Pagina uit een officiële circulaire met voorschriften voor de handel in groenten en fruit.
Origineel
Pagina uit een officiële circulaire met voorschriften voor de handel in groenten en fruit. 18 september 1942. Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale. Rb.V.V.O. -5-
Circ.No.428/'42 dd. 18 Sept.1942.
aanzien van de maat, sorteering of anderszins zijn gegeven.
HERFSTKNOLLEN.
Deze zijn uitsluitend voor de versche binnenland-
sche consumptie bestemd. Zij kunnen zoowel gewasschen als ongewasschen,
mits vrij van grond en zand, worden aangevoerd.
BLOEMKOOL.
Gedopte bloemkool mag niet worden aangevoerd. De
stekbloemkool moet in blad, maar toch gekapt, worden aangevoerd voor
de versche binnenlandsche consumptie en geveild tegen een prijs van
ten hoogste f. 2.50 per 100 stuks.
JONGE BOSPEEN.
De bossen dienen ten minste 25 stuks afgebroken
peen te bevatten, terwijl het gewicht der afgebroken peen minstens
0.7 kg. dient te bedragen.
PEEN ZONDER LOF.
Alle peen, anders dan jonge bospeen, dient als
gebroken peen te worden aangevoerd. Gebroken peen moet volgroeid
zijn, terwijl er geen gebarsten, vertakte of houterige exemplaren in
mogen voorkomen.
Onder sorteering A valt alleen de fijnere peen
als "Amsterdamsche bak" en "Nantes", welke steeds schoongewasschen
ter veiling moet worden aangevoerd.
Kleine peen van de grovere soorten (z.g. "spelden-
peen") moet ongewasschen als afwijkend van de IV-sorteering worden
geveild.
KNOLSELDERIJ.
De knolselderij boven 6 cm. Ø mag niet meer met
lof, maar dient zonder lof per kg. te worden geveild. Het lof, dat
gezond, voldoende groen, droog en zuiver moet zijn, moet afzonderlijk
per kg. worden geveild.
KOOLRABI.
Koolrabi moet naar het eigen der soort normaal van
vorm zijn, terwijl de stronken glad moeten zijn afgesneden en de bla-
deren uitsluitend van de onderste helft van den knol verwijderd moeten
zijn.
VERPAKKING.
Wanneer de druiven door de telers in exportver-
pakking worden aangevoerd, mag hiervoor f. 0.26 per pootjesbak van
4 kg. netto-inhoud, in rekening worden gebracht.
Iedere veiling is aansprakelijk voor de goede uit-
voering van de in deze circulaire gegeven voorschriften, meer speciaal
in verband met de handhaving der exportpercentages.
NEDERLANDSCHE GROENTEN- EN FRUITCENTRALE : -
[Handtekeningen] * **Taal en Spelling:** Het document is opgesteld in formeel-zakelijk Nederlands met de destijds gebruikelijke spelling (vóór de spellinghervorming van 1947), gekenmerkt door woorden als *binnenlandsche*, *gewasschen* en *sorteering*.
- Inhoudelijke Details: Het document bevat zeer specifieke kwaliteitseisen. Zo mag knolselderij groter dan 6 cm niet meer met lof verkocht worden, en moet bospeen een minimumgewicht van 0,7 kg per bos hebben. Er wordt ook een maximumprijs (prijsplafond) genoemd voor bloemkool (f. 2.50 per 100 stuks).
- Structuur: Het is een getypte lijst met trefwoorden in hoofdletters, gevolgd door de specifieke bepalingen. Onderaan staat een algemene clausule over de verantwoordelijkheid van veilingen.
- Terminologie: Er worden specifieke vaktermen gebruikt zoals pootjesbak (een houten krat met pootjes op de hoeken) en rassen-aanduidingen zoals Amsterdamsche bak en Nantes. * Historische Context: Het document dateert van september 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog.
- Centrale Regie: De Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale (NGFC) was een orgaan dat door de bezetter was ingesteld (onderdeel van de landbouw-ordening) om de volledige controle te krijgen over de voedselproductie en -distributie.
- Schaarste en Export: De strikte regels en de vermelding van "exportpercentages" duiden op de gedwongen afdracht van voedsel aan Duitsland. Terwijl de binnenlandse consumptie aan banden werd gelegd door rantsoenering en maximumprijzen, diende een aanzienlijk deel van de oogst voor de Duitse oorlogseconomie.
- Voedselvoorziening: Het "Rb.V.V.O." in de kop staat waarschijnlijk voor het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd, de overkoepelende instantie die verantwoordelijk was voor de voedselvoorziening en distributie onder toezicht van de bezetter. De veilingen werden in deze periode verplicht als centraal punt voor controle en inning. Rijksbureau