Brief/Circulaire
Origineel
Brief/Circulaire 2 oktober 1942 NEDERLANDSCHE GROENTEN- EN FRUITCENTRALE
BANKIER: DE TWENTSCHE BANK N.V.
'S-GRAVENHAGE
POSTREKENING No. 224314
Aan de Veilingen.
Afd.: AFZET.
Dict.: W.J.S. Typ.:
No.: 457/'42
Toestel 47.
Rb.V.V.O.
's-GRAVENHAGE, 2 October 1942.
Nº 105/100/8 M. 1942 3/10 [gestempeld]
Mijne Heeren,
In vervolg op onze aan U gezonden circulaire No.596/'41 dd. 10 December 1941 deelen wij U mede, dat het bij tuchtbeschikking van de Inspectie voor de Prijsbeheersching te Arnhem aan den kleinhandelaar
Johan Frederik Verbeek, Otterloscheweg 11, Ede van 12 October 1942 tot 12 Februari 1943
zal zijn verboden, om hetzij zelf, hetzij door middel of tusschenkomst van anderen het beroep van koopman in groenten en/of fruit uit te oefenen.
De Inspectie voor de Prijsbeheersching te 's-Gravenhage heeft aan de volgende grossiers verboden het beroep van groenten- en fruithandelaar in den ruimsten zin des woords uit te oefenen gedurende het daarbij vermelde tijdvak
Gijsbert van den Burg, Ceintuurbaan 15, Rotterdam (Hillegersberg) 17 Mei 1942 tot 17 November 1942;
Cornelis van der Molen, Joris van der Hoogenstraat 26,
Klaas van der Molen, Jan de Weertstraat 25,
Willem van der Molen, Copernicusstraat 117,
allen wonende te 's-Gravenhage van 15 October 1942 tot 15 October 1943.
Wij verzoeken U, voorzover het Uw veiling aangaat, de noodige maatregelen te treffen als bedoeld in bovengenoemde circulaire.
Hoogachtend,
NEDERLANDSCHE GROENTEN- EN FRUITCENTRALE:
[Handtekening]
[Linksonder in de marge:] (A) 21976 - '42 - K 983 Het document is een officiële mededeling van de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale (NGF) gericht aan de gezamenlijke veilingen in Nederland. De kern van de brief is het handhaven van tuchtrechtelijke straffen die zijn opgelegd door de Inspectie voor de Prijsbeheersching.
Er worden specifieke personen genoemd die voor een bepaalde periode zijn uitgesloten van de handel:
1. Johan Frederik Verbeek uit Ede (kleinhandelaar): 4 maanden ontzegging.
2. Gijsbert van den Burg uit Rotterdam (grossier): 6 maanden ontzegging.
3. De gebroeders/familie Van der Molen uit Den Haag (grossiers): 1 jaar volledige ontzegging.
De brief instrueert de veilingen om deze personen gedurende de genoemde periodes te weigeren als kopers of handelaren, om zo de sancties van de Inspectie effectief uit te voeren. Het gebruik van de term "tuchtbeschikking" wijst op een administratief-rechterlijk systeem buiten de reguliere strafrechter om. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). Tijdens de Tweede Wereldoorlog was er sprake van een geleide economie met strikte distributie- en prijsvoorschriften om schaarste te beheersen en zwarte handel tegen te gaan.
De Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale was een zogenaamd 'publiekrechtelijk bedrijfslichaam' dat door de bezetter was ingesteld (of omgevormd) om de totale productie en distributie van tuinbouwproducten te controleren. De Inspectie voor de Prijsbeheersching was de controlerende instantie die toezag op de naleving van de vastgestelde prijzen.
Handelaren die zich niet aan de officiële prijzen hielden (bijvoorbeeld door boven de maximumprijs te verkopen op de zwarte markt), riskeerden zware straffen. Een van de meest effectieve straffen was de tijdelijke of blijvende ontzegging van het recht om het beroep uit te oefenen ("beroepsverbod"). Dit document illustreert hoe de bureaucratische machine van de bezettingseconomie tot in detail de toegang tot de markt reguleerde en individuele handelaren kon uitschakelen.