Dienstbrief / Adviesnota
Origineel
Dienstbrief / Adviesnota 4 april 1939 J. Renz, Marktopzichter (Marktopz.) Dapperstraat 4 April 1939
Den Heer
Inspecteur
Hierbij zou ik U in overweging willen geven het
verzoek van Dhr: M. Melione pl: nº 115, om op de
hem toegewezen plaats kousen en sokken te
mogen verkoopen, niet toe te staan. M. i: is
hiervoor een voldoende reden dat Dhr: Melione
vóór een winkel een plaats heeft waar kousen
en sokken verkocht worden, en er al reeds
kooplieden voor die winkel welke hetzelfde
art: als in die winkel verkoopen en wel L. van
Collem pl: nº 133, M. Benjamin pl: nº 125, en Mej: R.
Blik pl: nº 121, (alle drie kousen en manufacturen). Dhr:
Melione zal goed doen om op één van de vacante
plaatsen in te schrijven, waarvan een opgaaf
10 April a: s: aan het politie posthuis Dapper-
plein opgehangen wordt.
Marktopz:
J. Renz * Kernboodschap: De marktopzichter adviseert negatief over het verzoek van marktkoopman M. Melione (standplaats 115) om zijn assortiment uit te breiden met kousen en sokken.
* Argumentatie: Het verzoek wordt afgewezen op basis van twee redenen:
1. Concurrentie met vaste winkels: Melione's standplaats bevindt zich direct voor een fysieke winkel die reeds kousen en sokken verkoopt. De overheid probeerde destijds een balans te houden tussen ambulante handel en gevestigde winkeliers.
2. Verzadiging van de markt: Er staan al drie andere handelaren in de directe nabijheid (L. van Collem, M. Benjamin en Mej. R. Blik) die hetzelfde assortiment ("kousen en manufacturen") aanbieden.
* Procedureel: De afzender wijst de verzoeker op de mogelijkheid om zich in te schrijven voor een andere, vacante standplaats. De lijst hiervoor zal op 10 april 1939 worden aangeplakt bij het politiebureau aan het Dapperplein.
* Taalgebruik: Formeel ambtelijk Nederlands uit het interbellum (bijv. "in overweging willen geven", "a: s:" voor aanstaande). Dit document biedt een inkijkje in het strakke beheer van de Dappermarkt in Amsterdam vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De namen van de genoemde kooplieden (Van Collem, Benjamin) duiden op de sterke vertegenwoordiging van de Joodse gemeenschap in de handel in manufacturen en op de markten in de Amsterdamse Oosterparkbuurt in die tijd. De rol van de marktopzichter was cruciaal voor de handhaving van de marktverordeningen en het voorkomen van oneerlijke concurrentie. De nauwe samenwerking met de politie (het bericht op het politieposthuis) was kenmerkend voor de marktorganisatie in die periode.