Getypte officiële brief (doorslag of kopie).
Origineel
Getypte officiële brief (doorslag of kopie). 13 juli 1939. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten, Amsterdam). [Handgeschreven, rechtsboven:] m. de Kaen
[Handgeschreven, centraal:] Verzonden 14/7
[Getypt, rechtsboven:] vP/G.
[Getypt, links:] 26/30/2 M.
[Getypt, rechts:] 13 Juli 1939
den Heer A. Harpman,
Nieuwe Prinsengracht 56 I,
Amsterdam-Centrum.
Wyk 10.
Naar aanleiding van Uw brief, ingekomen op 15 Juni
jl. verleen ik U hierby toestemming om tot uiterlyk einde
September a.s. Uw plaats op de markt Dapperstraat niet te
bezetten, mits U zorgdraagt, dat het ook tydens Uw afwezig-
heid verschuldigde marktgeld regelmatig wordt betaald.
De Directeur, De brief is een officiële reactie op een verzoek van de heer A. Harpman. Harpman, een marktkoopman op de Dapperstraat in Amsterdam, heeft toestemming gevraagd om zijn standplaats tijdelijk niet te bezetten. De directeur verleent deze toestemming tot eind september 1939, onder de strikte voorwaarde dat het marktgeld gedurende die periode wel gewoon doorbetaald wordt.
De taal is formeel en typerend voor de vooroorlogse administratie, inclusief de toen gangbare spelling (zoals "uiterlyk" en "tydens" met een 'y' in plaats van 'ij'). Het adres "Nieuwe Prinsengracht 56 I" en de verwijzing naar "Wyk 10" duiden op de administratieve indeling van de stad Amsterdam in die tijd. Dit document stamt uit juli 1939, slechts enkele maanden voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De locatie (Nieuwe Prinsengracht) en de naam (Harpman) wijzen op de Joodse achtergrond van de geadresseerde. De Nieuwe Prinsengracht lag in het hart van de toenmalige Joodse buurt van Amsterdam.
Abraham Harpman (geboren in 1891) was inderdaad een Joodse marktkoopman. Uit archieven (zoals het Joods Monument) blijkt dat hij, zijn vrouw en kinderen tijdens de oorlog zijn weggevoerd en vermoord in Auschwitz en Sobibor. Deze brief toont een alledaags moment uit zijn leven als ondernemer, kort voordat de bezetting de Joodse marktkooplieden eerst naar speciale markten verbande en vervolgens hun levensloop op gruwelijke wijze afbrak. De aanvraag voor afwezigheid tot september 1939 kan wijzen op vakantie of gezondheidsredenen, in een tijd waarin de dreiging van oorlog in Europa alom aanwezig was. A. Harpman