25% van den aanvoer niet wordt bereikt, dan moet dit mindere worden aangevuld met de B-kwaliteit van groep II.

Wij merken nog op, dat de Tonnenboers buiten dit percentage staan en de geheele aanvoer voor de fabrieken is.

Verder deelen wij U nog mede, dat door ons voor het koopen van pruimen voor het inmaken in glas dispensaties zijn afgegeven. Deze pruimen dienen uit het consumptie-gedeelte te worden gekocht en vallen geheel buiten deze regeling.

Wij verzoeken U van het bovenstaande goede nota te nemen en voor een goede uitvoering zorg te dragen.

Hoogachtend,
NEDERLANDSCHE GROENTEN- EN FRUITCENTRALE:
[Handtekeningen]

Rb.V.V.O.

(A) 21976 - '42 - K 983 [linksonder] Dit document is een officiële circulaire waarin een wijziging in de distributieregels voor fruit wordt medegedeeld. De kern van de wijziging is het omzetten van een maximumquotum (25%) naar een minimumquotum voor de levering van pruimen aan de conservenindustrie.

De instructie specificeert welke kwaliteitsklassen (C-pruimen uit groepen I, II en de gehele groep III) prioritair naar de fabrieken moeten. Indien deze de 25% niet halen, moet dit worden aangevuld met B-kwaliteit. Er is een duidelijke scheiding tussen 'industrie-fruit' en het 'consumptie-gedeelte' (voor de directe verkoop aan burgers). Opvallend is de uitzondering voor "Tonnenboers" (een type pruim of teeltwijze gericht op verwerking), waarvan de gehele oogst naar de industrie gaat. De afkorting Rb.V.V.O. onderaan verwijst naar het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd. Het document dateert uit augustus 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland stond de gehele voedselvoorziening onder streng toezicht van de overheid (de zogenaamde 'geleide economie'). Instanties zoals de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale (onderdeel van de hoofdbedrijfschap voor akkerbouwproducten) moesten ervoor zorgen dat de voedselstroom strikt gereguleerd werd om tekorten te beheersen en de bezetter te faciliteren.

De verschuiving van een maximum- naar een minimumlevering aan de industrie duidt op een verhoogde behoefte aan houdbare producten (conserven). Dit was cruciaal voor de wintervoorraad en mogelijk ook voor de export naar Duitsland of de bevoorrading van de Wehrmacht. De strikte kwaliteitscontrole (groepen I, II, III, B- en C-kwaliteit) was kenmerkend voor het distributiesysteem, waarbij de beste producten vaak gereserveerd werden voor specifieke doeleinden en de mindere kwaliteit voor de algemene consumptie.

Samenvatting

Dit document is een officiële circulaire waarin een wijziging in de distributieregels voor fruit wordt medegedeeld. De kern van de wijziging is het omzetten van een maximumquotum (25%) naar een minimumquotum voor de levering van pruimen aan de conservenindustrie.

De instructie specificeert welke kwaliteitsklassen (C-pruimen uit groepen I, II en de gehele groep III) prioritair naar de fabrieken moeten. Indien deze de 25% niet halen, moet dit worden aangevuld met B-kwaliteit. Er is een duidelijke scheiding tussen 'industrie-fruit' en het 'consumptie-gedeelte' (voor de directe verkoop aan burgers). Opvallend is de uitzondering voor "Tonnenboers" (een type pruim of teeltwijze gericht op verwerking), waarvan de gehele oogst naar de industrie gaat. De afkorting Rb.V.V.O. onderaan verwijst naar het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd.

Historische Context

Het document dateert uit augustus 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland stond de gehele voedselvoorziening onder streng toezicht van de overheid (de zogenaamde 'geleide economie'). Instanties zoals de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale (onderdeel van de hoofdbedrijfschap voor akkerbouwproducten) moesten ervoor zorgen dat de voedselstroom strikt gereguleerd werd om tekorten te beheersen en de bezetter te faciliteren.

De verschuiving van een maximum- naar een minimumlevering aan de industrie duidt op een verhoogde behoefte aan houdbare producten (conserven). Dit was cruciaal voor de wintervoorraad en mogelijk ook voor de export naar Duitsland of de bevoorrading van de Wehrmacht. De strikte kwaliteitscontrole (groepen I, II, III, B- en C-kwaliteit) was kenmerkend voor het distributiesysteem, waarbij de beste producten vaak gereserveerd werden voor specifieke doeleinden en de mindere kwaliteit voor de algemene consumptie.