Officiële circulaire (pagina 4).
Origineel
Officiële circulaire (pagina 4). 30 oktober 1942. -4- Circ.No. 501/'42 d.d. 30 Oct.1942.
De exportpercentages moeten worden genomen van de goedgekeurde op de exportlijst voorkomende producten. De bevoorrading voor de keukens kan eerst uit het voor het binnenland bestemde gedeelte plaats vinden.
Wanneer een voor het binnenland bestemd gedeelte niet door het binnenland wordt afgenomen of den exportprijs niet opbrengt, dan dient ook dit deel voor export te worden verladen.
DRUIVEN.
Druiven, welke uitsluitend bestemd zijn voor de fabrieken, mogen tegen een prijs van ten hoogste f. 0.25 per kg. worden berekend. Deze druiven behoeven niet meer bij onze afdeeling Conserveering te worden gemeld. Als fabrikantleider voor de verdeeling van druiven is aangesteld de Heer A. Rijks van de firma van Olffen te Rotterdam, telefoon 44396 toestel I. Alle fabrieksdruiven, uitgezonderd die, welke in het Westland worden aangevoerd, dienen bij den fabrikantleider te worden gemeld. De in het Westland aangevoerde fabrieksdruiven moeten rechtstreeks aan den vertegenwoordiger van de firma van Olffen, J.M. Valstar te Naaldwijk, telefoon 234, worden opgegeven.
WITTE KOOL.
De voor de industrie bestemde 60 % dient te worden gemeld bij den Heer de Waal, Secretaris Sectie Zuurkool van de vakgroep groentenverwerkende industrie, Hofplein B.4 te Alkmaar, telefoon 2256.
BLAD VAN KNOLSELDERIJ.
Dit product mag uitsluitend aan de industrie worden geleverd. Opgave dient te worden gedaan aan onze Centrale, afdeeling Conserveering.
Van de voor de binnenlandsche industrie bestemde producten moeten zooveel mogelijk een dag van te voren de getaxeerde fabrieksaanvoeren aan onze afdeeling Conserveering worden opgegeven. Een en ander in verband met de te maken indeeling.
APPELEN :
Alle zure appelen van de "B"-kwaliteit, met inbegrip van de zure bewaarappelen, voorzoover zij vallen onder de groepen II, III, IV en V, moeten aan de industrie worden afgeleverd.
Deze appelen dienen voor de verdeeling over de fabrieken, evenals de kroetappelen, gemeld te worden bij de bekende fabrikantleiders.
Appelen "stip" van de sorteeringen I en II uit de groepen I, II, III, IV en V moeten als valappelen worden geveild tegen den voor deze appelen vastgestelden prijs. (Zie circulaire 346/'42 d.d. 7 Aug.) Het overige "stip" alsmede de stekappelen met ten hoogste 20 % rot per vrucht dienen als "stek" tegen een prijs van 7 cent per kg. eveneens ter beschikking te komen van bovenvermelde industrie. Deze appelen dienen af- bij de fabrikantleiders te worden gemeld. (zonderlijk)
Met ingang van Maandag 2 November 1942 wordt geen vergunning meer verstrekt tot het opslaan van appelen. (Zie onze circulaires 473/'42 en 495/'42 resp. van 16 en 28 October 1942).
KOOLRAPEN, UIEN EN PEEN ZONDER LOF.
Zie circulaire 487/'42 d.d. 16 October 1942. Wij merken hierbij nog op, dat in de Provincie Friesland en in de Bommelerwaard de koolrapen alléén mogen worden geveild voorzoover deze uitsluitend bestemd zijn voor directe consumptie in de provincie Friesland en in de Bommelerwaard.
KROTEN.
De telers mogen ten hoogste 5 % per week van hun geteelde kroten aanvoeren. De veilingen dienen hierop toe te zien.
KWALITEITSVOORSCHRIFTEN.
De kwaliteitsvoorschriften voor 1942 U toegezonden bij circulaire No. 62 d.d. 20 Februari 1942, dienen te worden gehandhaafd behoudens indien in deze circulaire afwijkende voorschriften ten aanzien van de maat, sorteering of anderszins zijn gegeven.
./. Dit document is een typisch voorbeeld van de strakke regie over de voedselvoorziening in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het betreft pagina 4 van een circulaire (nummer 501 uit 1942) die instructies geeft aan handelaren, telers en veilingen.
De kernpunten in dit document zijn:
* Prioriteitstelling: Er wordt strikt onderscheid gemaakt tussen producten voor export, de binnenlandse markt (keukens) en de verwerkende industrie (conserveering).
* Prijsbeheersing: Voor diverse producten, zoals fabrieksdruiven (max. 0,25 gulden/kg) en "stekappelen" (0,07 gulden/kg), worden maximumprijzen vastgesteld om inflatie en zwarte handel tegen te gaan.
* Centralisatie: De distributie verloopt via aangewezen "fabrikantleiders" en specifieke secties van vakgroepen (zoals de Sectie Zuurkool in Alkmaar).
* Voorraadbeheer: Per 2 november 1942 wordt het verboden om zelfstandig appelen op te slaan, wat duidt op een poging van de overheid (of de bezetter) om alle beschikbare voorraden direct in de distributieketen te dwingen.
* Regionale uitzonderingen: Er gelden specifieke regels voor gebieden als het Westland (druiven) en Friesland/Bommelerwaard (koolrapen). In oktober 1942 was de Duitse bezetting van Nederland ruim twee jaar gaande. De economie was volledig omgeschakeld naar een "Oorlogseconomie". Het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd (RBVO) reguleerde de gehele keten van boer tot consument.
De context van deze specifieke circulaire is de naderende winter van 1942-1943. In deze fase van de oorlog werd de schaarste nijpender. De bezetter eiste een groot deel van de Nederlandse productie op voor de export naar Duitsland (de "Hungerhilfe"), terwijl de Nederlandse bevolking op rantsoen stond. De strakke regels voor "industrie-appelen" en "zuurkool" dienden om de houdbare voedselvoorraad voor de wintermaanden veilig te stellen. De vermelding van "fabrikantleiders" wijst op de corporatistische organisatie van de industrie onder toezicht van de bezetter. De documentatie van specifieke firma's zoals Van Olffen te Rotterdam toont aan hoe het bedrijfsleven noodgedwongen onderdeel werd van dit distributieapparaat.