Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 2 maart 1939. H. Hangjas, Valkenierstraat 17 I, Amsterdam. Waarschijnlijk een gemeentelijke instantie of marktmeester (geadresseerd als "Weled. Heer"). No 26/14/1 M. 1939 3/3
A'dam 2 Maart 1939.
m.v. Turp
Weled. Heer
Ondergeteekende H. Hangjas
Valkenierstr. 17 I A.dam vraagt met
deze Uwe beleefde medewerking
Schrijver deze is meer dan 20 jaar
marktkoopman en vaste standplaats
houder van een plaats in de Dapperstr
schrijver bezoekt ook andere markten
dagelijks en kan momenteel door
de zeer slechte tijd niet op die
markten zijn brood verdienen
schrijver vraagt U met deze regelen
beleefd of hij op Zaterdag in
plaats van zijne vrouw die
volgens bewijs inliggend
26 In deze brief verzoekt de heer H. Hangjas om een gunst met betrekking tot zijn werk als marktkoopman. Hij voert aan dat hij al meer dan 20 jaar een vaste standplaats heeft in de Dapperstraat. Vanwege de "zeer slechte tijd" (economische malaise) kan hij op andere markten die hij dagelijks bezoekt niet meer voldoende verdienen. Daarom vraagt hij beleefd of hij op zaterdagen de plaats van zijn vrouw mag innemen. Hij verwijst naar een bijgevoegd bewijs (waarschijnlijk betreffende de reden waarom zijn vrouw de plaats niet zelf kan innemen, zoals ziekte of arbeidsongeschiktheid). De brief breekt onderaan de pagina af midden in een zin.
De toon is uiterst beleefd en formeel, wat gebruikelijk was voor verzoekschriften aan de overheid in die tijd. Het handschrift is een vlot, Geoefend cursief. De brief is geschreven in maart 1939, een periode van grote economische onzekerheid aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. De "slechte tijd" waarover Hangjas spreekt, verwijst naar de nasleep van de Grote Depressie die de koopkracht flink had aangetast.
De Dapperstraat is een bekende marktstraat in Amsterdam-Oost. De familienaam Hangjas is een bekende Joodse naam in Amsterdam; de Valkenierstraat lag destijds in de Joodse buurt (nabij het Weesperplein). Voor Joodse marktkooplieden was het recht op een standplaats van cruciaal belang voor hun overleving, zeker toen de beperkingen voor Joodse burgers in de jaren dertig ook in Nederland langzaam voelbaar werden door de vluchtelingenstroom en politieke spanningen, hoewel de echte uitsluiting op de markten pas na de Duitse inval in 1940 begon. Dit document geeft een inkijkje in de dagelijkse overlevingsstrijd van een kleine zelfstandige in het vooroorlogse Amsterdam. H. Hangjas