Circulaire/officiële brief
Origineel
Circulaire/officiële brief 7 december 1942 Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale, Directie Geadresseerde Veilingsvereeniging NEDERLANDSCHE GROENTEN- EN FRUITCENTRALE
BANKIER: DE TWENTSCHE BANK N.V.
'S-GRAVENHAGE
POSTREKENING No. 224314
№ 105/96/25 M. 1942 (handgeschreven: d / 12)
D I R E C T I E .
Dict.FA./AK1.
No.552/'42.
Rb.V.V.O.
AAN DE GEADRESSEERDE
VEILINGSVEREENIGING.
====================
's-Gravenhage, 7 December 1 9 4 2 .
In aansluiting op onze circulaire No.549/'42 dd.
4 December 1942 deelen wij U ter voorkoming van misverstand
nog mede, dat alle zure appelen van de "B" kwaliteit, met inbe-
grip van de zure bewaarappelen, voorzoover zij vallen onder
de groepen II, III, IV en V, aan de industrie moeten worden afge-
leverd.
Deze appelen dienen voor de verdeeling over de
fabrieken, evenals de kroetappelen, gemeld te worden bij de bekende
fabrikantleiders.
Voor de zure en zoete kroetappelen bedraagt de
maximumveilingprijs resp. f.8.- en f.5.- per 100 kg.
Voorts berichten wij U, dat appelen "stip" van de
sorteering B., alsmede de "stek" appelen, niet meer ter beschik-
king van de industrie behoeven te worden gesteld, doch aan het
binnenland kunnen worden afgeleverd.
NEDERLANDSCHE GROENTEN- EN FRUITCENTRALE : -
(twee onleesbare handtekeningen) Dit document is een officiële instructie van de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale aan veilingverenigingen betreffende de distributie en prijsstelling van appelen. De kernpunten zijn:
1. Verplichte levering: Zure appelen van B-kwaliteit (groepen II t/m V) moeten verplicht aan de industrie worden geleverd voor verwerking.
2. Rapportage: De aanlevering moet gemeld worden bij 'fabrikantleiders'.
3. Prijsregulering: Er worden maximumprijzen vastgesteld voor "kroetappelen" (appelen voor industriële verwerking/moes).
4. Vrijgave: Bepaalde kwalitatief mindere appelen (met "stip" of "stek") hoeven niet meer naar de industrie, maar mogen worden vrijgegeven voor de binnenlandse consumptie. Het document dateert uit december 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de gehele voedselvoorziening strikt gereguleerd door centrale instanties zoals de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale. Er was sprake van een geleide economie waarbij de bezetter grote invloed had op de bestemming van landbouwproducten.
De verplichte levering aan de industrie was vaak bedoeld om producten te conserveren of te verwerken voor de export naar Duitsland of voor de rantsoenering. De termen "stip" (kurkstip, een fysiologische afwijking) en "stek" (beschadigingen) duiden op fruit van lagere kwaliteit dat in tijden van schaarste toch een bestemming moest krijgen voor de lokale bevolking ('het binnenland'). De vastgestelde maximumprijzen zijn een direct gevolg van het prijsbeheersingsbeleid om inflatie en zwarte handel tegen te gaan.