Ambbtelijke brief/voordracht voor strafmaatregel.
Origineel
Ambbtelijke brief/voordracht voor strafmaatregel. 1 Juli 1939. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam ("Alhier"). [Handgeschreven, bovenaan midden:] extra
26/31/3 M.
1
[Rechtsboven:] vP/G.
1 Juli 1939.
Straf marktkoopman A.Nebig.
---------------------------
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
In bylage dezes heb ik de eer U een afschrift te doen toekomen van een op 26 Juni jl. door den contrôleur-marktopzichter F.A.Uitvlugt opgemaakt rapport, waaruit blykt, dat A.Nebig, wonende Blasiusstraat 96 II, zich op 24 Juni jl. naby de markt Dapperstraat heeft schuldig gemaakt aan mishandeling en verzet tegen een ambtenaar in de rechtmatige uitoefening zyner bediening. Op grond van het feit, dat hy een marktambtenaar in de uitoefening van zyn taak heeft belemmerd, heb ik Nebig voornoemd, ingevolge artikel 39 lid 1 van het Reglement op de Markten, gestraft met ontneming van het recht om een plaats op de markten hier ter stede te bezetten voor den tyd van veertien dagen, namelyk van 1 tot en met 14 Juli a.s. Ik heb de eer U beleefd te verzoeken wel te willen bevorderen, dat hy, ingevolge het derde lid van vorenaangehaald artikel, by Besluit van Burgemeester en Wethouders wordt gestraft met ontneming van het bedoelde recht voor den tyd van zes maanden, zulks met ingang van 15 Juli a.s.
De Directeur, * Incident: Op 24 juni 1939 heeft marktkoopman A. Nebig zich schuldig gemaakt aan mishandeling van en verzet tegen marktopzichter F.A. Uitvlugt nabij de Dappermarkt in Amsterdam.
* Juridische grondslag: Het document verwijst naar Artikel 39 van het 'Reglement op de Markten'.
* Sancties:
1. Een directe schorsing van 14 dagen (1 t/m 14 juli 1939), opgelegd door de Directeur.
2. Een voorgestelde verzwaring van de straf door het College van Burgemeester en Wethouders: een marktverbod van zes maanden, ingaande op 15 juli 1939.
* Locatie: De genoemde adressen (Blasiusstraat en Dapperstraat) situeren het incident in Amsterdam-Oost. De term "Alhier" bij de adressering aan de Wethouder bevestigt dat het een lokaal Amsterdams archiefstuk betreft.
* Taalgebruik: Het document hanteert de destijds gebruikelijke spelling (bijv. "bylage", "zyner", "namelyk") en de formele ambtelijke stijl ("heb ik de eer U... te doen toekomen"). Dit document stamt uit juli 1939, een periode van grote economische en politieke spanning vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De Dappermarkt was (en is) een van de belangrijkste markten van Amsterdam. Toezicht op de orde en de naleving van marktreglementen was streng.
Het feit dat er direct wordt aangedrongen op een schorsing van een half jaar voor "mishandeling en verzet", duidt erop dat de autoriteiten zwaar tilden aan de aantasting van het gezag van marktambtenaren. De hiërarchische weg die hier gevolgd wordt — van rapportage door een opzichter naar een besluit door de directeur, met een finaal verzoek aan de verantwoordelijke wethouder voor een zwaardere sanctie via een B&W-besluit — is kenmerkend voor de gemeentelijke bureaucreatie van die tijd.