Archief 745
Inventaris 745-279
Pagina 49
Dossier 25
Jaar 1939
Stadsarchief

Dienstbrief (officiële correspondentie).

20 februari 1939. Van: Gemeentelijk Bureau voor Maatschappelijken Steun, Amsterdam (gevestigd aan de Reguliersdwarsstraat 65-71). Aan: Directeur van het Marktwezen, J. van Galenstraat 14, Amsterdam-West.

Origineel

Dienstbrief (officiële correspondentie). 20 februari 1939. Gemeentelijk Bureau voor Maatschappelijken Steun, Amsterdam (gevestigd aan de Reguliersdwarsstraat 65-71). Directeur van het Marktwezen, J. van Galenstraat 14, Amsterdam-West. [Gedrukt briefhoofd linksboven]
Model No. 408
GEMEENTELIJK BUREAU VOOR
MAATSCHAPPELIJKEN STEUN
VS/Wi.
Gelieve bij beantwoording aan te halen:
Afd. I No. 3915.
BIJLAGEN:

[Gestempeld en handgeschreven rechtsboven]
№ 26/7/16 M. 1939,-
AMSTERDAM, 20 Februari 19 39.
Reguliersdwarsstraat 65—71

[Adresseringsblok]
┌ ┐
Aan den Heer Directeur van het
Marktwezen,
J.van Galenstraat 14,
AMSTERDAM. West.
└ ┘

[Schuin over het adres geschreven in potlood/pen]
m. HadMuller

[Body tekst]
Naar aanleiding Uwer apostille d.d. 14 Februari 1939 No.
26/7/14 M 1939 betreffende Jacob J.Hofman, alhier wonende Hal-
maheirastraat 4,III, kan ik U het volgende berichten.
Het gezin Hofman bestaat uit man, vrouw en drie inwonende
kinderen van 23, 19 en 17 jaar, die tezamen f.26,60 per week
verdienen. Op grond van deze inkomsten komt het gezinshoofd
voor onderstand dezerzijds niet in aanmerking.
Naar het oordeel van dezen Dienst moet de man in staat
worden geacht zijn marktgeld te kunnen betalen en zou hij ge-
regeld zijn standplaats aan de Dapperstraat kunnen innemen.

[Ondertekening]
DE DIRECTEUR VOOR MAATSCHAPPELIJKEN STEUN,
[Handtekening]

[Rechtsonder in de hoek]
26 * Inhoud: De brief is een reactie op een verzoek (apostille) van de Dienst van het Marktwezen over de financiële situatie van Jacob J. Hofman. Het Bureau voor Maatschappelijken Steun heeft onderzoek gedaan naar het gezinsinkomen.
* Financiële drempel: Het gezin heeft een gezamenlijk inkomen van 26,60 gulden per week, gegenereerd door drie werkende kinderen (23, 19 en 17 jaar). In 1939 werd dit bedrag door de gemeente Amsterdam hoog genoeg geacht om geen aanspraak te kunnen maken op sociale steun ("onderstand").
* Conclusie: Omdat het gezin boven de armoedegrens van de sociale dienst uitkomt, wordt geoordeeld dat Hofman zijn "marktgeld" (de staangeldvergoeding voor de markt) gewoon moet kunnen betalen. Hij wordt geacht zijn werk op de Dapperstraat voort te zetten zonder financiële tegemoetkoming van de stad. * Historische periode: Dit document stamt uit februari 1939, de late crisisjaren vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De sociale voorzieningen waren streng en gebaseerd op het gezinsinkomen; zolang er kinderen in huis waren die verdienden, werd van het gezinshoofd verwacht dat deze hen onderhield of dat zij bijdroegen aan de vaste lasten.
* De Dappermarkt: De Dapperstraat is van oudsher een van de belangrijkste volksmarkten van Amsterdam. Marktkooplieden die in financiële nood verkeerden, probeerden via de Dienst van het Marktwezen vaak reductie op hun staanplaatskosten te krijgen, waarvoor advies van de sociale dienst noodzakelijk was.
* Administratieve taal: Het gebruik van de naamval ("den Heer", "Uwer", "dezen Dienst") is kenmerkend voor de ambtelijke schrijftaal van voor de spellingherziening van 1947.

Samenvatting

  • Inhoud: De brief is een reactie op een verzoek (apostille) van de Dienst van het Marktwezen over de financiële situatie van Jacob J. Hofman. Het Bureau voor Maatschappelijken Steun heeft onderzoek gedaan naar het gezinsinkomen.
  • Financiële drempel: Het gezin heeft een gezamenlijk inkomen van 26,60 gulden per week, gegenereerd door drie werkende kinderen (23, 19 en 17 jaar). In 1939 werd dit bedrag door de gemeente Amsterdam hoog genoeg geacht om geen aanspraak te kunnen maken op sociale steun ("onderstand").
  • Conclusie: Omdat het gezin boven de armoedegrens van de sociale dienst uitkomt, wordt geoordeeld dat Hofman zijn "marktgeld" (de staangeldvergoeding voor de markt) gewoon moet kunnen betalen. Hij wordt geacht zijn werk op de Dapperstraat voort te zetten zonder financiële tegemoetkoming van de stad.

Historische Context

  • Historische periode: Dit document stamt uit februari 1939, de late crisisjaren vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De sociale voorzieningen waren streng en gebaseerd op het gezinsinkomen; zolang er kinderen in huis waren die verdienden, werd van het gezinshoofd verwacht dat deze hen onderhield of dat zij bijdroegen aan de vaste lasten.
  • De Dappermarkt: De Dapperstraat is van oudsher een van de belangrijkste volksmarkten van Amsterdam. Marktkooplieden die in financiële nood verkeerden, probeerden via de Dienst van het Marktwezen vaak reductie op hun staanplaatskosten te krijgen, waarvoor advies van de sociale dienst noodzakelijk was.
  • Administratieve taal: Het gebruik van de naamval ("den Heer", "Uwer", "dezen Dienst") is kenmerkend voor de ambtelijke schrijftaal van voor de spellingherziening van 1947.