Intern administratief memo / bijblad (Algemene Zaken Model No. 14).
Origineel
Intern administratief memo / bijblad (Algemene Zaken Model No. 14). Diverse data in januari 1939 (6-1-1939 t/m 19-1-1939). [Stempel linksboven:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 26/1/1 193 9
DOORGEZONDEN: 6/1
[Rechtsboven:]
599
plaats no. 95 Dapperstraat
K.F. Schuit.
[Handgeschreven tekst midden:]
Spoed
Aan Mevr. Schuit kan m.i. worden
bericht dat ~~zij~~ haar is toegestaan
tot 21 Januari haar plaats op de markt Dapper-
straat niet in te nemen, mits zij er zorg
draagt dat het ook tijdens haar afwezigheid
verschuldigde marktgeld wordt betaald.
[Rechts midden:]
Th. Reij [handtekening]
advies
9-1-'39
d'Haan [handtekening]
13-1-'39
d'Haan [handtekening]
[Onderaan:]
2 26/1/2 [in rood potlood]
= 19/1-'39 [geparafeerd]
[Linksonder gedrukt:]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 * Inhoud: Het document betreft een verzoek van Mevr. K.F. Schuit om haar vaste marktplaats (no. 95) op de Dappermarkt tijdelijk niet te hoeven bezetten tot 21 januari 1939. De afdeling geeft een positief advies ("Spoed"), mits aan de financiële verplichting (het betalen van het marktgeld) wordt voldaan tijdens haar afwezigheid.
* Administratieve proces: Het formulier toont een stapsgewijze afhandeling. Het begint op 6 januari, krijgt een inhoudelijk advies op 9 januari en wordt definitief afgehandeld rond 13 tot 19 januari 1939. De term "m.i." staat voor "mijns inziens".
* Status: De doorhaling van "zij" ten gunste van "haar" is een grammaticale correctie in de lopende zin ("dat haar is toegestaan"). Dit document biedt een inkijkje in de strikte regulering van de Amsterdamse markten vlak voor de Tweede Wereldoorlog. De Dappermarkt was (en is) een van de belangrijkste markten van de stad. Voor marktkooplieden was het essentieel om toestemming te vragen voor afwezigheid; zonder dergelijke toestemming liep men het risico de vaste standplaats te verliezen. De bureaucratische nauwkeurigheid (gebruik van specifieke formulieren en meerdere parafen) onderstreept hoe formeel de relatie tussen de gemeente en de marktkooplieden was.