Archief 745
Inventaris 745-279
Pagina 96
Dossier 39
Jaar 1939
Stadsarchief

Ambtelijke brief/advies van een marktopzichter.

28 maart 1939. Van: J. Rens, Marktopzichter.

Origineel

Ambtelijke brief/advies van een marktopzichter. 28 maart 1939. J. Rens, Marktopzichter. Dapperplein 28 Maart 1939

Den Heer
Inspecteur

Aangezien er reeds kooplieden zijn welke op de
markt vischbakken voor de verkoop en er geen
klachten over gehoord worden, zou ik U in
overweging willen geven het verzoek van Dhr.
Martens vaste pl: h: nº 303, tot het bakken van visch
op het Dapperplein (onder verwijzing naar de
desbetreffende bepalingen aangaande bak -
toestel en d: g:) toe te staan —

Marktopz:
J. Rens In dit document adviseert de marktopzichter van het Dapperplein (de bekende Dappermarkt in Amsterdam-Oost) positief over een vergunningsaanvraag van een zekere heer Martens. Martens, die een vaste staanplaats heeft (nummer 303), wil vis gaan bakken op de markt.

De argumentatie van de opzichter is tweeledig:
1. Precedentwerking en overlast: Er zijn al andere kooplieden die vis bakken en dit leidt niet tot klachten (bijvoorbeeld over stank of onveiligheid).
2. Regelgeving: Er wordt expliciet verwezen naar de bestaande bepalingen omtrent baktoestellen, wat duidt op een gereguleerde marktgang waarbij brandveiligheid en hygiëne een rol speelden.

Het handschrift is een verzorgd, zakelijk lopend schrift, typerend voor de vroege 20e eeuw. De brief dateert van vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. De Dappermarkt was in die tijd al een drukke, belangrijke volksmarkt. Het bakken van vis op de markt was (en is) een populaire activiteit, maar vanwege de aard van de werkzaamheden (open vuur/hitte, sterke geuren) was hier strikt toezicht op nodig van de gemeentelijke inspectie. De marktopzichter fungeerde hierbij als de 'oren en ogen' op de werkvloer die de haalbaarheid van dergelijke verzoeken toetste aan de praktijk.

Samenvatting

In dit document adviseert de marktopzichter van het Dapperplein (de bekende Dappermarkt in Amsterdam-Oost) positief over een vergunningsaanvraag van een zekere heer Martens. Martens, die een vaste staanplaats heeft (nummer 303), wil vis gaan bakken op de markt.

De argumentatie van de opzichter is tweeledig:
1. Precedentwerking en overlast: Er zijn al andere kooplieden die vis bakken en dit leidt niet tot klachten (bijvoorbeeld over stank of onveiligheid).
2. Regelgeving: Er wordt expliciet verwezen naar de bestaande bepalingen omtrent baktoestellen, wat duidt op een gereguleerde marktgang waarbij brandveiligheid en hygiëne een rol speelden.

Het handschrift is een verzorgd, zakelijk lopend schrift, typerend voor de vroege 20e eeuw.

Historische Context

De brief dateert van vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. De Dappermarkt was in die tijd al een drukke, belangrijke volksmarkt. Het bakken van vis op de markt was (en is) een populaire activiteit, maar vanwege de aard van de werkzaamheden (open vuur/hitte, sterke geuren) was hier strikt toezicht op nodig van de gemeentelijke inspectie. De marktopzichter fungeerde hierbij als de 'oren en ogen' op de werkvloer die de haalbaarheid van dergelijke verzoeken toetste aan de praktijk.

Locaties

Dapperplein Amsterdam.