Officiële kennisgeving van een administratieve sanctie.
Origineel
Officiële kennisgeving van een administratieve sanctie. 30 juni 1939 De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Marktdienst Amsterdam) [Handgeschreven rechtsboven:] M. de Boer
[Handgeschreven middenboven:] Verzonden 30/6
[Getypt rechtsboven:] vP/G.
[Getypt linksboven:] 26/31/1 M
[Getypt rechts:] 30 Juni 1939.
[Geadresseerde:]
den Heer A.Nebig,
Blasiusstraat 96 II,
Amsterdam-Oost.
Wyk 11.
[Inhoud:]
In verband met het feit, dat U op 24 Juni jl. personeel van mijn dienst, belast met de contrôle op de markt Dapperstraat, in de uitoefening van zijn taak heeft belemmerd, heb ik U, ingevolge artikel 39 van het Reglement op de Markten gestraft met ontneming van het recht om op de markten hier ter stede een plaats te bezetten voor den tijd van twee weken, namelijk van 1 tot en met 14 Juli a.s. Voorts is aan Burgemeester en Wethouders de vraag voorgelegd, of U voor langeren tijd behoort te worden uitgesloten.
De Directeur, Het document is een zakelijke, formele aanzegging van een strafmaatregel aan een marktkoopman, de heer A. Nebig. De aanleiding voor de straf is een incident op 24 juni 1939 op de Dappermarkt in Amsterdam, waarbij de heer Nebig marktpersoneel zou hebben gehinderd bij hun controlerende werkzaamheden.
De directeur van de marktdienst baseert de sanctie op Artikel 39 van het destijds geldende 'Reglement op de Markten'. De straf bestaat uit een onmiddellijke uitsluiting van twee weken van alle markten in de stad (van 1 t/m 14 juli 1939). Bovendien wordt aangegeven dat er een procedure loopt bij het College van Burgemeester en Wethouders voor een mogelijke uitsluiting van langere duur. De handgeschreven notities duiden op de administratieve verwerking van het document binnen de gemeentelijke organisatie. Deze brief stamt uit de zomer van 1939, kort voor de Duitse inval in Nederland. De Dappermarkt was in die periode een essentieel onderdeel van het dagelijks leven in Amsterdam-Oost, een buurt waar in die tijd ook veel Joodse Amsterdammers woonden en werkten. De naam "Nebig" komt voor in de registers van Joodse marktkooplieden uit die tijd (bijvoorbeeld Abraham Nebig, die een vaste standplaats had in de stad).
In een tijd van economische spanning en de naderende oorlogsdreiging was het bezitten van een marktplaats van cruciaal belang voor de broodwinning. Een uitsluiting van twee weken, met het dreigement van een langere uitsluiting, vormde een zware financiële sanctie. Het document illustreert de strikte handhaving van gemeentelijke regels en de hiërarchische verhouding tussen de marktautoriteiten en de kooplieden in het Amsterdam van vlak voor de oorlog. A. Nebig M. de Boer